Gezondheid in beeld
Slimme tips voor een gezond(er) leven
Gezonder leven? Dat hoeft écht niet moeilijk te zijn. Het begint bij weten wat goed (of net minder goed) voor je is. En met kleine aanpassingen kom je al een heel eind.
Op deze pagina vind je korte, heldere gezondheidstips die je meteen kan uitproberen, of het nu gaat om voeding, gewoontes, zelfzorg of een goed voorbereid doktersbezoek. Deze korte artikels helpen je om stap voor stap beter voor jezelf te zorgen.
Van slimme gewoontes tot verrassende inzichten: Gezondheid in beeld zet je welzijn helder in de kijker.
Leuk om te lezen, makkelijk om te doen… en goed voor jezelf.
Voor iedereen die bewust met gezondheid wil omgaan, het hele jaar door.
Geen zoekresultaten gevonden.
Zo zorg je voor een gezonde mond
De gezondheid van je mond zegt heel veel over de gezondheid van de rest van je lichaam en omgekeerd. Zo is gezonde mond is belangrijk voor een gezond hart. Wanneer bacteriën in de mond niet weggepoetst worden, kunnen ze tandbederf en bloedend tandvlees veroorzaken. Die ontstekingen en bacteriën kunnen via het bloed een weg vinden naar het hart en daar problemen veroorzaken. Redenen genoeg om je mond goed te verzorgen!
Iedereen weet dat dagelijks de tanden poetsen noodzakelijk is voor een gezond gebit. Daarnaast is ook een gezonde en gevarieerde voeding belangrijk voor een goede mondhygiëne. Eten en drinken kan schadelijke gevolgen hebben voor je tanden. Het kan bijdragen tot tandbederf (cariës) door de aanwezige suikers in de voeding en tandslijtage (erosie) door de zuren in bepaalde voedingsmiddelen.
Enkele tips
- Poets je tanden 2 keer per dag 2 minuten met fluoridetandpasta.
- Gebruik bij voorkeur een elektrische tandenborstel. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit effectiever is dan poetsen met de handtandenborstel. Wissel om de 3 maanden van opzetstuk of tandenborstel.
- Ga dagelijks, liefst ’s avonds, met een speciaal tandenstokje of flosdraad tussen de tanden om de ruimte tussen de tanden te poetsen. Zo voorkom je ontstoken en bloedend tandvlees.
- Last van een slechte adem? Maak je tong dagelijks schoon met een tongreiniger om de bacteriën op het achterste gedeelte van de tong te verwijderen.
- Ga 1-2 keer per jaar naar de tandarts voor controle. Laat de mond ook 1 keer per jaar controleren bij een kunstgebit.
- Beperk het aantal eetmomenten tot maximaal 6 keer per dag. Eet drie hoofdmaaltijden en maximaal 3 tussendoortjes. Eet je hoofdmaaltijd binnen de 30 minuten op en je tussendoortje in één keer.
- Drink hoofdzakelijk water. Ook ongezoete melk is goed voor de tanden. Koffie en thee zonder suiker zijn veilig voor het gebit maar kunnen zoals bepaalde voedingskleurstoffen in wijn, sojasaus en curry een bruine aanslag op de tanden veroorzaken.
- Drink zo weinig mogelijk gesuikerde melkdranken, siropen, (light-)frisdrank, fruitsap en andere gesuikerde of zure dranken.
- Eet zo weinig mogelijk koeken, gedroogd fruit en andere suikerrijke en kleverige voedingsmiddelen. Groenten, kaas, noten, yoghurt,… zijn voedzame tussendoortjes en goed voor het gebit.
Tijdens de zwangerschap heb je meer risico op gebitsproblemen door hormonale veranderingen, wat kan leiden tot tandvleesontsteking (gingivitis) en een verhoogde kans op gaatjes. Ook bepaalde aandoeningen en medicatie kunnen mondproblemen veroorzaken of verergeren. Een extra tandartscontrole kan in deze gevallen geen kwaad.
Menopauze? Wat kan overgangsklachten verlichten?
De 'menopauze' is één precies moment, namelijk het moment waarop een vrouw officieel 1 jaar geen menstruatie meer heeft.
De overgang is het hele proces ervoor en erna (perimenopauze) waarbij het vrouwenlichaam van vruchtbaar overgaat naar onvruchtbaar en minder van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron produceert. (meestal tussen de 45 jaar en de 55 jaar). Het wegvallen van die hormonen heeft een duidelijke impact op de temperatuurregeling, de psyché, maar ook op heel wat organen (de huid, de bloedvaten, de lever, de blaas, de botten, de vagina, de hersenen…) en lichamelijke processen.
Deze overgangsfase kan enkele jaren duren en gaat vaak gepaard met diverse ongemakken:
- Menstruatiestoornissen
- Hoofdpijn
- Gewichtstoename door een vertraagd metabolisme
- Veranderingen in de lichaamssamenstelling (minder spiermassa en meer vetmassa) en meer vetopstapeling ter hoogte van de buik.
- Veranderingen in cholesterol- en bloedsuikerspiegel en de bloeddruk
- Botverlies en een verhoogd risico op fracturen
- Gewrichtspijn
- Concentratieproblemen en vergeetachtigheid
- Duizeligheid
- Opvliegers, zowel overdag als ’s nachts
- Stemmingswisselingen
- Slaapproblemen en vermoeidheid
- Verminderd libido, pijnlijke betrekkingen, vaginale droogte, frequentere urineweginfecties
Tegelijkertijd vormt de overgang een uitdaging op het gebied van voeding, omdat de veranderende hormoonspiegels extra aandacht voor de voeding van vrouwen vereisen.
Hoewel voeding de hormoonspiegels niet kan herstellen, kan het wel helpen om de symptomen te verlichten en de gezondheid te ondersteunen. Een gebalanceerd dieet met voldoende eiwitten, calcium en vitamine D kan de symptomen van de overgang verminderen en tekorten aan belangrijke voedingsstoffen voorkomen, wat essentieel is voor het behoud van de algehele gezondheid tijdens de overgang.
Praktische tips om de overgang goed door te komen
Zorg voor regelmaat en eet niet meer dan nodig
- Spreid je voeding over drie hoofdmaaltijden en maximaal twee tussendoortjes. Stel je maaltijden evenwichtig samen met nutriëntrijke voedingsmiddelen, zoals groenten en fruit, volkoren producten, voedzame eiwitbronnen en omega-3-vetzuren.
- Luister naar honger- en verzadigingssignalen en beëindig je maaltijd op tijd. Schep niet onbewust bij en neem kleinere porties.
Kies de juiste voedingsmiddelen in de juiste proporties
Ontbijt en lunch
- Ga voor volkorenbrood, havervlokken of muesli. Verminder indien nodig geleidelijk aan je gebruikelijke porties.
- Neem bij voorkeur halfvolle melk en magere of halfvolle ongesuikerde yoghurt en afgeleiden en breng die zelf verder op smaak met vers fruit.
- Smeer een mespunt minarine, mayonaise of pesto per snede brood. Gebruik geen roomboter.
- Varieer met beleg zoals kaas, fruit, groenten en peulvruchtenspreads, ei, vlees, vis en vermijd dubbel beleg. Een laag beleg voor twee sneden brood volstaat.
- Maak van een stuk vers fruit of een portie rauwkost of soep bij de lunch een dagelijkse gewoonte.
- Koffiekoeken, fantasiebrood, gesuikerde ontbijtgranen en zoet beleg zoals chocopasta of confituur leveren meer calorieën en weinig voedingsstoffen. Eet ze bij uitzondering en geniet er van.
Avondmaal
- Geef groenten de hoofdrol en varieer in kleur. Wissel rauwkost af met gekookte of gestoomde groenten. Maak indien nodig magere bechamelsaus met melk en maïzena/bloem.
- Vul een vierde van je bord met gekookte aardappelen of volkoren granen zoals volkoren pasta en zilvervliesrijst en een vierde met een stukje mager vlees (bv. kippenfilet, varkenshaasje, biefstuk), vis, ei of een ander geschikt vervang product (bv. peulvruchten).
- Frituren en paneren maken gerechten (onnodig) vet en calorierijk. Eet maximaal 1 keer per 2 weken iets uit de friteuse. Ga vaker grillen, koken, stoven, stomen of pocheren en wees matig met de hoeveelheid bereidingsvet. Gebruik 1 eetlepel bereidingsvet per persoon.
- Met allerhande sauzen op basis van room of mayonaise krijg je snel veel extra vet en calorieën binnen. Kies liever een streepje saus op basis van groenten, ontvette bouillon of yoghurt.
Tussendoortje
- Kies lichte tussendoortjes om de kleine honger te stillen, bv. een volkoren cracker met wat beleg, een tas verse soep, een stuk fruit of magere ongesuikerde yoghurt zelf verder op smaak gebracht met vers seizoensfruit.
- Snacks zoals koek, gebak, chocolade en chips brengen veel vet, suiker en calorieën aan, maar hebben geen meerwaarde voor je gezondheid. Neem ze niet te vaak en niet te veel. Hou ze voor speciale gelegenheden.
Drank
- Een kop koffie of thee is prima maar drink vooral water. Drink maximaal 4 tassen koffie of thee (zwart en groen) per dag en voeg geen suiker of honing toe.
- Fruitsappen en gesuikerde frisdranken drink je beter niet. Light-frisdrank kan met mate (max. 1 glas per dag).
Eet voldoende calciumrijke voedingsmiddelen of vul aan met een supplement
Zorg ervoor dat je voldoende calcium (950 mg per dag) en vitamine D (10-15 µg per dag) inneemt, bij voorkeur via de voeding. Eet dagelijks 3 tot 4 porties zuivel, zoals halfvolle melk, yoghurt of magere kwark. 1 portie is 1 glas of 1 schaaltje van 150 ml of 1 snede kaas van 20 gram.
Vitamine D is aanwezig in minarine, vette vis en eieren, maar wordt grotendeels aangemaakt in de huid onder invloed van zonlicht. Ga regelmatig naar buiten met je handen en gezicht onbedekt.
Als bovenstaande niet haalbaar is, kan een supplement nodig zijn. Overleg dit met je huisarts.
Slaap voldoende
Voldoende slaap is essentieel voor een goede gezondheid. Slechte slaapkwantiteit of -kwaliteit beïnvloedt ons eetgedrag en wordt in verband gebracht met overgewicht.
Beweeg voldoende
Probeer dagelijks zoveel mogelijk beweging te nemen (bv. sta regelmatig recht, neem de trap, wandel een extra blokje om, ga te voet of met de fiets), beweeg 150 minuten per week aan matige intensiteit (fietsen, stevig wandelen, joggen, zwemmen, poetsen, tuinieren,…) en doe daarnaast twee keer per de week spier- en botversterkende oefeningen. Voorkom veel en lang stilzitten.
Rook niet
Roken versnelt het verlies van oestrogeen en heeft een negatieve invloed op de bloedvaten, de botdichtheid en de huid. Het verhoogt bovendien het risico op hart- en vaatziekten en op vroegtijdige menopauze. Stoppen met roken verbetert de doorbloeding, het energieniveau en de algemene gezondheid, wat helpt om overgangsklachten te verlichten en het verouderingsproces te vertragen.
Drink zo weinig mogelijk alcohol
Alcohol verstoort de hormonale balans en kan opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen versterken. Het levert ook extra calorieën en kan het risico op osteoporose en borst- of leverproblemen verhogen. Beperk alcoholgebruik tot uitzonderlijke momenten en geef de voorkeur aan water, kruidenthee of alcoholvrije alternatieven voor een beter herstel en meer vitaliteit.
Beperk je zoutinname
Voeg geen zout toe aan je maaltijden en beperk kant-en-klare voedingsmiddelen en bereidingen. Breng je gerechten op smaak met andere kruiden en specerijen.
Te veel zout zorgt ervoor dat je lichaam vocht vasthoudt en verhoogt de bloeddruk, wat het risico op hart- en vaatziekten doet toenemen. Tijdens en na de overgang worden vrouwen gevoeliger voor een hoge bloeddruk door het dalende oestrogeengehalte. Bovendien bevordert een hoge zoutinname het verlies van calcium via de urine, wat kan bijdragen aan botontkalking.
Door minder zout te gebruiken en je gerechten op smaak te brengen met kruiden en specerijen, bescherm je zowel je hart als je botten.
Hartgezondheid
Je hart is je motor, het klopt dag en nacht. Toch denken we er meestal pas aan als er iets misgaat.
Gezonde keuzes kunnen de kans op hart- en vaatziekten fors verlagen. Hieronder vind je zes pijlers voor een sterk hart.
Beweeg regelmatig: elke stap telt
Beweging versterkt het hart, verbetert de bloedcirculatie, helpt je gewicht te beheersen, verlaagt de bloeddruk en heeft een gunstig effect op je stemming.
Je hoeft geen topsporter te zijn: beweging in je dagelijks leven brengt al veel winst mee.
- Streef naar minstens 150 minuten per week matige inspanning (bijv. stevig wandelen, fietsen of tuinieren).
- Verdeel dit over meerdere dagen, bv. 30 minuten per dag.
- Integreer beweging in je routine: neem de trap, loop naar de winkel, maak een wandeling tijdens je lunchpauze.
- Beperk langdurig zitten: sta elk halfuur even recht, rek je uit, loop enkele passen.
- Kies iets wat je graag doet, wandelen met een vriend, dansen, tuinieren, zodat je het volhoudt op de lange termijn.
Stop met roken
Roken schaadt direct je bloedvaten, verhoogt ontstekingen en vermindert de “goede” cholesterol (HDL). Zelfs na jarenlang roken en op latere leeftijd stoppen kan je risico nog aanzienlijk verlagen.
Tips om te stoppen
- Vraag ondersteuning: huisarts, rookstopprogramma, apps of lotgenoten.
- Vermijd triggers en vaste routines waar je gewend bent te roken (bijv. koffie, sociale momenten).
- Vervang de gewoonte: ga een blokje lopen, drink water, adem bewust.
- Heb geduld: terugvallen horen bij het proces. Blijf proberen.
Eet hartvriendelijk
Voeding is een krachtig middel om je hart gezond te houden. Het draait niet om strenge diëten, maar om slimme keuzes die je stap voor stap kan invoeren in je dagelijks leven.
- Let op vetten: beperk verzadigde vetten zoals in volle zuivel, vet vlees en gefrituurd voedsel. Kies vaker voor gezonde, onverzadigde vetten zoals olijfolie, noten, vette vis en avocado.
- Eet veel vezels en plantaardig: vul je bord royaal met groenten, fruit, peulvruchten en volkoren granen. Vezels helpen je cholesterol te verlagen en ondersteunen een gezonde spijsvertering.
- Beperk suiker en zout: frisdranken, snoep en sterk bewerkt voedsel bevatten vaak veel toegevoegde suikers. Ook zout zit verborgen in veel kant-en-klare producten.
Je kan zout in je voeding vervangen door kruiden. - Kies bewuste eiwitbronnen: ga voor magere dierlijke eiwitten zoals kip of vis, of kies vaker voor plantaardige alternatieven zoals bonen, linzen of tofu.
- Let op regelmaat en porties: te grote porties belasten je lichaam. Eet rustig ,en probeer snacken uit verveling te vermijden.
Controleer je risicofactoren
Sommige factoren kun je niet veranderen (leeftijd, familiegeschiedenis), maar veel andere wél:
- Bloeddruk: hoge bloeddruk belast je hart en vaten. Laat hem regelmatig meten.
- Cholesterol & triglyceriden: bloedonderzoek kan verborgen risicofactoren blootleggen.
- Blootstelling aan stress: chronische stress verhoogt de druk op je hart. Leer adem- en ontspanningstechnieken.
- Suikerziekte / insulineresistentie: vooral belangrijk om te screenen bij overgewicht of een familiale voorgeschiedenis.
- Gewicht & vetverdeling: overgewicht, zeker rond de buik, verhoogt het risico. Een paar kilo minder kan al veel verschil maken.
Slaap, herstel & stressbeheer
Je hart heeft niet alleen inspanning nodig, maar ook rust.
- Zorg voor voldoende kwalitatieve slaap.
- Creëer een rustgevende slaapomgeving: verduistering, koel, geen schermen voor het slapengaan.
- Integreer ontspanning in je dag: ademhalingsoefeningen, meditatie, yoga, wandelen.
- Wees alert op stresssignalen: gejaagdheid, vermoeidheid, spierpijn, prikkelbaarheid. Neem tijd om bij te tanken.
Laat je inspireren & blijf gemotiveerd
Verandering is niet makkelijk maar wel mogelijk met kleine, consistente stappen.
- Stel haalbare doelen: bijvoorbeeld “2x per week 20 minuten wandelen” in plaats van “iedere dag een uur”.
- Hou je vooruitgang bij: een stappen- of sportapp, een dagboek of foto’s kunnen motiveren.
- Zoek een maatje: samen bewegen, elkaar herinneren of gezonde recepten uitwisselen versterkt je motivatie.
- Vier kleine successen: beloon jezelf (niet met ongezond eten) wanneer je vooruitgang boekt.
- praat met je arts of zoek een diëtist op
Bewegen bij migraine
Migraine is meer dan “gewoon hoofdpijn”. Het gaat vaak om bonzende, hevige aanvallen die enkele uren tot soms drie dagen kunnen duren. Vaak zijn er ook symptomen zoals misselijkheid, overgevoeligheid voor licht of geluid, of visuele verschijnselen (flikkeringen).
Gelukkig blijkt regelmatig bewegen een waardevol instrument te zijn om de frequentie en/of intensiteit van migraineaanvallen te verminderen.
Waarom bewegen bij migraine zinvol is
- Beweging past goed binnen een gezonde levensstijl en kan een aanvulling zijn op medicatie. Voor mensen die liever minder medicatie gebruiken, of bijwerkingen willen vermijden, kan bewegen een (gedeeld) alternatief zijn.
- Bij episodische migraine kan aerobe inspanning – denk aan stevig wandelen, fietsen, joggen – leiden tot minder migraine-dagen.
- Beweging kan ook zorgen voor minder pijn tijdens aanvallen of voor kortere duur, al is het bewijs daarvoor minder sterk.
- Bovendien draagt het bij aan de algemene gezondheid: minder sedentair gedrag, beter uithoudingsvermogen, cardiovasculaire gezondheid, mentale veerkracht, etc.
Hoe begin je op een verantwoorde manier?
Niet iedereen is hetzelfde, en wat voor de één werkt, is voor de ander niet ideaal. Hier zijn wat praktische tips:
- Begin langzaam en bouw op
Als (intensief) bewegen je vroeger een migraine-opstoot bezorgde, ga dan behoedzaam van start. Je kunt eerst kortere duur, lagere intensiteit proberen, en langzaam opbouwen. - Warming-up & cooling-down zijn belangrijk
Een uitgebreide opwarming vooraf (minimaal 15 minuten) helpt het lichaam voor te bereiden, zodat overbelasting wordt geminimaliseerd. Na inspanning is afkoelen ook nuttig. - Let op triggers
Denk aan uitdroging, te weinig eten (bloedsuikerdalingen), plots stijgend stressniveau. Deze kunnen beweging in verband brengen met migraineaanvallen — dus vermijd ze waar mogelijk. - Luister naar je lichaam en respecteer grenzen
Als een bepaalde activiteit pijn of klachten uitlokt, pas die aan. Soms is rust beter. Overleg met je arts of specialist als je gezondheidsproblemen hebt (hart-/vaatziekten, hoge bloeddruk, etc.). - Zoek hulp of ondersteuning indien nodig
Een beweegcoach kan helpen een persoonlijk plan uit te denken, met haalbare doelen, motivatie en opvolging.
Wil je graag onder professionele begeleiding meer bewegen?
Dat kan met ons “Terug-fit” programma.
Onze Personal trainer en Mentaal-en beweegcoach staan voor je klaar!
Hittegolf en gezondheid
Wanneer het kwik stijgt, heeft je lichaam meer moeite om af te koelen. Ouderen, jonge kinderen en mensen met een chronische aandoening zijn extra kwetsbaar voor de gevolgen van hitte. Maar ook wie gezond is, doet er goed aan om het hoofd én lichaam koel te houden.
Met deze tips blijf je fris en gezond, ook als het puffen geblazen is:
Drink veel water
Liefst niet gekoeld en minstens 2 l per dag. Met de hitte zweet je meer en dat moet gecompenseerd worden, anders droog je uit. De eerste tekenen van uitdroging zijn: donkere urine, constipatie, droge huid, lippen en mond, daarna volgen hoofdpijn en misselijkheid.
IJskoude dranken laten de lichaamstemperatuur plots dalen, waardoor je lichaam de verwarming aan zet en dan krijg je het nog warmer… Lauwwarme dranken zoals (kruiden- of vruchten-) thee of soep doen precies het tegenovergestelde. Drink dus iets warms om af te koelen.
Drink geen gesuikerde dranken, suiker zorgt voor meer energie in je lichaam waardoor je het weer warm krijgt.
Eet kleine porties licht verteerbare voeding
Hierdoor moet je lichaam niet op volle toeren werken om je voeding te verbranden. Laat je eten ietwat afkoelen of maak een lekkere frisse salade. Denk aan Komkommer, yoghurt, courgette, tomaten, een koude rijstsalade of pastasalade en lauwe soep.
Eet fruit
Door het zweten verlies je niet alleen vocht, maar ook cruciale zouten en die moeten aangevuld worden. De beste vrucht hiervoor is de watermeloen. Maar ook appel, mango, aardbeien, frambozen, blauwe bessen en zwarte bessen zijn uitstekend afkoelvoedsel. Ook meergranenbrood of (lauwe) soep zijn goede zoutleveranciers. Er is dus geen enkele reden om naar de gezouten nootjes of chips te grijpen want daar krijg je het alleen maar warm van omdat je lichaam veel meer moeite moet doen om deze te verteren.
Verkoel jezelf
Draag luchtige kleding, die gemaakt is van natuurlijke en luchtige stof zoals katoen en linnen. Blijf uit de zon, beter nog: blijf binnen. Zet een paar bevroren flessen water voor je ventilator. Leg een koud washandje in je nek en neem een lauw voetbad of hou je polsen even onder de lauwe kraan. Gebruik een kruik met ijskoud water om je bed af te koelen of leg je hoofdkussen even in de diepvriezer.
Het is geen goed idee om nu even de strijk te doen.
Houd je huis koel
Houd het overdag volledig afgesloten, zodat de warmte niet naar binnen kan. Wanneer het 's avonds af begint te koelen en de buitentemperatuur onder de temperatuur van binnen zakt, kun je het beste de ramen en luiken openzetten om het huis af te koelen.
Ga overdag niet uitgebreid koken of bakken. Ook deze hitte blijft in je huis hangen. Want als je huis in de zomer opgewarmd is tot een bepaalde temperatuur, zal het die warmte nog lange tijd vasthouden.
Blijf uit de zon
Tijdens een hittegolf is het overdag beter binnen dan buiten. Tusen 11u en 17u blijf je best binnen of in de schaduw.
Houd een siësta tijdens de heetste uren van de dag
Hoe minder lichamelijke inspanning, hoe beter. Sporten doe je beter ‘s morgens vroeg. Het koudste moment van de dag ligt rond 4-5u ‘s ochtends.
Blijf kalm
Je ergeren en opwinden over de hitte helpt je niet om af te koelen. Door je op te winden verhoog je je hartslag en raak je gestrest. Hierdoor jaag je de lichaamstemperatuur dus nog meer op.
Blijf luisteren naar je lichaam. Krijg je last van duizeligheid, misselijkheid of sufheid?
Zoek een koele plek op, drink water en rust. Bij twijfel: raadpleeg je huisarts.
Cholesterol
Cholesterol is een vetachtige stof die in je lichaam voorkomt en die je ook via voeding binnenkrijgt. Je lichaam heeft cholesterol nodig om goed te functioneren: het is onder andere een bouwstof voor cellen en hormonen. Maar te veel cholesterol in je bloed kan je bloedvaten beschadigen en je risico op hart- en vaatziekten verhogen.
Het gaat dus om balans: genoeg cholesterol om je lichaam te laten werken, maar niet te veel om schade te voorkomen.
Er is “goede” en “slechte” cholesterol
- LDL-cholesterol wordt vaak de slechte genoemd. Te veel LDL kan zich vastzetten aan de wanden van je bloedvaten en daar voor vernauwingen zorgen.
- HDL-cholesterol wordt de goede genoemd. Deze helpt om overtollige cholesterol uit je bloedvaten weg te halen en terug naar de lever te brengen, waar het wordt afgebroken.
Daarnaast heb je ook triglyceriden, een ander soort vet in je bloed. Te hoge waarden kunnen het risico op hartziekten nog extra verhogen.
Hoe weet je of je cholesterol te hoog is?
Je voelt niets van een hoge cholesterol. Het geeft geen klachten. De enige manier om het te weten is via een bloedonderzoek. Daarom is het belangrijk om je cholesterolwaarde regelmatig te laten controleren, zeker als je:
- ouder bent dan 40
- rookt
- overgewicht hebt
- weinig beweegt
- een hoge bloeddruk of suikerziekte hebt
- hart- en vaatziekten voorkomen in je familie
Wat kan je zelf doen om je cholesterol gezond te houden?
Gezonde voeding
- Beperk verzadigde vetten, zoals in vet vlees, boter, room, kaas, koeken en snacks.
- Kies vaker voor onverzadigde vetten, zoals in plantaardige oliën, noten, vette vis, avocado…
- Eet voldoende vezels, zoals in groenten, fruit, volkoren granen en peulvruchten: die helpen om LDL-cholesterol te verlagen.
- Let op met suikers en alcohol, want die kunnen je triglyceriden doen stijgen.
Beweeg regelmatig
Dagelijks bewegen verbetert je vetstofwisseling, verhoogt je HDL (goede cholesterol) en helpt je op een gezond gewicht te blijven.
Stoppen met roken
Roken verlaagt je HDL-cholesterol en beschadigt je bloedvaten. Stoppen is dus een van de beste dingen die je kan doen voor je hartgezondheid.
Streef naar een gezond gewicht
Ook een paar kilo minder kan je cholesterolwaarde al gunstig beïnvloeden.
Laat je opvolgen
Een gezonde cholesterol is geen doel op zich, maar een deel van het grotere plaatje: een gezonde levensstijl, een sterk hart en een lang, vitaal leven. Maar soms volstaat een gezonde levensstijl niet. Dan kan je arts cholesterolverlagende medicatie voorstellen, zeker als je al risicofactoren hebt voor hart- en vaatziekten.
Heb je vragen over je cholesterol, of wil je je waarden laten checken? Neem contact op met je huisarts.
Angst & paniek
Angst is op zich geen vijand. Het is net een waardevol beschermingsmechanisme dat je helpt om te overleven. Stel je voor: je loopt in het bos en er stormt een wild dier op je af. Je lichaam reageert bliksemsnel: je hartslag schiet omhoog, je spieren spannen zich op, je adem versnelt. Dankzij die reactie kan je weglopen of jezelf verdedigen. Angst redt levens.
Maar in onze moderne maatschappij zijn er zelden nog wilde dieren. In plaats daarvan worden we geconfronteerd met deadlines, conflicten, prestatiedruk, financiële zorgen, onzekerheid, … En voor die dingen kan je niet zomaar weglopen. Je lichaam reageert nog steeds alsof er gevaar dreigt, maar er is geen fysieke uitweg. Dat zorgt voor een vorm van angst die blijft hangen, we noemen dit chronische angst.
En daar kan jeziek van worden.
Hoe herken je angstklachten?
Angst uit zich op verschillende manieren. Enkele signalen zijn:
- je voelt je gespannen of onrustig, ook zonder duidelijke reden
- je piekert veel of je bedenkt telkens doemscenario’s
- je hebt last van hartkloppingen, zweten, duizeligheid, ademnood
- je slaapt slecht, bent prikkelbaar of vermijdt bepaalde situaties
- je voelt je snel overprikkeld of overspoeld
Een paniekaanval kan je overvallen als een golf. Je lichaam slaat alarm: een bonzend hart, tintelingen, ademnood, het gevoel flauw te vallen of zelfs dood te gaan. Dat is beangstigend, maar niet gevaarlijk. Je lichaam probeert je te beschermen, alleen is het alarm op dat moment vals.
Angst is normaal, maar het mag je leven niet overheersen
Iedereen is wel eens bang, dat is gezond en menselijk. Maar als de angst te vaak opduikt of te sterk wordt, beïnvloedt ze je dagelijks leven. En dan is het belangrijk om hulp te zoeken. Je hoeft hier niet alleen doorheen.
Wat kan helpen?
Praat erover. Zeggen “ik voel me angstig” is al een eerste stap. Je hoeft je er niet voor te schamen. Angst komt vaker voor dan je denkt.
Begrijp je angst. Weten wat er in je hoofd en lichaam gebeurt, geeft rust. Angst is geen teken van zwakte, maar een systeem dat wat te veel op scherp staat.
Adem en beweeg. Rustige ademhaling, wandelen of zachte beweging helpt je zenuwstelsel te kalmeren. Ook yoga of mindfulness kan ondersteunen.
Vraag hulp. Soms zit angst diep of is angst een gevolg van trauma, en is er professionele hulp nodig. Dat kan via gesprekstherapie, cognitieve gedragstherapie of EMDR. Samen werk je stap voor stap aan je herstel.
Angst bij kinderen en jongeren
Ook kinderen kunnen last hebben van angst, al tonen ze dat soms anders: buikpijn, niet willen slapen, weigeren om naar school te gaan, niet-wenselijk gedrag vertonen, zich vastklampen aan ouders… Neem hun signalen serieus. Tijdig ondersteunen kan veel verschil maken.
Angst vraagt geen oordeel, maar zorg
Angst is een alarmsignaal dat gehoord wil worden. Niet om je tegen te houden, maar om je te beschermen.
Leer het begrijpen en weet dat er hulp is. Je hoeft hier niet alleen in te staan. In onze praktijk luisteren we graag naar jouw verhaal, en zoeken we samen naar rust en houvast.
Rouwverwerking
Rouw is de keerzijde van liefde. Als we iemand verliezen die ons dierbaar is, rouwen we omdat het gemis diep zit. Rouwen is niet alleen iets wat je doet bij overlijden, maar ook bij andere vormen van verlies, zoals een scheiding, een miskraam, het verlies van gezondheid, het verlies van een huisdier, het verlies van en bepaald toekomstbeeld, bij verhuizing of zelf bij het besef dat je ouder wordt.
Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier. Er bestaat geen vaste handleiding of tijdlijn. En dat is oké.
Hoe voelt rouw?
Rouw kan zich uiten op veel verschillende manieren:
- verdriet, boosheid, schuldgevoel of ongeloof
- vermoeidheid, slaapproblemen of lichamelijke klachten
- moeite om je te concentreren of beslissingen te nemen
- je leeg of verdoofd voelen
- het gevoel ‘vast’ te zitten of niet vooruit te geraken
Soms lijkt het alsof de wereld gewoon doordraait, terwijl die van jou is stilgevallen.
Wat kan helpen?
Sta jezelf toe om te voelen wat er is. Rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is iets wat geleefd wil worden. Geef jezelf tijd, en vooral: mildheid.
Praat erover. Of je nu een babbeltje doet met een goede vriend, een vertrouwenspersoon, je huisarts of therapeut, delen maakt het vaak wat draaglijker. Je hoeft het niet alleen te dragen.
Creëer rituelen of herinneringsmomenten. Een kaarsje aansteken, een brief schrijven, een foto bij je dragen, of even op het favoriete plekje van je dierbare zitten. Kleine rituelen kunnen troost geven.
Wees zacht voor jezelf. Zorg goed voor je lichaam. Eet gezonde voeding, beweeg voldoende, neem ook rust, huil en lach. Alles op jouw tempo. Niets moet, alles mag.
Zoek lotgenoten als je daar nood aan hebt. Er bestaan rouwgroepen of andere initiatieven waar mensen elkaar vinden in gelijkaardige ervaringen. Je hoeft je verhaal niet honderd keer uit te leggen, het mag er gewoon zijn.
Rouwen is normaal. Maar soms is extra steun nodig.
Blijf je vastzitten in je verdriet? Lukt het niet meer om je dagelijks leven op te nemen? Of voel je je verdoofd en leeg, ook na lange tijd? Dan is het oké om hulp te zoeken.
Je hoeft niet te wachten tot je ‘het niet meer aankan’. Praten kan ook preventief zijn. In onze praktijk luisteren we graag. Met aandacht en zonder oordeel.
Slaapapneu en snurken
Veel mensen snurken, en meestal is dat onschuldig. Maar soms wijst snurken op iets ernstigers, namelijk slaapapneu. Dat is een aandoening waarbij de ademhaling tijdens de slaap tijdelijk stopt. Het komt vaker voor dan je zou denken, en blijft soms jarenlang onopgemerkt.
Wat is slaapapneu?
Bij slaapapneu stopt je ademhaling meerdere keren per nacht voor een korte tijd (meestal 10 tot 30 seconden). Die pauzes worden veroorzaakt doordat de luchtweg tijdelijk blokkeert. Je lichaam schrikt wakker, meestal zonder dat je het bewust merkt, en je ademhaling hervat zich weer. Dit kan tientallen keren per uur gebeuren.
Die verstoringen zorgen ervoor dat je slaap van mindere kwaliteit is, ook al heb je het gevoel dat je een volledige nacht hebt geslapen.
Typische klachten
- Luid snurken, vaak onderbroken door ademstops
- Extreme vermoeidheid overdag
- Moeilijk wakker worden
- Hoofdpijn in de ochtend
- Droge mond of keelpijn bij het ontwaken
- Prikkelbaarheid of concentratieproblemen
- Slaperigheid tijdens rustige bezigheden (zoals tv kijken of autorijden)
Mensen met slaapapneu beseffen vaak zelf niet dat ze ’s nachts stoppen met ademen. Vaak is het een partner die het eerst iets opmerkt.
Wat zijn de risico’s?
Slaapapneu is niet alleen vervelend, het heeft ook gevolgen voor de gezondheid. Mensen met onbehandelde slaapapneu hebben een verhoogd risico op:
- Hoge bloeddruk
- Hart- en vaatziekten
- Diabetes type 2
- Overgewicht
- Slaapongevallen (bv. in het verkeer door slaperigheid overdag)
Oorzaken en risicofactoren
- Overgewicht of een dikke nek
- Roken en alcoholgebruik
- Neusverstopping
- Ouderdom (komt vaker voor vanaf 40+)
- Erfelijke aanleg
- Bij kinderen: grote keel- of neusamandelen
Wat kan je doen?
Als je vermoedt dat je slaapapneu hebt, praat er dan over met je huisarts. Die kan je doorverwijzen voor verder onderzoek, meestal via een slaaponderzoek (polysomnografie of slaaptest). Daarbij wordt 's nachts je ademhaling, hartritme en zuurstofgehalte in het bloed gemeten.
Behandeling
De behandeling hangt af van de ernst van de apneu. Mogelijkheden zijn:
- Leefstijlaanpassingen: afvallen, stoppen met roken, vermijden van alcohol
- CPAP-apparaat: een masker dat 's nachts lucht inblaast en zo de luchtwegen openhoudt
- MRA-beugel: een mondstuk dat de onderkaak iets naar voren duwt tijdens het slapen
- Operatie: in sommige gevallen worden keelamandelen of andere obstructies verwijderd
En snurken?
Snurken zonder ademstops is meestal onschuldig, maar kan toch hinderlijk zijn – vooral voor de partner. Soms helpt het al om:
- Op je zij te slapen in plaats van op je rug
- Alcohol te vermijden ’s avonds
- Gewicht te verliezen
- Beter te leren ademen via de neus
Als het snurken heel luid is of gepaard gaat met vermoeidheid overdag, laat je dan zeker eens onderzoeken om slaapapneu uit te sluiten.
Slaap hoort verkwikkend te zijn. Merk je dat je ondanks voldoende slaap toch moe blijft? Heb je last van snurken of slaap je onrustig? Bespreek het dan gerust met je huisarts.
Gezond op reis: tips voor vertrek
Op reis gaan is heerlijk: nieuwe plekken ontdekken, genieten van de natuur of cultuur, even helemaal uit je gewone routine stappen. Maar… een reis vraagt ook wat voorbereiding als je je gezondheid niet uit het oog wil verliezen. Of je nu een citytrip doet, een avontuurlijke rondreis maakt of een weekje aan zee plant — met een goede voorbereiding vertrek je zorgelozer.
Handige gezondheidstips vóór je vertrekt
1. Check je reisbestemming
Is je bestemming in Europa of daarbuiten? Zijn er specifieke gezondheidsrisico’s of aanbevolen vaccinaties? Voor info over vaccinaties en gezondheidsadvies per land, sufrt naar: www.itg.be.
2. Breng je vaccinaties in orde
- Voor sommige landen zijn vaccinaties verplicht (bv. gele koorts).
- Anderen zijn aangeraden, zoals hepatitis A, DTP (difterie, tetanus, polio) of buiktyfus.
Maak bij voorkeur 4 tot 6 weken voor je vertrek een afspraak bij je huisarts of een erkend reisklimaatcentrum.
3. Vraag een medisch paspoort aan (indien nodig)
- Neem je medicatie voor een chronische aandoening?
- Heb je allergieën, diabetes of een andere medische aandoening?
Vraag aan je arts een overzicht van je medische situatie in het Engels (bv. voor op luchthavens of bij spoedzorg).
4. Stel een reisapotheek samen
- Koortswerende middelen (bv. paracetamol)
- Middel tegen reisziekte
- Middel tegen diarree / ORS (voor uitdroging)
- Muggenmelk met DEET
- Zonnecrème en aftersun
- Pincet, pleisters, ontsmettingsmiddel
- (Reserve)medicatie die je dagelijks nodig hebt
- ...
Vergeet je voorschriften of medicatiebewijs niet (zeker voor medicatie onder de verdovingswet zoals sterke pijnstillers of ADHD-medicatie).
5. Zorg voor de juiste reisverzekering
- Kijk na of je ziektekosten in het buitenland gedekt zijn, zeker bij verre reizen.
- Neem eventueel een extra verzekering voor repatriëring of hospitalisatie.
Vergeet je Europese ziekteverzekeringskaart niet voor reizen binnen Europa.
6. Let op voedsel en drinkwater
Vooral buiten Europa is het belangrijk om:
- geen kraantjeswater te drinken (ook niet voor tandenpoetsen!)
- geen ijsblokjes te gebruiken
- eten goed te verhitten
- rauwe producten (zoals salades of rauw vlees/vis) te vermijden
Pel zelf fruit en eet bij voorkeur warm, vers bereid eten.
7. Pas je aan aan het klimaat
- Bescherm je huid met zonnecrème (minstens factor 30).
- Draag een hoed of pet en blijf uit de zon tussen 12u en 15u.
- Drink voldoende water, ook als je geen dorst hebt.
- Let op bij extreme koude of hoogteverschillen: geef je lichaam tijd om aan te passen.
8. Denk ook aan je mentaal welzijn
Reizen is vaak ontspannend, maar een andere omgeving, jetlag of cultuurshock kunnen ook stress veroorzaken. Geef jezelf tijd om te acclimatiseren en durf te pauzeren. Reisplezier is geen to-do-lijstje, maar een ervaring.
9. Reis met kinderen?
- Vraag bij je arts extra advies over vaccinaties of medicatie op maat.
- Denk aan oordoppen voor in het vliegtuig, kindvriendelijke zonnecrème, ORS of eventueel anti-muggennetten.
10. Tot slot: bereid je lichaam voor
- Rust goed uit voor je vertrekt.
- Neem op tijd je vaccinaties of preventieve medicatie (bv. malariapillen).
- Bouw medicatie-inname op als dat vereist is.
- Zorg dat je lichaam uitgerust en gehydrateerd is bij vertrek.
Een goede voorbereiding is het halve werk. Zo kan jij volop genieten van je reis, zonder zorgen om je gezondheid. Heb je twijfels of medische vragen? Neem tijdig contact op met je huisarts of apotheker.
Vegan of vegetarisch eten: waar moet je op letten?
Steeds meer mensen kiezen ervoor om minder vlees te eten, of zelfs helemaal vegetarisch of veganistisch te leven. Of je dat nu doet voor het milieu, je gezondheid, het dierenwelzijn of gewoon omdat je er bewust over nadenkt: een goed uitgebalanceerd plantaardig voedingspatroon kan perfect gezond zijn.
Maar… het is wél belangrijk om met een paar dingen rekening te houden.
Wat is het verschil tussen vegetarisch en veganistisch?
- Vegetariërs eten geen vlees, gevogelte of vis. Sommigen eten wél zuivelproducten, eieren of honing.
- Veganisten vermijden alle dierlijke producten, dus ook melk, kaas, yoghurt, eieren, honing en gelatine.
Waar moet je op letten?
Een goed samengestelde plantaardige voeding bevat alle nodige voedingsstoffen, maar sommige voedingsstoffen vragen extra aandacht:
1. Eiwitten
Nodig voor je spieren, cellen en afweer.
Goede plantaardige bronnen: peulvruchten (linzen, kikkererwten, bonen), tofu, tempeh, seitan, noten, zaden, volkoren granen, soja(drink), havermout.
2. Vitamine B12
Komt uitsluitend voor in dierlijke producten.
Veganisten moeten een supplement nemen of producten gebruiken waaraan B12 is toegevoegd (zoals sommige plantaardige drinks of vleesvervangers).
Vegetariërs die regelmatig eieren en melk gebruiken, krijgen doorgaans genoeg binnen, maar ook zij mogen hun bloedwaarden af en toe laten controleren.
3. Ijzer
Plantaardig ijzer wordt minder goed opgenomen dan dierlijk ijzer.
Zorg voor voldoende ijzerrijke voeding: volkorenbrood, peulvruchten, noten, zaden, groene bladgroenten. Combineer dit met vitamine C (bv. een stuk fruit of wat paprika bij de maaltijd), dat helpt de opname.
4. Calcium
Belangrijk voor je botten en tanden.
Kies voor met calcium verrijkte plantaardige melkproducten (sojadrink, amandeldrink…) en eet regelmatig sesamzaad, tahin, boerenkool, broccoli, tofu, vijgen of amandelen.
5. Vitamine D
Belangrijk voor botten en spieren.
Vitamine D zit vooral in dierlijke producten en wordt ook door je huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. Extra supplementen kunnen nodig zijn, zeker in de winter. Bespreek dit met je huisarts.
6. Omega-3 vetzuren
Goed voor hart en hersenen.
Plantaardige bronnen zijn lijnzaad, chiazaad, walnoten en koolzaadolie. Er bestaan ook vegan omega-3-supplementen op basis van algen.
7. Jodium
Nodig voor een goede werking van je schildklier.
Komt vooral voor in vis en zuivel, maar ook in gejodeerd zout. Let dus op met zoutloze producten of onbewerkte voeding. Zeewier bevat veel jodium, maar ook té veel kan schadelijk zijn. Gebruik met mate.
Vleesvervangers: kies bewust
Niet elke vleesvervanger is automatisch gezond. Sommige zijn sterk bewerkt, bevatten veel zout of te weinig eiwitten.
Goede keuzes zijn: tofu, tempeh, seitan, peulvruchten, eieren (voor vegetariërs), en verrijkte vleesvervangers met voldoende eiwit en B12.
Tip: ga stap voor stap
Je hoeft niet alles ineens om te gooien. Begin bijvoorbeeld met:
- 1 of 2 vegetarische dagen per week
- Vlees vervangen door peulvruchten in je favoriete gerechten
- Plantaardige alternatieven proberen (bv. soja- of haveryoghurt, notendrink, linzenpasta)
Tot slot: laat je begeleiden
Twijfel je of je alles binnenkrijgt? Vraag advies aan een diëtist met ervaring in plantaardige voeding. Zeker voor kinderen, zwangere vrouwen en ouderen is goede opvolging belangrijk.
Alcohol: weet wat je drinkt
Een glaasje wijn bij het eten, een pintje op café, een aperitiefje op een feestje… Alcohol maakt deel uit van onze cultuur. Toch is het goed om stil te staan bij wat alcohol precies met je lichaam doet, en waar de risico’s liggen, ook als je ‘gewoon matig’ drinkt.
Wat gebeurt er in je lichaam als je alcohol drinkt?
Alcohol is een psychoactieve stof: het verandert hoe je je voelt en hoe je lichaam functioneert. Al vanaf het eerste glas beïnvloedt alcohol je hersenen, je concentratie, je coördinatie, je beoordelingsvermogen en je stemming. Het verstoort ook je slaapkwaliteit en je spijsvertering, zelfs als je denkt goed te slapen na een paar glaasjes.
De risico’s van alcohol
- Leveraantasting: je lever heeft tijd nodig om alcohol af te breken. Regelmatig drinken verhoogt de kans op leververvetting, ontsteking en uiteindelijk levercirrose.
- Verhoogd risico op bepaalde kankers, zoals mond-, keel-, slokdarm-, borst- en darmkanker.
- Hoge bloeddruk en hartritmestoornissen
- Psychische klachten: angst, depressie, slaapproblemen
- Verslavingsgevaar: alcohol kan sluipend een gewoonte worden waar je moeilijk vanaf raakt
Hoeveel is "matig" drinken?
Volgens de Gezondheidsraad is het beste advies: liever geen alcohol, maar als je toch drinkt, dan maximum:
- 10 standaardglazen per week
- én niet meer dan 2 glazen per dag
- én minstens twee alcoholvrije dagen per week
Eén standaardglas = 10 gram pure alcohol
Bijvoorbeeld:
- 1 glas bier van 25 cl (5% alcohol)
- 1 glas wijn van 10 cl (12% alcohol)
- 1 aperitief van 7 cl (15% alcohol)
- 1 sterke drank van 3,5 cl (35% alcohol)
Let op: een groot glas wijn of een pint van 50 cl telt dus meer dan één standaardglas.
Wanneer drink je best helemaal geen alcohol?
- Als je zwanger bent of wil worden
- Als je moet autorijden of machines bedienen
- Bij gebruik van bepaalde medicatie
- Als je slaapproblemen, angst of depressieve gevoelens hebt
- Als je minderjarig bent: het lichaam is nog in volle ontwikkeling
- Als er sprake is van verslavingsgevoeligheid (bij jezelf of in je familie)
Tips om bewuster met alcohol om te gaan
- Stel jezelf de vraag: "Waarom drink ik?" (gewoonte, gezelligheid, ontspanning, stress…?)
- Drink niet automatisch bij elke gelegenheid
- Zet eens een periode zonder alcohol in, zoals Tournée Minérale of een alcoholvrije maand
- Probeer lekkere alcoholvrije alternatieven, zoals mocktails, bruiswater met limoen, 0%-bier of thee met verse kruiden
- Spreek met jezelf een weeklimiet af en houd bij wat je drinkt
- Drink langzaam en eet erbij: dat vertraagt de opname van alcohol
Onthoud: Je hoeft niet te stoppen om toch bewust om te gaan met alcohol.
Door af en toe stil te staan bij je gewoontes, neem je de regie over je gezondheid in eigen handen. Je voelt je fitter, slaapt beter, hebt meer energie… én je lichaam zal je dankbaar zijn.
Zit je met vragen of maak je je zorgen over je alcoholgebruik? Praat er gerust over met je huisarts of een hulpverlener. Je staat er niet alleen voor.
Bewegen is leven, elke stap telt
Je hoeft geen sportfanaat te zijn om gezond te blijven. Integendeel: elke beweging telt. Bewegen hoeft niet intensief, moeilijk of vermoeiend te zijn om een positief effect te hebben op je gezondheid. Kleine inspanningen, verspreid over de dag, maken al een groot verschil.
Waarom is bewegen zo belangrijk?
- bewegen houdt je hart en bloedvaten gezond
- het versterkt je botten en spieren
- het verbetert je immuunsysteem
- bewegen helpt bij het behouden van een gezond gewicht
- het heeft een gunstige invloed op je stemming en mentale veerkracht
- bewegen vermindert de kans op chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hoge bloeddruk, sommige kankers en depressie
Iedereen kan gezondheidswinst ervaren door regelmatig licht te bewegen.
Hoeveel moet je bewegen?
Volgens de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad:
- Volwassenen bewegen best minstens 150 minuten per week aan matige intensiteit (zoals stevig wandelen, fietsen, tuinieren…)
- Dit kan bijvoorbeeld door 5 keer per week 30 minuten actief te zijn
- Extra beweging levert nog meer gezondheidsvoordeel op
- Beperk langdurig stilzitten: probeer elk half uur even recht te staan of te stappen
Wat telt als beweging?
Meer dan je denkt! Beweging hoeft niet per se een geplande sportactiviteit te zijn. Alles wat je lichaam in beweging brengt, telt:
- Trap nemen in plaats van de lift
- Te voet of met de fiets naar de winkel of school
- Tuinieren, ramen lappen of stofzuigen
- Dansen in de woonkamer, een blokje om met de hond, een wandeling met een buur
- Spelen met (klein)kinderen, hinkelen, touwspringen
- Een wandeling maken tijdens een telefoongesprek
- Een lunchpauze buiten gebruiken om even te bewegen
Beweging als medicijn
Voor wie zich mentaal minder goed voelt, met stress of somberheid kampt, kan beweging een krachtige hulpbron zijn. Tijdens het bewegen maakt je lichaam endorfines en serotonine aan (stoffen die zorgen voor een gevoel van rust, geluk en voldoening). Je hoeft er geen marathon voor te lopen. Ook een rustige wandeling kan al wonderen doen voor je hoofd.
Maak het haalbaar en leuk
- Kies een vorm van bewegen die bij jou past
- Bouw geleidelijk op: 5 minuten per dag is beter dan niets
- Zoek een beweegmaatje: samen wandelen, fietsen of dansen is leuker én motiverender
- Luister naar muziek, een podcast of de vogels: zo wordt bewegen ontspanning
- Zet kleine doelen: 1000 stappen extra per dag, of 1 halte eerder afstappen
- Leg de lat realistisch: perfectie is niet nodig, ritme wel
Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Maar elke stap telt, letterlijk.
Maak van beweging een deel van je dagelijks leven. Niet omdat het moet, maar omdat het je zoveel geeft. Je lichaam en je hoofd zullen je dankbaar zijn.
Bekijk zeker ook eens de bewegingsdriehoek
Zit je met vragen of lukt bewegen moeilijk door pijn, vermoeidheid of een chronische aandoening? Bespreek het met je huisarts of kinesist. Er bestaan haalbare oplossingen voor elk lichaam en elke situatie.
Gezonde brooddoos voor kinderen
Een goedgevulde brooddoos is meer dan alleen eten. Het is een dagelijkse kans om je kind gezonde gewoontes aan te leren. Wat je meegeeft naar school bepaalt niet alleen hoeveel energie je kind heeft om te spelen en leren, maar ook hoe goed het zich kan concentreren en hoe het zich voelt doorheen de dag.
Maar wat hoort er nu eigenlijk in zo’n gezonde brooddoos? En hoe hou je het haalbaar én lekker?
De 3 bouwstenen van een gezonde brooddoos:
1. Basis: volkoren brood, wraps of granen
Kies bij voorkeur voor volkoren of meergranen brood: dit bevat meer vezels, vitaminen en mineralen dan wit brood. Ook volkoren wraps, pitabroodjes of koude granensalades (zoals couscous, bulgur, volkoren pasta of rijst) kunnen een prima basis vormen.
Tip: Snijd broodjes in hapklare stukjes of gebruik een leuke vormsteker om boterhammen aantrekkelijker te maken voor kleinere kinderen.
2. Beleg met voedingswaarde
Varieer tussen plantaardig en dierlijk beleg. Enkele gezonde opties:
- Plantaardig: hummus, guacamole, notenpasta (zonder toegevoegde suikers), groentespreads, plakjes avocado, falafel
- Dierlijk: kaas (niet te zout), gekookt ei, kipfilet, tonijn, mager vlees, restjes kip of omelet
Vermijd dagelijks bewerkte vleeswaren (zoals salami of paté). Kies die eerder als uitzondering.
3. Groenten en fruit: elke dag een portie
Geef elke dag groenten mee, bijvoorbeeld:
- Schijfjes komkommer, kerstomaatjes, reepjes wortel, paprika, radijsjes, maïskolfjes...
- Koude groentesoep in een thermos is ook een optie in de winter
Ook een stuk fruit (appel, banaan, peer, mandarijn...) of stukjes gemengd fruit in een potje maken het helemaal af.
Tip: Zorg dat alles gesneden is en makkelijk eetbaar — dat verhoogt de kans dat het ook écht wordt opgegeten.
Extra tips:
- Drinkwater is de beste dorstlesser. Geef bij voorkeur een drinkfles met kraantjeswater mee.
- Vermijd suikerrijke drankjes (fruitsap, limonade, chocomelk): deze leveren veel suiker en weinig voedingswaarde.
- Vermijd ook koekjes, snoep of chocolade in de brooddoos. Bewaar die voor speciale gelegenheden.
Laat je kind mee kiezen
Betrek je kind bij het kiezen en klaarmaken van de brooddoos. Kinderen vinden het leuk om inspraak te hebben en zijn sneller geneigd om iets op te eten als ze het zelf mee hebben gekozen of klaargemaakt.
Voorbeeld van een gezonde brooddoos:
- Volkoren boterhammen met hummus en plakjes komkommer
- Rauwkost: wortelstaafjes en kerstomaten
- Fruit: een gesneden appel met wat citroensap tegen het verkleuren
- Drank: water in een hervulbare drinkfles
Een gezonde brooddoos hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met een beetje variatie en planning geef je je kind alles wat het nodig heeft om vol energie door de schooldag te gaan!
Ook de voedingsdriehoek kan je op weg helpen.
Wil je weten wat en hoeveel kinderen best eten?
Lees het op de website van Gezond Leven
Heb je vragen over gezonde voeding of zit je met twijfels over wat goed is voor jouw kind? Contacteer een diëtist.
Koorts bij kinderen: Wat is normaal? Wanneer moet je je zorgen maken?
Het is vaak even schrikken als je kindje gloeiend heet aanvoelt. Toch is koorts meestal een gezonde reactie van het lichaam op een infectie. Het is een teken dat het afweersysteem goed werkt.
Maar hoe weet je wanneer het onschuldig is en wanneer je best hulp zoekt?
Wat is koorts?
We spreken van koorts bij kinderen als de lichaamstemperatuur 38°C of hoger is. Tussen 37,5°C en 38°C spreken we van verhoging.
Bij kinderen wordt koorts meestal veroorzaakt door onschuldige virale infecties zoals een verkoudheid of griep. De koorts gaat spontaan voorbij binnen enkele dagen.
Bij welke symptomen kan je rustig thuis afwachten?
- Je kindje drinkt goed, plast regelmatig en blijft reageren zoals anders
- Je kindje heeft wel koorts, maar is alert, speelt of lacht nog af en toe
- De koorts duurt minder dan 3 dagen
- Je kindje is ouder dan 3 maanden en verder gezond
Koorts moet niet altijd naar beneden gehaald worden. Enkel als je kind zich echt ziek voelt of pijn heeft, mag je iets geven zoals paracetamol. Let daarbij op de juiste dosis en toedieningsvorm (zetpil of siroop), afhankelijk van de leeftijd en het gewicht van je kindje.
Wanneer moet je wel contact opnemen met de arts?
Bel de huisarts of wachtpost in deze situaties:
- Je baby is jonger dan 3 maanden en heeft koorts
- De koorts bij je kindje duurt langer dan 3 dagen
- Je kindje is slomer dan anders, moeilijk wakker te krijgen, of reageert niet goed
- Je kindje weigert te drinken of plast duidelijk minder dan normaal
- Je merkt snelle ademhaling of moeite met ademen
- Er verschijnen vlekjes of paarse puntjes op de huid die niet verdwijnen als je erop duwt
- Je kindje huilt ontroostbaar, of heeft een huil die anders klinkt dan normaal
- Er treden stuipen (koortsstuipen) op (dit ziet eruit als schokken of stijf worden van het lichaam)
Tips bij koorts
- Zorg voor rust en laat je kindje uitzieken
- Lichte kleding en een fris kamertje zijn beter dan inpakken onder dikke dekens
- Drinken aanbieden is belangrijk: water, melk of (bij oudere kinderen) wat verdund fruitsap
- Geef geen antibiotica tenzij voorgeschreven: koorts is meestal viraal en gaat vanzelf over
Tot slot
Koorts is op zich geen ziekte, maar een symptoom. Bij de meeste kinderen is het onschuldig en genezen ze vanzelf. Vertrouw op je buikgevoel: als je je zorgen maakt, twijfel dan niet om contact op te nemen met je huisarts. Ouders kennen hun kind het best.
Heb je vragen of twijfels? Contacteer je huisarts.
Burn-out: signalen en zelfzorg
Opgebrand zijn is geen zwakte,
maar een alarmsignaal van je lichaam.
Burn-out is geen modewoord. Het is een reëel probleem dat ontstaat wanneer je lange tijd te veel hooi op je vork neemt en te weinig herstelt. Het kan iedereen overkomen: jong of oud, werkend of thuisblijvend, zorgend of zelfstandig. Het is belangrijk om de signalen te herkennen en op tijd in te grijpen.
Wat is een burn-out?
Een burn-out is een toestand van mentale, fysieke en emotionele uitputting. Je lichaam en geest kunnen het tempo niet meer volgen. Je loopt als het ware leeg. Waar je vroeger energie van kreeg, voelt nu als een zware opdracht. Vaak zijn er maanden, soms jaren van overbelasting aan voorafgegaan.
Mogelijke signalen van burn-out
De symptomen verschillen van persoon tot persoon, maar vaak zien we volgende signalen:
Lichamelijk
- Constante vermoeidheid, zelfs na een goede nachtrust
- Slaapproblemen
- Hoofdpijn, spierpijn, maag- of darmklachten
- Hartkloppingen, benauwdheid of druk op de borst
- Verhoogde gevoeligheid voor prikkels (licht, geluid, drukte)
Emotioneel en mentaal
- Gevoel van leegte of onverschilligheid
- Prikkelbaarheid of huilbuien zonder duidelijke aanleiding
- Angstgevoelens of paniek
- Concentratie- of geheugenproblemen
- Verminderde zelfwaardering of schuldgevoelens
Gedrag
- Zich terugtrekken uit sociale contacten
- Steeds meer fouten maken
- Moeite om beslissingen te nemen
- Minder initiatief nemen
- Niet meer kunnen genieten van ontspanning of vrije tijd
Wat kan je zelf doen?
Burn-out vraagt om herstel, geen extra inspanning. Hieronder enkele eerste stappen die je zelf kan zetten:
1. Erken wat er is
Doe niet alsof alles wel meevalt. Herken en erken dat je over je grenzen bent gegaan. Dit is geen teken van zwakte, maar van menselijkheid.
2. Praat erover
Blijf er niet alleen mee zitten. Praat met iemand die je vertrouwt: je partner, een vriend(in), een collega of je huisarts. Alleen al uitspreken wat je voelt, kan opluchten.
3. Las pauzes in
Gun jezelf rustmomenten, zowel mentaal als fysiek. Dit wil niet zeggen dat je niets mag doen, maar wel dat je bewust tijd maakt voor herstel: een wandeling, een rustig boek, muziek, ademhalingsoefeningen, …
4. Stel grenzen
Leer om ‘nee’ te zeggen zonder schuldgevoel. Dat is niet egoïstisch, dat is zelfzorg. Luister naar je lichaam en geest: voel je dat iets te veel wordt, trek dan tijdig aan de rem.
5. Zoek professionele hulp
Burn-out gaat zelden vanzelf over. Wacht niet tot je helemaal blokkeert. Je huisarts is een goede eerste stap: die kan samen met jou de situatie inschatten en indien nodig een verwijzing geven naar een psycholoog, coach of andere zorgverlener.
Herstel vraagt tijd
Burn-out herstel je niet met een weekje vakantie of een goed gesprek. Het vraagt tijd, mildheid en stap voor stap leren anders om te gaan met jezelf en je omgeving. Maar herstel is mogelijk. En je hoeft het niet alleen te doen.
Zit je met vragen of herken je jezelf in bovenstaande signalen? Aarzel niet om contact op te nemen met je huisarts.
Bevolkingsonderzoeken in Vlaanderen
In Vlaanderen worden drie bevolkingsonderzoeken georganiseerd om bepaalde vormen van kanker vroegtijdig op te sporen:
- borstkanker
- dikkedarmkanker
- baarmoederhalskanker
Door deel te nemen aan deze onderzoeken kunnen kankers in een vroeg stadium opgespoord worden, nog vóór je klachten hebt. Dat verhoogt de kans op een succesvolle behandeling en verkleint de kans op ernstige gevolgen.
Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
- Voor vrouwen van 50 tot en met 69 jaar
- Om de 2 jaar ontvang je automatisch een uitnodiging
- Je kan terecht in een erkend mammografisch centrum voor een gratis mammografie
Een mammografie is een röntgenfoto van de borsten. Hiermee kunnen afwijkingen opgespoord worden die je zelf nog niet voelt. Vroeg opsporen betekent ook: minder ingrijpende behandelingen en meer kans op genezing.
Bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker
- Voor vrouwen én mannen van 50 tot en met 74 jaar
- Om de 2 jaar krijg je thuis een gratis stoelgangtest toegestuurd
Je stuurt het staal op naar het labo in de voorziene enveloppe. Als er bloed in de stoelgang wordt gevonden (dat je met het blote oog niet ziet), word je uitgenodigd voor verder onderzoek, meestal via een kijkonderzoek van de darmen (coloscopie). Ook hier geldt: hoe vroeger ontdekt, hoe beter behandelbaar.
Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker
- Voor vrouwen van 25 tot en met 64 jaar
- Je wordt om de 3 jaar uitgenodigd om een uitstrijkje te laten nemen bij je huisarts of gynaecoloog
Een uitstrijkje is een eenvoudig en pijnloos onderzoek waarbij cellen van de baarmoederhals worden afgenomen om na te gaan of er afwijkingen zijn. Baarmoederhalskanker ontstaat meestal door een langdurige besmetting met HPV. Vroege opsporing voorkomt in veel gevallen dat deze afwijkingen evolueren naar kanker.
Waarom deelnemen?
✔ De onderzoeken zijn gratis
✔ Je ontvangt automatisch een uitnodiging via de post
✔ Vroegtijdige opsporing redt levens
✔ De onderzoeken zijn eenvoudig, snel en betrouwbaar
Vragen of hulp nodig?
Heb je een uitnodiging gekregen maar twijfel je of je moet deelnemen? Of heb je geen brief ontvangen maar denk je dat je in aanmerking komt? Spreek erover tijdens je volgend doktersbezoek.
Meer info vind je ook op de officiële website:
www.bevolkingsonderzoek.be
HPV-vaccinatie (humaan papillomavirus)
HPV staat voor het humaan papillomavirus, een zeer besmettelijk virus dat bij zowel vrouwen als mannen verschillende vormen van kanker kan veroorzaken. De besmetting verloopt meestal via seksueel contact, maar het virus kan ook overgedragen worden via huid-op-huidcontact in de genitale zone.
De meeste mensen merken hier niets van en genezen vanzelf, maar in sommige gevallen blijft het virus aanwezig in het lichaam en kan het op termijn aanleiding geven tot kanker.
Wat zijn de risico’s van HPV?
Het HPV-virus kan leiden tot:
- Baarmoederhalskanker
- Vagina-, schaamlip-, penis- en anuskanker
- Keel- en mondkanker
Sommige types HPV veroorzaken ook genitale wratten, die erg besmettelijk maar gelukkig goedaardig zijn.
Wie komt in aanmerking voor het vaccin?
Het HPV-vaccin is het meest doeltreffend vóór het eerste seksueel contact, wanneer er nog geen besmetting is opgetreden. Daarom wordt het vaccin in Vlaanderen gratis aangeboden aan meisjes en jongens in het eerste jaar secundair onderwijs via het CLB. Wie deze vaccinatie gemist heeft, kan dit nog inhalen tot de leeftijd van 18 jaar – ook volledig terugbetaald.
HPV is geen "meisjesvirus". Jongens kunnen ook besmet raken, het virus overdragen én zelf ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen. Door ook jongens te vaccineren, zorgen we voor een betere groepsimmuniteit en minder verspreiding van het virus.
Voor volwassenen is vaccinatie ook mogelijk, al is het dan niet altijd meer volledig gratis. Hoe jonger je je laat vaccineren, hoe beter de bescherming.
Is het vaccin veilig?
Ja. Het HPV-vaccin wordt wereldwijd al jarenlang gebruikt en is uitgebreid getest. De bijwerkingen zijn doorgaans mild, zoals pijn of roodheid op de prikplaats of lichte koorts. De voordelen op lange termijn wegen ruimschoots op tegen de mogelijke ongemakken op korte termijn.
Heb je vragen over de HPV-vaccinatie of wil je weten of je nog in aanmerking komt? Neem dan gerust contact op met je huisarts.
Griepvaccin: voor wie, wanneer en waarom?
Elke herfst en winter krijgen duizenden mensen te maken met griep. Voor sommigen is het een paar dagen uitzieken, maar voor anderen kan griep leiden tot ernstige complicaties zoals longontsteking of ziekenhuisopname.
Gelukkig is er een veilig en doeltreffend vaccin dat je beschermt.
Voor wie is het griepvaccin aanbevolen?
De Hoge Gezondheidsraad beveelt het vaccin sterk aan voor:
✅ 65-plussers
✅ Mensen met chronische aandoeningen
✅ Zwangere vrouwen
✅ Mensen met een verzwakt immuunsysteem
✅ Gezondheidswerkers en zorgverleners
✅ Mensen die samenleven met personen uit deze groepen
Werk je met kwetsbare personen of ben je zelf wat vatbaarder? Dan is vaccinatie een eenvoudige manier om jezelf én anderen te beschermen.
Wanneer laat je je best vaccineren?
Het griepvaccin is elk jaar beschikbaar vanaf half oktober.
De beste periode om je te laten vaccineren is tussen half oktober en eind november, zodat je voldoende antistoffen opbouwt voor het griepseizoen (december tot maart).
Let op: het vaccin werkt niet onmiddellijk, het lichaam heeft ongeveer 2 weken nodig om voldoende bescherming op te bouwen.
Waarom kiezen voor het vaccin?
- Het vermindert je kans om griep te krijgen aanzienlijk
- Als je toch ziek wordt, verloopt het meestal milder
- Je helpt ook de verspreiding van het virus te beperken
- Je beschermt mensen in je omgeving die extra kwetsbaar zijn
Eenzaamheid en sociaal isolement
Eenzaamheid voelt vaak als stilte die niemand hoort. Je kan je eenzaam voelen in een volle kamer, op je werk, of zelfs binnen je eigen gezin. Het gaat niet alleen om ‘alleen zijn’, maar vooral om een gemis aan echte verbinding, met anderen of met jezelf.
Soms sluipt het erin: je wereld wordt kleiner na een verlies, door ziekte, pensionering, verhuis of veranderingen in je leven. En voor je het weet voel je je onzichtbaar of buitengesloten.
Eenzaamheid kan iedereen overkomen, maar sommige mensen lopen net iets meer kans:
wie een partner of dierbare verloren heeft
mensen met een beperking of chronische aandoening
ouderen die minder mobiel worden
jongeren die zich ‘anders’ voelen of geen aansluiting vinden
mantelzorgers die er vaak alleen voor staan
nieuwkomers of mensen die recent verhuisd zijn
Hoe herken je eenzaamheid?
- Je mist échte gesprekken of iemand die écht naar je luistert
- Je voelt je leeg, verdrietig of afgesneden van anderen
- Je hebt het gevoel dat niemand jou echt begrijpt
- Je trekt je terug, ook al verlang je naar contact
- Je voelt dat het leven 'aan je voorbijgaat' zonder echt deel te nemen
Sociaal isolement is niet je eigen schuld
Eenzaamheid is geen teken van zwakte en het zegt niks over jouw waarde als mens. Het is een menselijke ervaring, iets waar velen ooit mee te maken krijgen, maar waar vaak niet over gepraat wordt. Durf het wél benoemen, en weet: je bent niet alleen.
Wat kan helpen?
Breek de stilte. Alleen al zeggen dat je je eenzaam voelt, kan ruimte geven. Praat erover met iemand die je vertrouwt, een vriend(in), familielid, huisarts of hulpverlener.
Zoek kleine vormen van verbinding. Een kort praatje aan de kassa. Een glimlach van een voorbijganger. Een gedeeld kopje koffie. Ook de kleinste contacten kunnen een verschil maken.
Verken nieuwe ontmoetingsplekken. Denk aan een praatgroep, buurtinitiatief, vrijwilligerswerk of een activiteit waar je mensen ontmoet. Ook in onze praktijk zijn er laagdrempelige momenten, zoals het Positief Praatcafé, waar je welkom bent zoals je bent.
Verbind je opnieuw met jezelf. Schrijf, wandel, adem, voel. Contact met anderen begint vaak met eerst weer thuiskomen bij jezelf.
Zorg voor structuur. Een dagelijkse wandeling, een wekelijkse hobby of zelfs een belmoment met iemand kan zorgen voor ritme en verbinding.
Je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Soms is de eerste stap simpelweg: durven voelen wat er is, en jezelf de kans geven om opnieuw verbinding te maken, stap voor stap.
Stress en spanning: hoe ermee omgaan?
Stress is niet je vijand
Integendeel: het is een natuurlijk overlevingsmechanisme dat je lichaam helpt scherp te reageren in spannende situaties. Denk aan: op tijd remmen in het verkeer, reageren bij gevaar of je concentreren voor een belangrijke presentatie. Stress zet je in beweging en geeft focus.
Maar wat als je lichaam voortdurend ‘aan’ blijft staan?
Dan wordt stress ongezond. Langdurige spanning zonder herstelmomenten kan leiden tot vermoeidheid, prikkelbaarheid, fysieke klachten of zelfs burn-out.
Hoe herken je langdurige spanning?
- Je blijft maar piekeren of hebt moeite om te ontspannen
- Je slaapt slecht of wordt niet uitgerust wakker
- Je voelt je overprikkeld, snel geïrriteerd of emotioneel
- Je ervaart spanning in je lijf: gespannen schouders, kaken, maagklachten...
Hoe kan je er gezond mee omgaan?
- Activeer je ‘rustknop’ met ademhaling. Een paar minuten bewust ademen, met aandacht voor je buik, helpt je zenuwstelsel van ‘actie’ naar ‘herstel’ schakelen.
- Beweeg je spanning los. Wandelen, fietsen, stretchen of dansen: beweging helpt je lijf om opgebouwde stresshormonen af te voeren.
- Luister naar je grenzen. Je hoeft niet altijd ‘ja’ te zeggen. Nee zeggen is zelfzorg, geen egoïsme.
- Plan micro-pauzes in je dag. Even naar buiten kijken, diep ademhalen, bewust een kop thee drinken zonder scherm – kleine rustmomenten maken een groot verschil.
- Zoek verbinding. Deel je zorgen met iemand die echt luistert. In contact komen met anderen helpt je om spanning te reguleren.
Stress hoeft je leven niet te beheersen. Het is geen kwestie van stress vermijden, maar van leren schakelen tussen actie en herstel. Wie goed leert omgaan met spanning, versterkt net zijn veerkracht.
Kijk uit voor tijgermuggen
De tijgermug is een kleine, zwart-witte mug met opvallende strepen op haar poten en lichaam. Ze komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar duikt nu ook steeds vaker op in België, vooral tijdens de warmere maanden. Deze mug is niet alleen vervelend, maar kan ook ziektes overdragen zoals dengue, chikungunya of zika.
Hoe herken je de tijgermug?
- Klein (5 tot 10 mm)
- Zwarte kleur met witte strepen
- Actief overdag, vooral bij zonsopgang en zonsondergang
- Steekt vaak meerdere keren na elkaar
Voorkom dat ze zich voortplant!
De tijgermug legt haar eitjes in stilstaand water. Help mee om haar voortplanting te stoppen:
- Leeg regelmatig emmers, bloempotschotels en gieters
- Dek regentonnen goed af met muggengaas
- Maak verstopte dakgoten schoon
- Ververs het water in drinkbakjes van dieren dagelijks
- Gooi weg wat je niet gebruikt en waarin water kan blijven staan
Heb je een tijgermug gezien?
Maak een foto en meld je waarneming via www.muggensurveillance.be. Elke melding helpt bij de bestrijding!
Gestoken door een tijgermug?
Een steek voelt meestal aan zoals die van een gewone mug: jeukend en licht gezwollen. Reinig de plek met water en zeep en vermijd krabben.
Heb je last van koorts, spierpijn of huiduitslag in de dagen erna? Contacteer dan zeker je huisarts en vermeld dat je mogelijk door een tijgermug gestoken bent.
Maag- en darmgezondheid
Een gezond spijsverteringsstelsel hangt van meer af dan enkel je voeding. Ook slaap, stress, beweging, je mentale gezondheid, medicatiegebruik, en vooral je microbioom beïnvloeden je maag- en darmgezondheid. Al deze factoren verdienen dus de nodige aandacht.
De vijf basistips voor een gezonde spijsvertering:
- Eet voldoende vezels en drink minstens 1,5 liter water per dag
- Beweeg regelmatig doorheen de dag
- Neem de tijd om rustig te eten en goed te kauwen
- Ga bij elke aandrang naar het toilet
- Bouw een goede maaltijdstructuur op en eet jezelf niet overvol
Het belang van voedingsvezels
Voedingsvezels zijn kleine deeltjes uit de celwand van planten. Ze worden niet verteerd in de dunne darm, maar komen onverteerd terecht in de dikke darm. Daar voeden ze je microbioom – dat zijn alle bacteriën, virussen, gisten en schimmels die in je darmen leven. Een gezond microbioom houdt je darmwand gezond, ondersteunt je immuunsysteem en maakt je minder vatbaar voor ziektes.
Voedingsvezels trekken bovendien vocht aan, wat bijdraagt aan een zachte, regelmatige stoelgang. Vet- en suikerrijke voeding heeft net het omgekeerde effect en voedt vooral de ‘slechte’ bacteriën.
Omdat vezels plantaardig zijn, vind je ze vooral in:
- Volkoren granen
- Groenten
- Fruit
- Peulvruchten
De aanbeveling is om dagelijks minstens 30 gram vezels te eten. De meeste mensen halen dat niet.
Hoe eet je meer vezels?
Eet volkoren producten.
Vervang witbrood door volkorenbrood, witte rijst door zilvervliesrijst, witte pasta door volkorenpasta. Doe dit geleidelijk als je darmen nog niet gewend zijn aan vezelrijke voeding.
Eet meer groenten.
Streef naar 300 gram groenten per dag. Eet groenten niet alleen tijdens de warme maaltijd, maar ook bij de lunch of als tussendoortje. Denk aan rauwkost, zelfgemaakte groentesoep of een frisse salade.
Werk je maaltijden af met fruit of noten.
Eén à twee stukken fruit en een handje ongezouten noten per dag zijn ideaal. Noten leveren bovendien gezonde vetten.
Eet wekelijks peulvruchten.
Peulvruchten zoals linzen, kikkererwten of bonen zijn rijk aan vezels én plantaardige eiwitten. Gebruik ze in soep, hummus, burgers of stoofpotjes.
Drink voldoende water!
Vezels hebben vocht nodig om hun werk te doen. Wie veel vezels eet maar te weinig drinkt, riskeert net constipatie in plaats van verlichting.
Een gezonde levensstijl is ALLES
Niet alleen voeding, maar je hele levensstijl beïnvloedt je darmgezondheid. Denk aan:
Afwisselend eten
Leuk bewegen
Lief zijn voor jezelf
Emoties kunnen hanteren
Slapen
Bij afwisselend eten denken we vaak aan wat er op ons bord ligt, maar het gaat ook over hoe we eten. De vier eetcompetenties helpen hierbij: Geregeld, Genoeg, Genieten en Gevarieerd.
Eet regelmatig (minstens 3 maaltijden per dag), eet met aandacht, luister naar je honger- en verzadigingsgevoel, eet gevarieerd en neem de tijd om goed te kauwen.
Beweging ondersteunt de doorbloeding van je darmen en helpt je spijsvertering op gang. Kies een vorm van beweging die past bij jouw lichaam en grenzen. Afzien is niet nodig: bewegen mag gerust aangenaam zijn!
Wees lief voor jezelf. Laat emoties niet de bovenhand nemen. Je hoeft je niet altijd ‘happy’ te voelen. Emoties tonen wat belangrijk is. Leer gezonde manieren om ermee om te gaan: praten, creativiteit, ontspanning, of gewoon even tijd voor jezelf.
Slaap en rust zijn essentieel. Je spijsvertering heeft ook herstelmomenten nodig. Slaap voldoende (tussen 7 en 9 uur per nacht) en las regelmatig pauzes in.
Enkele mythes ontkracht:
“Van brood, aardappelen en pasta word je dik.”
Niet waar. Koolhydraten leveren vezels en energie. Je wordt pas dik als je meer eet dan je verbruikt. Kies voor volkoren varianten en eet met mate.
“Hoe donkerder het brood, hoe gezonder.”
Niet correct. Donker brood kan gekleurd zijn met moutmeel. Kijk naar de gebruikte meelsoort: volkorenmeel bevat de meeste vezels. Volkoren brood is dus gezonder dan bruin of wit brood.
“Je moet af en toe je lichaam detoxen.”
Onzin. Je lichaam ontgift zichzelf via lever en nieren. Supplementen of ‘detoxkuren’ zijn niet nodig.
“Bananen veroorzaken constipatie.”
Integendeel. Bananen bevatten oplosbare vezels die constipatie net tegengaan.
“Cola of appelsap helpen bij diarree.”
Niet doen. Deze suikerrijke dranken kunnen diarree net verergeren. Gebruik liever ORS (oral rehydration solution). Die bevat de juiste verhouding aan suiker en zouten om uitdroging te voorkomen.
Zit je met vragen?
Heb je maag- of darmklachten zoals een opgeblazen gevoel, constipatie of prikkelbare darm (PDS)? Of heb je een specifieke aandoening zoals lactose-intolerantie, glutenintolerantie of de ziekte van Crohn?
Aarzel dan niet om contact op te nemen met een diëtist.
Urineweginfecties bij vrouwen
Een branderig gevoel bij het plassen, vaak kleine beetjes moeten plassen of pijn in de onderbuik? Dan is de kans groot dat je te maken hebt met een urineweginfectie of een blaasontsteking. Vooral vrouwen krijgen er vaker mee te maken, omdat de urinebuis korter is dan bij mannen, waardoor bacteriën makkelijker de blaas bereiken.
Typische klachten
- Pijn of branderig gevoel bij het plassen
- Vaak kleine beetjes moeten plassen
- Drang om te plassen, ook als er weinig of niets komt
- Pijn in de onderbuik of een zeurderig gevoel
- Soms troebele, sterk ruikende of bloederige urine
- Bij een nierbekkenontsteking: koorts, rugpijn, misselijkheid of algemeen ziek gevoel
Wat kan je zelf doen?
Bij milde klachten kan je soms zonder antibiotica herstellen. Probeer dit:
- Drink voldoende water (minstens 1,5 liter per dag), zodat je de blaas goed spoelt
- Ga meteen plassen als je moet, stel het niet uit
- Plas na het vrijen om bacteriën uit de urinebuis te verwijderen
- Verzorg je intieme hygiëne goed, maar gebruik geen agressieve zepen
- Draag bij voorkeur katoenen ondergoed en vermijd synthetische, strakke kledij
Wanneer moet je naar de huisarts?
Neem contact op als je:
- klachten hebt die langer dan 2 dagen aanhouden
- koorts, flankpijn of misselijkheid krijgt (mogelijke nierbekkenontsteking)
- zwanger bent en blaasklachten hebt
- vaker dan 3 keer per jaar een urineweginfectie hebt
- bloed in de urine hebt
- diabetes of een verminderde weerstand hebt
In sommige gevallen is een urineonderzoek of een antibioticakuur nodig.
nde blaasontstekingen?
Als je regelmatig last hebt van urineweginfecties, dan bekijken we samen of preventieve maatregelen, leefstijlaanpassingen of medicatie kunnen helpen. Aarzel dus niet om dit te bespreken met je huisarts.
Pijnstillers: wat, wanneer en hoe?
Pijnstillers kunnen helpen bij allerlei kwaaltjes: hoofdpijn, spierpijn, koorts, tandpijn, menstruatieklachten, rugpijn... Maar niet elke pijnstiller is geschikt voor elke soort pijn. En langdurig of verkeerd gebruik kan schadelijk zijn voor je gezondheid.
Welke pijnstillers bestaan er?
De meest gebruikte pijnstillers zijn:
✅ Paracetamol (bv. Dafalgan, Perdolan)
- Eerste keuze bij pijn en koorts
- Veilig bij correct gebruik
- Weinig bijwerkingen
- Kan gerust enkele dagen genomen worden volgens de juiste dosis
Tip: neem paracetamol op vaste tijdstippen als je echt pijn hebt, niet pas als het ondraaglijk wordt.
⚠️ NSAID's zoals ibuprofen (Nurofen), naproxen (Aleve), diclofenac (Voltaren)
- Werken ook ontstekingsremmend
- Goed bij spier- en gewrichtspijn, menstruatiepijn, tandpijn
- Mogen niet te lang of op lege maag gebruikt worden
- Kunnen maagklachten, darmproblemen, hoge bloeddruk of nierschade veroorzaken
- Niet geschikt voor mensen met maagzweren, hartproblemen, hoge bloeddruk, nierproblemen of zwangere vrouwen
Gebruik NSAID’s enkel als paracetamol onvoldoende werkt, en het liefst in overleg met je arts.
Combinaties van pijnstillers
Soms worden pijnstillers gecombineerd met andere stoffen, zoals cafeïne of codeïne.
Wees daar voorzichtig mee — sommige zijn verslavend of maken je suf.
Neem nooit zomaar verschillende pijnstillers tegelijk, tenzij je arts dat aangeraden heeft.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met je huisarts als:
- de pijn langer dan een paar dagen aanhoudt
- je elke dag pijnstillers nodig hebt om te kunnen functioneren
- je nieuwe of onverklaarbare pijn hebt
- je koorts hebt die blijft aanhouden
- je bijkomende klachten hebt zoals misselijkheid, sufheid of ademhalingsproblemen
Pijnstillers kunnen helpen, maar zijn geen oplossing op lange termijn. Gebruik ze met gezond verstand en vraag gerust uitleg aan je arts of apotheker.
Schildklierproblemen
De schildklier is een klein, vlindervormig orgaan in je hals, net onder het strottenhoofd. Ze maakt hormonen aan die je stofwisseling, energie, hartslag en temperatuur regelen. Als de schildklier te traag of te snel werkt, kan je daar klachten van ondervinden.
Wat als je schildklier te traag werkt? (hypothyreoïdie)
Bij een traag werkende schildklier maakt je lichaam te weinig schildklierhormoon aan. Je stofwisseling vertraagt, waardoor je je vaak futloos voelt.
Mogelijke klachten:
- Vermoeidheid
- Kouwelijkheid
- Gewichtstoename zonder meer te eten
- Droge huid of broos haar
- Obstipatie (trage stoelgang)
- Somberheid of neerslachtigheid
- Trage hartslag
- Menstruatiestoornissen
Een traag werkende schildklier komt vaker voor bij vrouwen, vooral op middelbare of oudere leeftijd. Het kan ook optreden na een zwangerschap of bij auto-immuunziekten zoals Hashimoto.
Wat als je schildklier te snel werkt? (hyperthyreoïdie)
Bij een snel werkende schildklier maakt je lichaam te veel schildklierhormoon aan. Je stofwisseling versnelt, waardoor je je opgejaagd of nerveus kan voelen.
Mogelijke klachten:
- Onrust, nervositeit of prikkelbaarheid
- Gewichtsverlies zonder dieet
- Snelle hartslag of hartkloppingen
- Zweten en warmte-intolerantie
- Trillende handen
- Diarree of vaker naar het toilet moeten
- Moeilijk slapen
- Menstruatie wordt lichter of valt weg
Een snel werkende schildklier kan onder meer veroorzaakt worden door de ziekte van Graves (auto-immuun) of een tijdelijke ontsteking van de schildklier.
Wanneer ga je best naar de huisarts?
Neem contact op met je huisarts als je bovenstaande klachten herkent en:
- ze aanhouden of verergeren
- je je zonder duidelijke reden moe, opgejaagd of anders voelt dan normaal
- je merkt dat je hartslag ongewoon traag of snel is
- je merkt dat je gewicht verandert zonder duidelijke oorzaak
Een eenvoudige bloedafname volstaat meestal om je schildklierwerking te onderzoeken.
Schildklierproblemen zijn goed te behandelen, vaak met medicatie die de werking van je schildklier corrigeert. Blijf dus niet met twijfels rondlopen.
Reflux en maagklachten
Brandend maagzuur, een zure oprisping, een drukkend gevoel achter het borstbeen of een opgeblazen gevoel... Maagklachten komen vaak voor en zijn meestal onschuldig. Toch kunnen ze vervelend zijn en je dagelijks leven beïnvloeden.
Een veelvoorkomende oorzaak is reflux: hierbij stroomt er maagzuur terug naar de slokdarm. Dat kan voor een branderig of zuur gevoel zorgen, zeker na het eten of bij liggen.
Mogelijke klachten bij reflux of maaglast
- Brandend gevoel achter het borstbeen (brandend maagzuur)
- Zure oprispingen
- Opgeblazen gevoel, vooral na het eten
- Misselijkheid of lichte pijn in de bovenbuik
- Soms hoest, keelpijn of heesheid (vooral ’s nachts)
Wat kan je zelf doen?
Met een paar eenvoudige aanpassingen kan je vaak al veel verbeteren:
- Eet kleinere porties, verspreid over de dag
- Vermijd zware of vette maaltijden, vooral ’s avonds
- Ga niet meteen liggen na het eten (wacht minstens 2 uur)
- Verhoog het hoofdeinde van je bed als je ’s nachts last hebt
- Vermijd voedingsmiddelen die vaak klachten uitlokken zoals koffie, alcohol, frisdrankn chocolade, pittig gekruid eten, tomaten en citrusvruchten
- Stop met roken
- Probeer stress te verminderen, ook dat kan de klachten beïnvloeden
Wanneer contact opnemen met de huisarts?
In de meeste gevallen is reflux vervelend, maar onschuldig. Toch neem je best contact op met je huisarts als:
- je klachten regelmatig terugkomen of verergeren
- je nachtelijke klachten hebt of vaak wakker wordt van het zuur
- je moeite hebt met slikken
- je gewichtsverlies opmerkt zonder verklaring
- je merkt dat er bloed in je stoelgang of braaksel zit
- je langdurig maagzuurremmers gebruikt, zonder opvolging
De huisarts bekijkt samen met jou of er bijkomende onderzoeken nodig zijn, en of medicatie kan helpen.
Obesitas
Obesitas, ook wel zwaarlijvigheid genoemd, is een chronische vorm van overgewicht waarbij er te veel vet wordt opgeslagen in het lichaam. Dit kan op termijn leiden tot allerlei gezondheidsproblemen.
Mogelijke gevolgen van obesitas
- Hoge bloeddruk
- Hart- en vaatziekten
- Type 2 diabetes (suikerziekte)
- Longproblemen en kortademigheid
- Spijsverteringsklachten
- Verhoogd cholesterolgehalte
- Slaapproblemen (zoals vermoeidheid, snurken en slaapapneu)
- Klachten en snellere slijtage van spieren en gewrichten
- Leververvetting
- Verhoogd risico op bepaalde vormen van kanker (zoals borst-, baarmoeder-, darm- en prostaatkanker)
- Moeilijker zwanger worden
- Een lager zelfbeeld, sociaal isolement, depressie en minderwaardigheidsgevoelens
Hoe wordt obesitas bepaald?
Overgewicht en obesitas worden meestal gemeten aan de hand van de Body Mass Index (BMI). Dit is een getal dat aangeeft of je gewicht in verhouding tot je lengte gezond is.
De BMI wordt berekend door je gewicht (in kilogram) te delen door het kwadraat van je lengte (in meters). Het resultaat wordt uitgedrukt in kg/m².
- BMI tussen 25 en 30 kg/m²: overgewicht
- BMI vanaf 30 kg/m²: obesitas
An apple a day keeps the doctor away
Appels zijn niet alleen lekker en verfrissend, ze zijn ook bijzonder gezond. Eén gemiddelde appel bevat ongeveer 3 gram vezels, goed voor zo’n 10% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Daarnaast telt een appel slechts 60 calorieën, waardoor het een ideaal tussendoortje is.
Wat maakt een appel zo gezond?
Rijk aan voedingsstoffen
Een appel levert veel voedingsstoffen in verhouding tot het lage aantal calorieën. Ze bevatten onder andere:
- Vezels (oplosbaar en onoplosbaar), goed voor je spijsvertering en voor het verlagen van het LDL-cholesterol (het ‘slechte’ cholesterol dat kan leiden tot hart- en vaatziekten).
- Vitamine C, belangrijk voor je weerstand.
- Kalium, dat bijdraagt aan een gezonde bloeddruk.
- Antioxidanten en polyfenolen, die helpen bij het beschermen van je cellen tegen veroudering en ontstekingen.
Ondersteuning van je lever
Appels bevatten pectine, een oplosbare vezel die helpt om afvalstoffen, zoals zware metalen (bijvoorbeeld lood en kwik), uit je lichaam te verwijderen. Dit ondersteunt de reinigende werking van je lever. Pectine zit vooral in de schil, dus eet je appel het liefst met schil (maar was hem wel goed).
Goed voor je geheugen en gewrichten
De antioxidanten en polyfenolen in appels helpen je lichaam soepel te houden en beschermen ook het geheugen tegen achteruitgang.
Helpt bij een gezond gewicht
Door hun vezels geven appels een verzadigd gevoel, waardoor je minder snel naar andere snacks grijpt. Zo kunnen ze helpen bij het behouden of bereiken van een gezond gewicht.
Kleine oppepper bij het sporten
Appels bevatten quercetine, een antioxidant die je uithoudingsvermogen een lichte boost kan geven.
Je weerstand versterken
Dankzij vitamine C draagt een appel ook bij aan een goede weerstand. Dit kan ervoor zorgen dat je sneller herstelt van ziekte en minder snel blauwe plekken krijgt.
Tip: De meeste vitamines en andere voedingsstoffen zitten in of net onder de schil. Was een appel daarom goed, maar eet hem mét schil.
Smakelijk!
Verkoudheid of griep: wanneer naar de dokter?
Heb je last van een lopende neus, een verstopte neus, keelpijn, niezen of spierpijn? Dan heb je wellicht een verkoudheid of griep te pakken. Beide worden veroorzaakt door virussen en zijn dus besmettelijk. Toch zijn het twee verschillende aandoeningen, met een ander verloop en andere klachten.
Wat is het verschil tussen verkoudheid en griep?
Verkoudheid
- Komt vaak voor, vooral in herfst en winter
- begint meestal geleidelijk
- Mild verloop, je voelt je meestal nog redelijk oké en kan blijven functioneren
- Symptomen: keelpijn, lopende of verstopte neus, niezen, lichte hoest, soms lichte koorts
- Duurt gemiddeld 5 tot 10 dagen
Griep (influenza)
- Begint vaak plots, met een ziek gevoel en koorts
- Symptomen: hoge koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, droge hoest, vermoeidheid
- Je voelt je doorgaans duidelijk ziek en moe
- Duurt gemiddeld 7 tot 10 dagen, maar de vermoeidheid kan langer blijven aanslepen
Griep komt vaker voor in het najaar en de winter en leidt sneller tot complicaties, zeker bij kwetsbare groepen.
Wat kan je zelf doen?
✅ Rust nemen
✅ Voldoende drinken (water, thee, verse soep)
✅ Gebruik eventueel paracetamol bij koorts, spierpijn of hoofdpijn
✅ Ventileer goed en zorg voor frisse lucht in huis
✅ Hoest en nies in je elleboog en was je handen regelmatig
Antibiotica helpen niet tegen virussen. Dus ook niet tegen verkoudheid of griep. De meeste klachten gaan vanzelf weer over met voldoende rust en zorg.
Wanneer neem je best contact op met je huisarts?
- Als je hoge koorts hebt die langer dan 3 dagen aanhoudt
- Als je kortademig bent, pijn op de borst hebt of moeite hebt met ademen
- Bij hevige pijn op de borst of een versnelde hartslag
- Als je plots suf of verward bent of nauwelijks kan eten of drinken
- Bij aanhoudend braken of ernstige diarree
- Als je je na een paar dagen opnieuw slechter voelt (na eerst wat beterschap)
Als je een chronische aandoening hebt (zoals astma, hartproblemen of diabetes)
Als je ouder bent dan 65 jaar, of zwanger bent
Bij kinderen:
- Als ze hoge koorts hebben en suf zijn, moeilijk drinken of ademhalen
- Als ze jonger zijn dan 3 maanden en koorts krijgen
- Als je je onzeker voelt als ouder, beter een keer te veel dan te weinig bellen
Verkoudheid en griep zijn meestal onschuldig, maar kunnen bij kwetsbare mensen ernstiger verlopen.
Twijfel je? Bel dan gerust je huisarts. We bekijken samen of een consult nodig is.
Wat is diabetes?
Diabetes is een ander woord voor suikerziekte. De bekendste zijn type 1 en type 2. Die lijken op elkaar, maar zijn heel verschillend van aard.
Als je gezond bent, zorgt het hormoon "insuline" voor een heel precieze regeling van de bloedsuikerspiegel. Bij iemand met diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer regelen.
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het afweersysteem het lichaam aanvalt. Normaal ruimt het afweersysteem alleen ziektes op. Als je diabetes type 1 hebt, vernielt je afweersysteem de cellen die insuline aanmaken in de alvleesklier. Slechts 1 op de 10 diabetespatiënten heeft type 1. Vroeger sprak men van "jeugddiabetes".
Bij diabetes type 2 heeft het lichaam te weinig insuline. Ook reageert het niet goed meer op het hormoon. Men spreekt van een "ongevoeligheid" voor insuline. Type 2 komt het vaakst voor. 9 op de 10 diabetespatiënten heeft diabetes type 2. Vroeger sprak men van "ouderdomsdiabetes".
Er zijn een aantal factoren die de kans op diabetes type 2 vergroten, zoals:
- overgewicht
- te weinig beweging
- erfelijke aanleg
- oudere leeftijd
Eén op de drie Belgen weet niet dat men diabetes heeft
Veel mensen weten niet dat ze diabetes type 2 hebben. In België is dat maar liefst één op de drie. Hoewel erfelijkheid en leeftijd een rol spelen, kan je diabetes type 2 in de meeste gevallen voorkomen door gezonder te leven.
Wat kan je zelf doen?
Beweeg voldoende en vermijd lang stilzitten
Met 30 minuten beweging per dag verlaag je je risico op diabetes type 2 al met 30%. Elke stap telt!
De bewegingsdriehoek geeft een handig overzicht van hoeveel en welke soorten beweging je lichaam nodig heeft.
Eet gezond en gevarieerd
Kies vooral voor plantaardige voeding, beperk dierlijke producten en vermijd sterk bewerkte voedingsmiddelen. Drink vooral water. De voedingsdriehoek helpt je op weg
Houd je gewicht in de gaten
Ben je zwaarlijvig? Door 5% van je lichaamsgewicht te verliezen, kan je je risico op diabetes type 2 met 30% verminderen. Een diëtist kan je hierbij ondersteunen.
Stop met roken
Stoppen met roken verlaagt ook je risico op diabetes type 2, zelfs als je daarbij wat aankomt.
Lukt het niet alleen? Een tabacoloog kan je helpen met stoppen.
Ben jij benieuwd naar jouw risico op diabetes?
Doe de test op gezondheidskompas.be en ontdek hoe groot jouw kans is op diabetes type 2.
Heb je een verhoogd risico?
Bespreek dit dan met je huisarts. Zo kunnen er eventueel extra onderzoeken gebeuren en kan je samen tijdig maatregelen nemen om diabetes type 2 te voorkomen of vroeg op te sporen.
Drink water!
Hoeveel moet je drinken?
Elke dag verlies je als volwassene 2 tot 3 liter vocht. Dat gebeurt via zweten, ademhalen, plassen en de stoelgang. Een deel van dat vocht krijg je al binnen via je voeding (ongeveer 1 tot 1,5 liter per dag). Gemiddeld heb je dus nog zo’n 1,5 liter extra vocht nodig, vooral in de vorm van water, om je vochtbalans op peil te houden.
Hoe weet je of je genoeg drinkt?
Een simpele manier om dat te checken is door naar je urine te kijken:
- Kleurloos of lichtgeel? Dan drink je voldoende.
- Donkergeel? Dan mag je wat vaker een drinkpauze inlassen.
(Je ochtendurine is vaak donkerder, dat is normaal.)
Wanneer heb je extra vocht nodig?
In sommige situaties verlies je meer vocht en moet je dus ook meer drinken:
- Bij warm weer
- Na sporten of zware inspanningen
- Na een lange tijd in droge aircolucht
- Tijdens zwangerschap of borstvoeding
- Bij koorts, diarree of braken
- Bij het eten van vezelrijke voeding
Wat drink je het best?
Water blijft de beste dorstlesser.
Drink hiervan bij voorkeur minstens 1 liter per dag, aangevuld met bijvoorbeeld gearomatiseerd water, of thee en koffie zonder suiker of zoetstoffen.
Vind je water saai? Voeg een schijfje citroen, komkommer, munt of een paar bessen toe voor een frisse smaak.
Vergeet je vaak te drinken? Zet een fles of kan in het zicht. Een handig geheugensteuntje: drink telkens een glas na elk toiletbezoek. Zo hou je je vochthuishouding makkelijk in balans.
Wat beperk je beter?
Fruitsappen, frisdranken, sport- en energiedranken bevatten vaak veel suiker of zoetstoffen, zuren die slecht zijn voor je tanden, en soms ook opwekkende stoffen zoals cafeïne en taurine. Drink ze dus zo weinig mogelijk.
Alcohol laat je het best helemaal staan. Het is niet alleen verslavend en schadelijk voor je organen, maar kan ook je slaap verstoren, je eetlust vergroten én veel calorieën leveren. Bovendien droogt alcohol je huid uit, wat sneller tot rimpels en een grauwe teint kan leiden.
Waarom is zonbescherming zo belangrijk?
Zonlicht: genieten maar voorzichtig
Zonlicht is heerlijk en bovendien essentieel voor de aanmaak van vitamine D. Maar de ultraviolette (UV) straling van de zon kan ook ernstige schade aanrichten aan onze huid. Zo verhoogt het het risico op huidkanker. Wist je dat 90% van alle gevallen van huidkanker voorkomen kan worden door slimmer om te gaan met UV-stralen?
Waarom is zonbescherming zo belangrijk?
- UV-A stralen dringen diep in de huid en versnellen huidveroudering (de A van Ageing).
- UV-B stralen zorgen vooral voor zonnebrand (de B van Burning).
- Beide soorten straling kunnen het DNA in huidcellen beschadigen, wat op termijn kan leiden tot huidkanker.
- Kinderen hebben een gevoeliger huid en hun “zonnekapitaal” (de natuurlijke weerstand tegen UV) raakt sneller uitgeput.
Zo bescherm je jezelf en je kinderen
- Blijf zoveel mogelijk uit de zon tussen 10u en 18u, dan is de zon het sterkst.
- Draag bedekkende kleding, een zonnehoed of pet, en kies voor donkere, dichtgeweven stoffen.
- Zet een zonnebril met UV-bescherming op.
- Smeer je in met een zonnecrème met hoge beschermingsfactor (liefst SPF 50), minstens elke twee uur opnieuw, en vaker als je zwemt of zweet — ook bij bewolkt weer.
- Pas op met sneeuw, water en zand: deze weerkaatsen UV-stralen en vergroten zo de kans op verbranding.
- Drink voldoende water (minstens 2 liter per dag) om je lichaam te helpen afkoelen. Vermijd alcohol, dat droogt je uit.
Wat als je toch verbrand bent?
- Blijf minstens drie dagen uit de zon om je huid te laten herstellen.
- Gebruik verkoelende aftersun of leg natte doeken op de huid.
- Bij ernstige klachten: contacteer je huisarts.
Fabels over zonnecrème
Mythe: Eén keer insmeren beschermt de hele dag.
Feit: Zonnecrème werkt ongeveer twee uur, daarna moet je opnieuw smeren.
Mythe: Een dun laagje is genoeg.
Feit: Wees royaal; dat geeft de beste bescherming.
Mythe: Met een donkere huid hoef ik geen zonnecrème te gebruiken.
Feit: Ook donkere huidtypes kunnen huidschade en huidkanker krijgen.
Mythe: Zonnecrème blokkeert het bruinen.
Feit: Je wordt nog steeds bruin, maar op een veiligere manier.
Mythe: In de schaduw hoef ik me niet in te smeren.
Feit: UV-stralen weerkaatsen, ook in de schaduw.
Geniet van de zon, maar wees slim en bescherm je huid. Zo hou je het gezond, nu en later.
Dementie
Dementie is een aandoening van de hersenen, die vooral op oudere leeftijd voorkomt. In België krijgt ongeveer 1 op de 5 vrouwen en 1 op de 7 mannen boven de 60 jaar er ooit mee te maken. De meest voorkomende vorm is Alzheimer.
Hoe herken je dementie?
Het belangrijkste kenmerk is dat de hersenen steeds minder goed functioneren. Dit wordt ook wel cognitieve achteruitgang genoemd. Mensen met dementie:
- vergeten vaker dingen,
- halen gebeurtenissen door elkaar,
- vinden soms niet meer op bepaalde woorden,
- en kunnen veranderingen in karakter of gedrag vertonen.
Hoe ontstaat dementie?
Dementie ontstaat door een combinatie van factoren zoals veroudering, erfelijkheid, leefstijl en leefomgeving.
Wat kan je zelf doen om het risico te verkleinen?
Hoewel je niet alles kunt voorkomen, zijn er wel een aantal dingen die de kans op dementie kunnen verkleinen of uitstellen:
- Je hersenen blijven trainen: blijven leren, lezen, nieuwe dingen doen
- Voldoende bewegen
- Sociaal actief blijven, contact houden met anderen
- Goed slapen
- Niet roken of stoppen met roken
- Gehoorproblemen, hoge bloeddruk, diabetes, depressie en obesitas voorkomen of behandelen
En hoe zit het met voeding?
Gezonde voeding speelt ook een rol, vooral indirect. Het verkleint namelijk het risico op aandoeningen zoals hoge bloeddruk, overgewicht, verhoogd cholesterol en diabetes, die op hun beurt weer invloed hebben op het ontstaan van dementie.
De voedingsdriehoek geeft duidelijk weer wat gezonde voeding inhoudt:
- Eet meer plantaardige dan dierlijke producten
- Kies voor onbewerkte voeding
- Drink voldoende water
.
Gezond slaapgedrag
We brengen gemiddeld een derde van ons leven slapend door. Die tijd is ontzettend belangrijk voor onze hersenen: tijdens de slaap worden afvalstoffen opgeruimd, verwerken we emoties en leggen we nieuwe informatie vast.
Wat is gezond slaapgedrag?
Een goede nachtrust begint al overdag. Dit kan je doen om beter te slapen:
Bouw regelmaat in
Ga elke dag rond hetzelfde tijdstip naar bed en sta op dezelfde tijd op, ook in het weekend. Zo raakt je lichaam gewend aan een vast slaapritme, waardoor je makkelijker inslaapt en prettiger wakker wordt.
Blijf bewegen
Regelmatig bewegen overdag helpt om beter te slapen. Maar doe geen intensieve sport vlak voor het slapengaan.
Zorg voor ontspanning
Neem de tijd om voor het slapengaan tot rust te komen. Lees een boek, luister naar muziek, mediteer of neem een warm bad. Wat voor jou werkt, is persoonlijk.
Minder schermtijd in de avond
Schermen zoals smartphone, tablet, tv en computer houden je hersenen actief en kunnen je slaap verstoren. Zet ze dus op tijd uit. Een rustige film kan wel, maar vermijd spannende games, social media of werkmails vlak voor het slapen.
Eet licht als je nog honger hebt
Ga niet met een lege maag naar bed, maar eet ook geen zware maaltijd. Kies eventueel voor een lichte snack, zoals een stuk fruit of een cracker.
Pas op met cafeïne en alcohol
Cafeïne (in koffie, cola, energiedrank) en alcohol kunnen je slaap verstoren. Drink dit liever niet in de avond.
Gun jezelf genoeg slaap
De meeste volwassenen hebben 7 tot 9 uur slaap per nacht nodig. Hoeveel precies verschilt per persoon. Neem dus voldoende tijd om tot rust te komen en te herstellen.
Verminder je risico op kanker
Kanker is een verzamelnaam voor meer dan 100 verschillende ziekten van de cellen. Ze hebben allemaal één gemeenschappelijk kenmerk: op een bepaalde plaats in het lichaam gaan cellen zich ongecontroleerd delen.
Wat kan je zelf doen?
Een gezonde levensstijl kan het risico op kanker verkleinen. Ook als je al een kankerbehandeling achter de rug hebt, blijven deze tips belangrijk. Ze helpen namelijk het risico op een herval of een nieuwe kanker te beperken.
Leef- en voedingstips
Houd je gewicht gezond
Blijf binnen een gezond gewicht en probeer gewichtstoename op volwassen leeftijd te voorkomen.
Blijf in beweging
Beweeg dagelijks, bij voorkeur minstens 30 minuten. Zit minder en maak bewegen onderdeel van je routine.
Eet vooral plantaardig
Kies voor volkorenproducten, groenten, fruit en peulvruchten. Beperk fastfood en andere sterk bewerkte producten met veel vet, zetmeel of suiker.
Beperk rood en bewerkt vlees
Eet maximaal 500 gram rood vlees per week (zoals rund-, varkens- en lamsvlees). Beperk bewerkt vlees zoals vleeswaren, paté, salami, worst en bereid gehakt zo veel mogelijk.
Drink water en ongezoete dranken
Drink vooral water en vermijd dranken met toegevoegde suikers. Ook het gebruik van light-dranken kan je best beperken. Drink zo min mogelijk alcohol, liefst helemaal niet.
Gebruik geen voedingssupplementen om kanker te voorkomen
Haal de nodige voedingsstoffen liever uit een evenwichtige voeding.
Tetanus, difterie en kinkhoest: waarom vaccineren?
Wat is tetanus?
Tetanus is een ernstige bacteriële infectie, veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie komt veel voor in bodem, straatvuil, stof en mest. Als ze via een wond in het lichaam komt (bijvoorbeeld een snij-, bijt-, steek- of brandwond), kan ze gifstoffen produceren die:
- pijnlijke spierkrampen veroorzaken,
- slikklachten en ademhalingsproblemen geven,
- in ernstige gevallen leiden tot botbreuken, hartproblemen en zelfs overlijden.
Zonder behandeling is tetanus vaak dodelijk. Gelukkig komt het in België nog nauwelijks voor, dankzij ons vaccinatiebeleid. Dat betekent niet dat de bacterie verdwenen is, wel dat we door vaccinatie beschermd zijn.
Wat is difterie en kinkhoest?
- Difterie tast vooral de luchtwegen aan en kan leiden tot ernstige ademhalingsproblemen. De bacterie maakt ook gifstoffen die zenuwen en het hart kunnen beschadigen.
- Kinkhoest is een zeer besmettelijke ziekte die heftige hoestbuien veroorzaakt. Deze hoest kan wekenlang aanhouden en kan leiden tot longontsteking, oorinfecties, hersenbeschadiging en in zeldzame gevallen overlijden.
De vaccinatie
Het tetanusvaccin wordt in één spuitje gecombineerd met het vaccin tegen difterie en kinkhoest. Dit omdat deze ziekten vaak samen worden aangepakt en het efficiënter is om er gelijktijdig tegen te beschermen.
- De vaccinatie stimuleert je immuunsysteem om antilichamen aan te maken. Zo kan je lichaam snel reageren als het later in contact komt met de bacterie.
- De bescherming geldt ongeveer 10 jaar.
- Het vaccin maakt je niet ziek. De meest voorkomende bijwerking is lichte spierstijfheid op de plaats van de prik.
Voor onze ingeschreven patiënten is het vaccin gratis beschikbaar in onze praktijk
Behandeling van tetanus
Als iemand toch tetanus krijgt, is een ziekenhuisopname noodzakelijk. De behandeling bestaat uit:
- ondersteunen van de ademhaling,
- toedienen van medicatie tegen spierspasmen,
- antibiotica,
- en het inspuiten van antistoffen tegen het tetanustoxine.
Ondanks intensieve zorgen blijft het risico op overlijden groot. Daarom is voorkomen met vaccinatie zoveel belangrijker.
Maak eenvoudig een afspraak
Wil je je laten vaccineren?
Insectenbeten
Een insectenbeet kan vervelend zijn en soms zelfs klachten veroorzaken zoals jeuk, zwelling of een ontsteking. Met enkele eenvoudige tips kan je insectenbeten voorkomen en behandelen, zodat je hier zo min mogelijk last van hebt.
Hoe kan je insectenbeten voorkomen?
Gebruik insectenwerende middelen
Smeer een product op dat DEET, picaridine of citroen-eucalyptusolie bevat. Dit helpt om muggen, teken en andere insecten op afstand te houden.
Draag beschermende kleding
Kies voor lichte, loszittende kleding die armen en benen bedekt.
Voorkom stilstaand water rondom het huis
Zorg dat er geen water blijft staan in emmers, bloempotten of andere voorwerpen. Stilstaand water is een broedplaats voor muggen.
Gebruik horren of een klamboe
Plaats horren voor ramen en deuren, of slaap onder een klamboe als dat nodig is.
Wat als je toch gebeten bent?
Was de beet met water en zeep om infectie te voorkomen.
Koel de plek met een ijsblokje (in een doek) of een koud kompres tegen zwelling en jeuk.
Gebruik een anti-jeukzalf of lotion bij aanhoudende jeuk.
Probeer niet te krabben, zo voorkom je dat de huid kapot gaat en er een infectie ontstaat.
Medische Hulp
Raadpleeg een arts als je een ernstige reactie op een insectenbeet hebt, zoals ademhalingsproblemen, zwelling van het gezicht of keel, of een ernstig geïnfecteerde beet.
Extra tips voor specifieke insecten
- Muggen: vermijd het buiten zijn tijdens zonsopgang en zonsondergang, wanneer muggen het meest actief zijn.
- Teken: controleer jezelf, je kinderen en huisdieren grondig op teken na een wandeling in het bos of hoog gras. Verwijder teken zo snel mogelijk met een tekenpincet.
- Bijen en wespen: blijf kalm en maak geen plotselinge bewegingen als een bij of wesp in de buurt is. Vermijd het dragen van geurende lotions of parfums die insecten kunnen aantrekken.
Met deze tips kan je optimaal genieten van je zomervakantie zonder gestoord te worden door insectenbeten. Fijne vakantie en veel plezier buiten!
Draag zorg voor je nieren
Je nieren zijn onmisbaar: ze filteren afvalstoffen uit je bloed en zorgen dat die via de urine je lichaam verlaten. Ze werken eigenlijk als een soort wasmachine voor je lichaam.
Elke dag zuiveren je nieren maar liefst 180 liter bloed. Je volledige bloedvolume wordt op die manier ongeveer 50 keer per dag gefilterd. Een goede nierwerking is dus absoluut levensnoodzakelijk.
Wie loopt meer risico op nierproblemen?
Sommige mensen hebben een grotere kans op een verminderde nierwerking. Bijvoorbeeld bij:
- Hoge bloeddruk
- Diabetes (suikerziekte)
- Hart- en vaatziekten
- Overgewicht
- Nierproblemen in de familie
Wat kan je zelf doen?
- Beweeg voldoende: regelmatige lichaamsbeweging ondersteunt je bloeddruk en gewicht.
- Beperk je zoutinname tot maximaal 5 gram per dag. Voeg zelf geen zout toe tijdens het koken en zet het zoutvaatje niet op tafel.
- Eet minder vrije suikers, Dat zijn toegevoegde suikers en natuurlijke suikers in fruitsappen, honing en siropen.
- Kies zo weinig mogelijk bewerkte producten; Bewerkte voedingsmiddelen bevatten vaak veel zout, suiker en ongezonde vetten.
- Verkies plantaardige boven dierlijke voeding, Meer groenten, fruit, peulvruchten en volle granen zijn beter voor je nieren.
Twijfel je of je risico loopt?
Denk je dat je misschien een verhoogd risico hebt op nierproblemen?
Bespreek dit dan met je huisarts.
Hoge bloeddruk (hypertensie)
Een hoge bloeddruk, ook wel hypertensie, is wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van overlijden bij volwassenen. Het verraderlijke is dat een hoge bloeddruk meestal geen klachten geeft. Je merkt er vaak helemaal niets van, precies daarom is het zo gevaarlijk.
Bewegen helpt direct en op lange termijn
Regelmatige lichaamsbeweging verlaagt het risico op een hoge bloeddruk. Ook als je al een hoge bloeddruk hebt, is beweging belangrijk. Zodra je beweegt, stijgt de bovendruk in je bloed even. Na inspanning (vooral bij aërobe activiteiten zoals wandelen, fietsen of zwemmen) daalt je bloeddruk weer en blijft die vaak enkele uren lager dan normaal.
Aërobe lichaamsbeweging in combinatie met spierversterkende activiteiten blijkt effectiever voor het verlagen van de bloeddruk dan afzonderlijke beweegactiviteiten.
Waarom is bewegen zo belangrijk bij hoge bloeddruk?
Regelmatig bewegen:
- verlaagt je bloeddruk,
- vergroot de kans op een langer en gezonder leven,
- verbetert je levenskwaliteit,
- en vertraagt het verdere verloop van de ziekte.
Hoeveel en welke beweging?
Let op voor teken!
Een tekenbeet voel je meestal niet. Hoogstens krijg je achteraf wat jeuk. Toch kan een teek bacteriën of virussen bij zich dragen en die tijdens het bijten overdragen.
De bekendste ziekte die je via een tekenbeet kan oplopen is de ziekte van Lyme. Daarvoor moet een teek minstens 12 uur op je huid vastzitten. Ze raakt besmet door zich vol te zuigen met bloed en daarbij speeksel af te geven. Krijg je binnen de maand na een tekenbeet een rode kring rond de beet of griepachtige klachten, ga dan zeker naar je huisarts. Lyme kan goed behandeld worden met antibiotica als je er op tijd bij bent.
Er bestaat ook een klein risico op hersenvliesontsteking (TBE) door een virus dat door teken wordt overgedragen. Dit komt in België nog maar zelden voor. Voor reizen naar bepaalde landen in Europa wordt soms een vaccin aanbevolen, bijvoorbeeld als je gaat kamperen in de natuur. Meer info vind je op:
www.itg.be/reisgeneeskunde
Hoe ziet een teek eruit?
Teken zijn kleine spinachtigen, bruin of zwart, met acht poten en een plat, ovaal lichaam. Ze variëren in grootte van een speldenknop tot een erwt, afhankelijk van hoeveel bloed ze al hebben opgezogen.
Waar kom je teken tegen?
Teken leven in bossen, weilanden, parken, heide en tuinen — overal waar het groen is. Ze verschuilen zich in hoog gras en struiken en wachten tot mens of dier passeert. Teken vallen niet uit bomen en kunnen ook niet springen of vliegen. Eens op je huid, kruipen ze naar warme plekjes zoals oksels, liezen of achter je oren en bijten zich daar vast.
Ze zijn er het hele jaar door, maar vooral actief van maart tot oktober, als het wat warmer is.
Hoe voorkom je een tekenbeet?
- Draag beschermende kledij: lange broek, lange mouwen en dichte schoenen
- Gebruik insectenwerende middelen met DEET, picaridine of olie van citroeneucalyptus.
- Blijf op de paden en vermijd struiken en hoog gras.
- Controleer jezelf en je huisdieren na een wandeling. Douchen binnen de twee uur kan helpen om teken weg te spoelen. Zo kan je ook meteen je lichaam inspecteren. Let vooral op oksels, liezen, knieholtes en achter de oren.
Wat als je toch een teek vindt?
- Verwijder de teek zo snel mogelijk met een fijn pincet of tekentang. Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast en trek voorzichtig recht omhoog.
- Reinig de plek met water en zeep of ontsmettingsmiddel.
- Hoe sneller je de teek verwijdert, hoe kleiner het risico op besmetting.
- Panikeer niet: slechts ongeveer 1 op 10 teken in België is besmet, en niet elke beet geeft een infectie. Wordt de beetplek rood en ontstaat er een kring, of krijg je griepklachten? Ga dan zeker naar je huisarts.
Registreer je beet
Heb je een tekenbeet? Meld dit dan op www.tekennet.be of via de app van TekenNet. Zo help je onderzoekers om risicogebieden beter in kaart te brengen.
Blijf genieten van de natuur!
Laat je vooral niet tegenhouden door teken. Neem gewoon enkele voorzorgsmaatregelen, zodat je veilig kan blijven genieten van wandelingen en buiten zijn.
Wil je nog meer weten?
surf naar:
Zorg voor sterke botten
Tijdens de jeugdjaren wordt hjet skelet steeds sterker. Rond de leeftijd van 30 jaar bereiken we een piek, daarna neemt de botmassa langzaam af. Er wordt dan meer bot afgebroken dan aangemaakt, en de structuur van het bot verandert. Zo worden onze botten geleidelijk zwakker.
Op lange termijn kan dit leiden tot osteoporose (botontkalking). Daardoor breken botten makkelijker. Bij vrouwen gebeurt dit vaak sneller dan bij mannen, vooral na de menopauze door veranderingen in de hormonen.
Hoe kan je osteoporose voorkomen of vertragen?
Voldoende calcium
Calcium is een bouwstof voor je botten.
- De belangrijkste bronnen zijn melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten.
- Wie geen zuivel gebruikt, kan calcium halen uit met calcium verrijkte plantaardige producten, of uit groenten zoals boerenkool, broccoli, rapen, spinazie en bieten. Ook vis zoals sardienen, ansjovis, krab, garnalen en mosselen bevat calcium.
- In mindere mate vind je calcium ook in noten, peulvruchten en granen.
Voor volwassenen geldt een aanbeveling van 950 mg calcium per dag (volgens de Hoge Gezondheidsraad). Sommige bronnen adviseren voor ouderen zelfs 1200 mg.
Vier porties zuivel per dag (bijvoorbeeld een glas melk, twee sneetjes kaas en een potje yoghurt) dekken al ongeveer 75% van je dagelijkse calciumbehoefte.
Genoeg vitamine D
Vitamine D zorgt ervoor dat calcium goed uit de voeding wordt opgenomen en in je botten terechtkomt. Een tekort aan vitamine D kan dus ook leiden tot een tekort aan calcium.
Vitamine D zit in:
- Vette vis zoals wilde zalm, haring en paling
- Eidooiers en lever
- Verrijkte producten, zoals sommige ontbijtgranen
De belangrijkste bron is echter zonlicht: onze huid maakt zelf vitamine D aan onder invloed van de zon. Dat is goed voor ongeveer 90% van onze vitamine D.
Blijf bewegen
Regelmatige beweging stimuleert de aanmaak van botweefsel, versterkt je spieren en verbetert je evenwicht en reactievermogen. Zo verklein je meteen ook het risico op vallen en breuken.
Extra tips
- Rook niet en drink zo weinig mogelijk alcohol.
- Kom dagelijks buiten, voor vitamine D via zonlicht.
- Eet gezond en gevarieerd, met aandacht voor calcium en vitamine D.
- Blijf in beweging, ook op latere leeftijd.
Hooikoorts: wat kan je doen?
Last van niesbuien, een loopneus of jeukende ogen? Dan heb je mogelijk last van hooikoorts, een allergie voor pollen van bomen, grassen of kruiden.
Hooikoorts is vervelend, maar gelukkig kan je met enkele eenvoudige tips de klachten vaak flink verminderen.
Tips om hooikoortsklachten te beperken
- Blijf binnen op piekmomenten
Pollen zijn meestal het talrijkst in de vroege ochtend en late namiddag. Probeer je buitenactiviteiten zo veel mogelijk op andere momenten te plannen. - Hou ramen en deuren gesloten
Zeker op dagen met veel pollen in de lucht. Zo voorkom je dat de pollen je huis binnenkomen. - Draag een zonnebril buiten
Een zonnebril helpt niet alleen tegen zonlicht, maar beschermt je ogen ook tegen rondzwevende pollen. - Neem een douche voor het slapengaan
Zo spoel je de pollen weg die zich overdag op je huid en in je haar hebben verzameld. Vergeet ook je kussen regelmatig te verversen. - Vraag advies aan je arts of apotheker
Soms zijn antihistaminica, neussprays of oogdruppels nodig om de klachten goed onder controle te houden. Deze middelen kunnen helpen om je dagelijkse activiteiten toch vlot te blijven doen.
Laat je leven niet bepalen door hooikoorts. Met de juiste aanpak kan je heel wat klachten beperken!
Gezond ouder worden
Goed eten is belangrijk op elke leeftijd, maar voor 60-plussers is het extra belangrijk. Naarmate je ouder wordt, verandert je lichaam: je energiebehoefte daalt, je spiermassa neemt af en je lichaam verwerkt sommige voedingsstoffen minder vlot. Tegelijk neemt het risico op overgewicht, hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterol toe.
Wil je gezond ouder worden? Volg dan alvast volgende richtlijnen
Voldoende vocht
Je dorstgevoel vermindert met de jaren, waardoor je soms te weinig drinkt zonder het te beseffen. Drink minstens 1,5 liter per dag, dat zijn ongeveer 7 glazen water.
Zuivel voor sterke botten en spieren
Voor bot- en spierbehoud is het aangeraden om dagelijks minstens 4 porties melkproducten te gebruiken.
Eén portie = 1 sneetje kaas, 1 glas melk of 1 potje yoghurt.
Soep als extra, niet als vuller
Heb je een kleinere maag of snel een vol gevoel?
Eet je soep los van de warme maaltijd, anders eet je misschien te weinig van het hoofdgerecht. Soep kan ook perfect als tussendoortje of bij de tweede broodmaaltijd.
Kies bewust vetstoffen
Om ondervoeding te voorkomen, kies je beter voor volle melkproducten en margarine in plaats van magere alternatieven. Uitzondering: als je ernstig overgewicht hebt, overleg dan met je arts of diëtist.
Gezonde tussendoortjes
Tussendoor kan je je energie op peil houden met gezonde keuzes zoals:
- (vers) fruit
- yoghurt of platte kaas
- rauwe groenten
- een handje noten
Extra vitamine D vanaf 70 jaar
Vanaf 70 jaar stijgt je behoefte aan vitamine D.
Deze vitamine is essentieel voor sterke botten en tanden, een goede werking van het hart en je zenuwstelsel.
Vitamine D vind je in:
- eigeel
- vette vis (zoals zalm, haring, makreel)
- lever
- verrijkte producten zoals sommige margarines en vetten
De grootste hoeveelheid aan vitamine D maakt je lichaam echter zelf aan, als je je huid minstens 15 minuten per dag blootstelt aan zonlicht.
Zorg voor gezonde binnenlucht
We brengen gemiddeld 85% van onze tijd binnen door, thuis, op het werk of op school. De kwaliteit van de binnenlucht is daarom cruciaal voor je gezondheid.
Slechte binnenlucht kan leiden tot:
- hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid
- prikkende ogen of geïrriteerde luchtwegen
- verergering van allergieën en astma
- en bij hoge concentraties, zelfs ernstige aandoeningen zoals kanker
Koolstofmonoxide (CO) is bijzonder gevaarlijk. Het is geurloos en onzichtbaar, maar kan leiden tot bewusteloosheid en zelfs de dood.
Ook vochtproblemen in huis kunnen schadelijk zijn. Vochtige muren en een gebrek aan ventilatie kunnen schimmelvorming veroorzaken, wat extra risico’s geeft voor baby’s, kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met ademhalingsproblemen.
Drie vuistregels voor gezonde binnenlucht
- Beperk vocht en vervuilende stoffen
Gebruik een dampkap bij het koken, droog je was buiten of in een goed geventileerde ruimte, en voorkom schimmelplekken in badkamer of kelder. - Vermijd koolstofmonoxide (CO)
Laat je verwarmingstoestellen en schoorstenen regelmatig nakijken. Installeer een CO-melder in de buurt van gas- of mazouttoestellen. - Zorg elke dag voor verse lucht in huis
Zet elke dag ramen open. Ook bij koud of vochtig weer is het belangrijk om minstens 15 minuten te verluchten. Heb je een ventilatiesysteem? Onderhoud het goed en laat het continu werken.
Zo niet, stapelen vocht en schadelijke stoffen, zoals radon, CO, verbrandingsproducten, stoffen die vrijkomen uit bouwmaterialen, meubels, gordijnen ... zich op in de woning.
Stop met roken
Roken is een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare ziekten en sterfgevallen wereldwijd. Door te stoppen met roken, verbeter je niet alleen je eigen gezondheid, maar draag je ook bij aan een schonere en gezondere leefomgeving voor iedereen.
Hoe zit het met jouw rookgedag?
Doe de test: https://www.gezondheidskompas.be/roken
Het kan moeilijk zijn om te stoppen met roken, maar je hoeft het niet alleen te doen. Neem contact op met je huisarts!
We willen ook even aandacht besteden aan de gevaren van e-sigaret
Hoewel e-sigaretten vaak worden gepromoot als een veiliger alternatief voor traditionele sigaretten, brengen ze hun eigen risico's met zich mee:
- E-sigaretten bevatten vaak nicotine, wat zeer verslavend is en schadelijke effecten kan hebben op de hersenontwikkeling van jongeren.
- De damp van e-sigaretten bevat schadelijke chemicaliën zoals formaldehyde en acroleïne, die de longen kunnen beschadigen.
- Er is toenemend bewijs dat het gebruik van e-sigaretten kan leiden tot longziekten, hartaandoeningen en andere gezondheidsproblemen.
- E-sigaretten kunnen ook een opstap zijn naar het roken van traditionele sigaretten, vooral onder jongeren.
Laten we samen streven naar een gezondere toekomst!
Antibioticaresistentie: wat kan jij doen?
Antibiotica zijn krachtige medicijnen tegen bacteriële infecties. Maar als ze te vaak of verkeerd worden gebruikt, kunnen bacteriën zich aanpassen en ongevoelig worden. Dat noemen we antibioticaresistentie.
Gevolg? Infecties worden moeilijker of zelfs niet meer te behandelen. Daarom is het belangrijk dat we er samen zorgvuldig mee omgaan.
Wat kan jij doen?
- Gebruik antibiotica alleen als ze zijn voorgeschreven door een arts.
Neem nooit zomaar restjes of medicijnen van iemand anders. - Volg de kuur volledig, ook als je je beter voelt.
Stop niet te vroeg — zo geef je bacteriën geen kans om resistent te worden. - Vraag gerust uitleg aan je arts of apotheker.
Twijfel je over het gebruik of de bijwerkingen? Stel je vragen — liever te veel dan te weinig.
Waarom is dit zo belangrijk?
Als antibiotica hun werking verliezen, raken we onze belangrijkste wapens kwijt tegen ontstekingen en infecties.
Ook operaties en behandelingen zoals chemotherapie worden dan een stuk risicovoller.
Met jouw hulp kunnen we de kracht van antibiotica behouden voor de toekomst!
Heb je vragen? Wij staan voor je klaar!