Gezondheid in beeld

Slimme tips voor een gezond(er) leven

Gezonder leven? Dat hoeft écht niet moeilijk te zijn. Het begint bij weten wat goed (of net minder goed) voor je is. En met kleine aanpassingen kom je al een heel eind.

Op deze pagina vind je korte, heldere gezondheidstips die je meteen kan uitproberen, of het nu gaat om voeding, gewoontes, zelfzorg of een goed voorbereid doktersbezoek. Deze korte artikels helpen je om stap voor stap beter voor jezelf te zorgen.

Van slimme gewoontes tot verrassende inzichten: Gezondheid in beeld zet je welzijn helder in de kijker.

Leuk om te lezen, makkelijk om te doen… en goed voor jezelf.
Voor iedereen die bewust met gezondheid wil omgaan, het hele jaar door.


Geen zoekresultaten gevonden.

Mentale gezondheid: Herstellen na een moeilijke periode

Een moeilijke periode kan veel van je vragen. Misschien ging je door een verlies, een breuk, langdurige stress, overbelasting, zorgen thuis, spanning op het werk, financiële druk, een opname, een moeilijke diagnose in je omgeving of een gebeurtenis die je diep geraakt heeft.

Wanneer de zwaarste periode voorbij is, verwacht je misschien dat je vanzelf weer verder kan. Toch lukt dat niet altijd meteen. Je lichaam en hoofd hebben tijd nodig om opnieuw tot rust te komen.

Herstellen betekent dat je stap voor stap opnieuw grip krijgt op je dagen, je energie, je slaap, je gedachten en je contacten met anderen.

Wat kan je merken na een moeilijke periode?

Na een moeilijke periode kan je nog een tijd signalen blijven voelen. Je systeem heeft lang op spanning gestaan en heeft nu nog tijd nodig om te herstellen.

Je kan bijvoorbeeld merken dat:

  • je sneller moe bent dan vroeger
  • je minder goed slaapt
  • je moeilijker kan ontspannen
  • je sneller huilt of sneller boos wordt
  • je minder geduld hebt
  • je hoofd vol zit
  • je moeilijker beslissingen neemt
  • je minder zin hebt om mensen te zien
  • je gevoeliger bent voor drukte of lawaai
  • je lichaam gespannen aanvoelt
  • je blijft piekeren over wat er gebeurd is
  • je bang bent dat het opnieuw te veel wordt

Deze signalen tonen dat je nog aan het herstellen bent.


Begin met de basis

Na een moeilijke periode helpt het om eerst terug naar de basis te gaan. Je hoeft niet meteen grote stappen te zetten. Kijk eerst naar slaap, eten, drinken, beweging en rust. Dat klinkt eenvoudig, maar net die dingen raken vaak verstoord wanneer je veel stress hebt gehad.

Probeer op een vast uur op te staan. Eet op regelmatige momenten. Drink voldoende water. Ga elke dag even naar buiten. Beweeg rustig, ook al is het maar kort. Plan je dag niet helemaal vol.

Maak je dag overzichtelijk

Wanneer je hoofd vol zit, kan een gewone dag al veel vragen. Dan helpt het om je dag klein en duidelijk te maken. Kies per dag maximum drie dingen die echt belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

  • douchen
  • boodschappen doen
  • een korte wandeling maken
  • een telefoontje plegen
  • een was insteken
  • een maaltijd klaarmaken
  • naar een afspraak gaan

Alles wat extra lukt, is mooi meegenomen. Maar je dag hoeft niet vol te zitten om goed genoeg te zijn. Schrijf je planning eventueel op. Zo moet je minder onthouden en blijft je hoofd rustiger.

Verdeel je energie

Na een zware periode is je energie vaak wisselend. De ene dag lukt er meer dan de andere dag. Dat kan frustrerend zijn, maar is volkomen normaal. Probeer je energie te verdelen. Plan niet alle afspraken, taken en sociale momenten op dezelfde dag. Voorzie na iets druk ook iets rustig. Een handige vraag is: wat kost energie en wat geeft energie?

Dingen die energie kunnen kosten:

  • lange gesprekken
  • drukke winkels
  • veel geluid
  • moeilijke administratie
  • werkdruk
  • sociale verplichtingen
  • conflicten
  • veel schermtijd

Dingen die energie kunnen geven:

  • wandelen
  • rustig koken
  • muziek luisteren
  • buiten zijn
  • een goed gesprek
  • een hobby
  • lichte beweging
  • tijd alleen
  • tijd met iemand bij wie je jezelf kan zijn

Slaap terug opbouwen

Slaap is vaak één van de eerste dingen die verstoord raakt. Je valt moeilijk in slaap, wordt vaak wakker of ligt vroeg te piekeren. Probeer je lichaam opnieuw een duidelijk ritme te geven. Sta zoveel mogelijk rond hetzelfde uur op. Hou je slaapkamer rustig. Vermijd lange schermtijd vlak voor het slapengaan. Drink ’s avonds liever geen koffie of energiedrank.

Word je wakker door piekeren? Leg pen en papier naast je bed. Schrijf kort op wat door je hoofd gaat en zeg tegen jezelf dat je er morgen opnieuw naar kijkt.

Blijf je slecht slapen en heeft dat veel invloed op je dag? Bespreek dit dan met je huisarts.

Piekeren aanpakken

Na een moeilijke periode blijft je hoofd soms zoeken naar antwoorden. Je denkt terug aan wat er gebeurd is, vraagt je af wat je anders had moeten doen of maakt je zorgen over wat nog kan komen. Piekeren voelt alsof je iets aan het oplossen bent, maar vaak blijf je rondjes draaien.

Wat kan helpen:

  • schrijf je gedachten op
  • plan een vast piekermoment overdag
  • kom in beweging wanneer je vastloopt in je hoofd
  • praat met iemand die rustig luistert
  • zoek afleiding die echt helpt, zoals wandelen, koken of iets praktisch doen
  • vermijd eindeloos zoeken op internet
  • Vraag jezelf af: kan ik hier vandaag iets aan doen?
    Is het antwoord ja? Kies één kleine stap.
    Is het antwoord nee? Probeer het dan even te parkeren en richt je op iets concreets in je dag.

Contact met anderen

Na een moeilijke periode kan contact met anderen steun geven. Tegelijk kan het ook veel energie vragen. Je hoeft niet meteen iedereen te zien of alles uit te leggen. Kies mensen bij wie je je veilig voelt. Dat kan één vriend, familielid, collega of buur zijn.

Je kan ook duidelijk zeggen wat je nodig hebt. Bijvoorbeeld:

  • “Ik wil er graag even uit, maar ik heb geen energie voor een lang gesprek.”
  • “Ik wil graag wandelen, maar liever niet over alles praten.”
  • “Ik heb nood aan gezelschap, niet aan advies.”
  • “Ik ben nog aan het herstellen, dus ik doe het rustig aan.”

Duidelijkheid helpt. Voor jezelf en voor de mensen rond je.

Terug naar werk of school

Terugkeren naar werk of school kan spannend zijn. Je wil misschien graag opnieuw meedraaien, maar bent bang dat het te veel wordt. Bespreek op tijd wat haalbaar is. Soms helpt een geleidelijke opstart. Bijvoorbeeld beginnen met enkele uren, duidelijke taken, minder prikkels of vaste rustmomenten.

Wacht niet tot je opnieuw helemaal uitgeput bent. Bespreek je draagkracht met je huisarts, werkgever, leidinggevende, school, arbeidsgeneesheer of een andere betrokken persoon. Een goede opstart is duidelijk, haalbaar en afgestemd op wat je op dat moment aankan.

Zorg voor je lichaam

Stress blijft vaak in je lichaam zitten. Je kan dat voelen aan gespannen schouders, hoofdpijn, buikspanning, een hoge ademhaling, vermoeidheid of onrust.

Je lichaam heeft baat bij eenvoudige zorg:

  • rustig wandelen
  • regelmatig eten
  • voldoende drinken
  • lichte stretching
  • warm douchen
  • op tijd pauze nemen
  • bewust trager ademen
  • spanning in je schouders loslaten
  • zachte beweging zoals yoga of rustige oefeningen

Je hoeft niet meteen intensief te sporten. Rustig opnieuw bewegen is vaak een betere start.


Wanneer vraag je hulp?

Wacht niet tot je helemaal vastloopt. Hulp vragen kan net voorkomen dat je opnieuw over je grens gaat.

Vraag hulp wanneer:

  • je al weken slecht slaapt
  • je blijft piekeren
  • je bijna nergens nog energie voor hebt
  • je je vaak angstig of gespannen voelt
  • je veel moet huilen
  • je snel boos of prikkelbaar bent
  • je je afsluit van anderen
  • je dagelijkse taken moeilijk blijven lukken
  • je werk of school niet meer haalbaar voelt
  • je lichaam voortdurend gespannen blijft
  • je het gevoel hebt dat je niet vooruit raakt

Je huisarts is een goed eerste aanspreekpunt. Die kan met je bekijken welke ondersteuning past. Dat kan een gesprek zijn, psychologische begeleiding, coaching, lichaamsgerichte begeleiding, kinesitherapie, ondersteuning bij stress of een combinatie van verschillende vormen van zorg.


Dringende hulp

Voel je je niet veilig bij jezelf of ben je bang dat je jezelf iets zou aandoen? Zoek dan meteen hulp. Bel 112 bij acuut gevaar of neem contact op met de huisarts van wacht via 1733.

Denk je aan zelfdoding of heb je nood aan een anoniem gesprek? Bel gratis naar Zelfmoordlijn 1813. Je kan ook terecht bij Tele-Onthaal via 106 als je met iemand wil praten.


Wat kan begeleiding betekenen?

Begeleiding kan helpen om opnieuw overzicht te krijgen. Samen kijk je naar wat er gebeurd is, wat je vandaag voelt en welke stappen nu haalbaar zijn. Je hoeft niet alles meteen te kunnen uitleggen. Soms begint begeleiding gewoon met ordenen: wat vraagt energie, wat geeft steun, waar loop je op vast en wat heb je nodig om weer verder te kunnen?

Bij Medisch Thuis kijken we samen naar jou als mens. Niet alleen naar wat moeilijk loopt, maar ook naar je gezondheid, je draagkracht, je omgeving, je lichaam, je slaap, je stress en je veerkracht.

Soms helpt één gesprek. Soms is een langer traject beter. Dat bekijken we samen, op jouw tempo.


Herstellen na een moeilijke periode vraagt tijd en duidelijke stappen. Begin bij je basis: slaap, eten, drinken, beweging, rust en contact met mensen die je goed doen.

Maak je dagen overzichtelijk. Verdeel je energie. Vraag hulp wanneer je merkt dat je blijft vastlopen.

Je hoeft niet meteen terug naar hoe het vroeger was. Stap voor stap kan je opnieuw meer rust, vertrouwen en balans vinden.

Partnergeweld

Partnergeweld begint zelden met iets dat zichtbaar is. Het groeit vaak uit woorden die je onzichtbaar onderuithalen, je doen twijfelen aan jezelf of je langzaam uit balans brengen. Soms gaat het om kleine opmerkingen, momenten van controle of stiltes die aanvoelen als straf. Schuldgevoel, angst of verwarring kunnen je stap voor stap vastzetten in een patroon waar je moeilijk uit raakt. Net daarom is het zo belangrijk om te erkennen dat geweld vele vormen heeft, ook in relaties die van buitenaf rustig lijken.

Woorden kunnen ook geweld zijn

Woorden die raken

Geweld hoeft niet altijd zichtbaar te zijn. Soms zit het in woorden die je doen twijfelen aan je eigen gevoel. Woorden die je klein maken, je energie afpakken of je laten geloven dat je minder waard bent. Verbaal geweld ondermijnt je welzijn en brengt je uit balans. Het gebeurt vaak stilletjes en groeit in de loop van de tijd.

Hoe verbaal geweld voelt

Je merkt dat je gespannen rondloopt. Je bent voorzichtig in wat je zegt. Je probeert conflicten te vermijden. Je past je gedrag aan om de sfeer rustig te houden. Je vraagt je af of je overdrijft.

Je lichaam reageert alsof je langdurige stress ervaart. Je ademhaling verandert, je hartslag gaat omhoog, je voelt meer spanning in je schouders en buik. 

Hoe ziet verbaal geweld eruit?

  • Scherpe of neerbuigende opmerkingen, kleineren
  • Steeds opnieuw kritiek geven
  •  De ander die jouw gevoel wegzet als overdreven 
  • Stiltes als straf 
  • Dreigen met gevolgen om je te controleren
  • Uitspraken die je schuldgevoel geven
  • Gaslighting: jouw gevoel of herinneringen in vraag stellen
  • Subtiele steken die je onzeker maken
  • Herhaaldelijk zuchten, om het ongenoegen in jou te bevestigen.
  • Jou onderbreken of overschreeuwen, zodat je geen ruimte krijgt om je gedachten af te maken of je grenzen aan te geven.
  • Je woorden verdraaien
  • Vergelijkingen die je klein maken, zoals opmerkingen dat anderen beter, sterker of waardevoller zouden zijn dan jij.

Patronen die je welzijn hard kunnen raken

Narcisme

Narcisme verwijst naar een persoonlijkheidspatroon waarbij iemand heel sterk vertrekt vanuit zichzelf. De persoon heeft vaak een grote behoefte aan bewondering, weinig aandacht voor de gevoelens van anderen en moeite om verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gedrag. Aan de buitenkant lijkt hij of zij soms zelfzeker en charmant, maar van binnen hangt die zelfzekerheid vaak af van bevestiging van anderen.

Iemand met uitgesproken narcistische trekken heeft het moeilijk met kritiek, reageert snel gekwetst of defensief en verwacht dat de omgeving zich aanpast. Hierdoor kan je als partner, familielid of vriend langzaam het gevoel krijgen dat je eigen grenzen, gedachten of emoties minder belangrijk zijn. De gesprekken draaien bijna altijd rond de ander, jouw grenzen krijgen weinig ruimte, verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven en je twijfelt steeds vaker aan jezelf.

Narcisme is geen oordeel over wie iemand is, maar een manier van omgaan met zichzelf en de wereld die veel impact kan hebben op naasten. Inzicht in dit patroon helpt je beter begrijpen waarom bepaalde dynamieken zo zwaar wegen en hoe je jezelf kan beschermen.

Emotionele chantage

Emotionele chantage is een manier van beïnvloeden waarbij iemand jouw gevoel gebruikt om te krijgen wat hij of zij wil. Dat gebeurt vaak via schuld, angst, stiltes, dreigementen of verwijten die je doen twijfelen aan jezelf. Je voelt je verantwoordelijk voor het humeur of het gedrag van de ander, waardoor je gaat toegeven om de sfeer rustig te houden of conflicten te vermijden.

Bij emotionele chantage lijkt het alsof jij telkens moet veranderen, terwijl de ander weinig rekening houdt met jouw grenzen, welzijn of noden. Hierdoor raak je langzaam uit balans en verlies je het vertrouwen in je eigen gevoel. Het patroon werkt vooral door omdat je hoopt dat het straks beter wordt, terwijl je steeds meer rekening houdt met de wensen van de ander. Ondertussen zet je je eigen behoeften telkens op de achtergrond en kom je los van wat voor jou goed voelt.

Inzicht in dit mechanisme helpt je om opnieuw te zien wat van jou is en wat niet, zodat je stap voor stap terug ruimte, rust en veerkracht kan opbouwen.

Gaslighting

Gaslighting is een vorm van manipulatie waarbij iemand je doelbewust laat twijfelen aan je eigen gevoel, herinneringen of waarnemingen. De ander zegt dingen als “dat heb ik nooit gezegd”, “je overdrijft”, of “je herinnert je dat verkeerd”.

Op lange termijn zorgt dit ervoor dat je vertrouwen in jezelf afneemt. Je weet niet meer zeker wat echt is en wat niet. Je gaat steeds meer afhankelijk worden van de bevestiging van de ander, terwijl je eigen stem steeds zachter klinkt.

Gaslighting gebeurt vaak subtiel, stap voor stap. Net daarom is het zo belangrijk om te leren herkennen hoe dit patroon eruitziet en welke impact het heeft op je welzijn.

Hoe bescherm je jezelf?

Luister naar je lichaam

Je lichaam voelt dingen sneller dan je hoofd. Spanning in je buik, krop in je keel, vermoeidheid, hoofdpijn, moeite om te ademen. Dat zijn natuurlijke signalen die aangeven dat een grens bereikt is. Door die signalen ernstig te nemen, zet je al een eerste stap naar bescherming.

Benoem voor jezelf wat je voelt

Schrijf op wat er gebeurt. Niet om iemand te beschuldigen, maar om helderheid te krijgen.

Wat werd er gezegd? Hoe voelde je je erbij? Waar voelde je dat in je lichaam? Door te benoemen, haal je de mist uit je hoofd. Dat helpt je om sterker te staan.

Leg je grenzen vast

Grenzen beginnen vanbinnen:

  • Dit wil ik niet meer toelaten.
  • Zo wil ik wel dat er met mij gesproken wordt.
  • Zo voelt respect voor mij.

Wanneer je je grenzen helder hebt, wordt het makkelijker om ze ook te uiten.

Stel kleine, haalbare acties

Je moet niet meteen grote gesprekken aangaan. Vaak werkt het beter om kleine keuzes te maken die je veiligheid vergroten:

  • Afstand nemen wanneer het te veel wordt
  • Niet meteen reageren
  • Een pauze inlassen
  • Steun zoeken bij iemand die je vertrouwt
  • Tijd nemen om te voelen wat jij nodig hebt

Je brein leert zo opnieuw dat jouw gevoel telt.

Zoek verbinding met veilige mensen

Verbondenheid is een van de sterkste beschermende factoren tegen stress. Een luisterende vriend, een familielid, een professional of een praatgroep kan een groot verschil maken. 

Wanneer je gezien wordt en herkenning krijgt, daalt de spanning in je zenuwstelsel en komt er ruimte voor herstel.

Hoe herstel je van verbaal geweld, narcisme of emotionele chantage?

Stap 1: Je veilige basis herstellen

Herstel start wanneer je lichaam opnieuw kan ontspannen. Dat gaat via kleine signalen van veiligheid:

  • Rustige, ontspannen ademhaling
  • Rustmomenten inlassen
  • Wandelen, liefst in de groene natuur
  • Rustige beweging zoals, yoga, pilates, qigong, dans,…
  • Tijd voor jezelf nemen
  • Bevestiging krijgen van iemand die luistert

Wanneer je systeem voelt dat je veilig bent, kan het terugschakelen uit de waakstand.

Stap 2: Je vertrouwen opnieuw opbouwen

Je zelfvertrouwen groeit wanneer je je eigen gevoel opnieuw serieus neemt. Je leert herkennen wanneer iets goed voelt en wanneer niet. Elke keer dat je kiest voor wat jij nodig hebt, groeit je innerlijke kracht, stap voor stap.

Stap 3: Je grenzen versterken

Grenzen worden steviger als je ze oefent. Zeg kleine dingen zoals:

  • Dit voelt niet oké voor mij.
  • Ik heb even tijd nodig.
  • Zo wil ik niet aangesproken worden.

Grenzen stellen is zorgen voor jezelf.

Stap 4: Je veerkracht vergroten

Veerkracht is het vermogen om terug te veren na moeilijke periodes. Je versterkt het door:

  • rust af te wisselen met activiteit
  • tijd te spenderen met personen die je energie geven
  • mild te zijn voor jezelf
  • te focussen op kleine successen
  • je ritme te bewaken
  • nieuwe gewoontes op te bouwen die je rust brengen

Hoe vaker je dit oefent, hoe sneller je lichaam terugkeert naar balans.

Praktische tips die je meteen kan gebruiken

Tips om met kwetsende woorden om te gaan

  • Herhaal rustig wat je hoorde, zodat de ander merkt dat je het niet zomaar laat passeren. Zo vertraag je het gesprek en geef je jezelf tijd om te voelen wat er gebeurt. Het helpt om duidelijk te maken dat je bewust aanwezig blijft.
  • Adem diep in voor je antwoordt. Door rustig te ademen zakt je spanning en kan je helderder denken. Je reageert dan vanuit rust in plaats van vanuit stress.
  • Verlaat de situatie wanneer de spanning te hoog wordt. Je mag altijd kiezen voor afstand wanneer je voelt dat het te veel is. Een korte pauze helpt je om weer grip te krijgen op je gevoel.
  • Oefen zinnen die respect vragen, zoals: Ik wil op een respectvolle manier praten. Zo geef je rustig aan welke communicatie voor jou oké is.
  • Leg de verantwoordelijkheid niet bij jezelf als de ander onrespectvol praat. Je mag duidelijk voelen dat kwetsende woorden niet jouw fout zijn.
  • Gebruik je lichaam als kompas. Spanning in je buik, een krop in je keel of druk in je borst zijn signalen dat je grens in zicht komt. Neem dat gevoel serieus.

Tips bij narcistisch gedrag

  • Ga niet mee in discussies die draaien in cirkels. Als je merkt dat je telkens terug bij hetzelfde punt uitkomt, stop dan het gesprek. Dit beschermt je energie.
  • Blijf bij de feiten, niet bij interpretaties. Houd het kort en duidelijk. Feiten kunnen niet verdraaid worden en helpen jou om stevig te blijven staan.
  • Wees zuinig met persoonlijke informatie. Je bepaalt zelf wat je deelt. Niet alles hoeft op tafel te liggen, zeker wanneer je merkt dat informatie later tegen jou gebruikt wordt.
  • Voorzie rustmomenten na contact. Het is normaal dat je daarna tijd nodig hebt om te ontladen. Plan bewust iets rustgevends in, zoals wandelen, yoga of even alleen zijn.
  • Praat erover met iemand die je vertrouwt. Narcistisch gedrag kan je zelfbeeld aantasten. Door erover te praten, krijg je weer helderheid en steun.
  • Laat anderen mee nadenken zodat je niet geïsoleerd raakt. Mensen met narcistische trekken proberen soms je wereld klein te maken. Door contact te blijven zoeken met anderen, blijf je stevig in je leven staan.
  • Bewaar emotionele afstand wanneer dat nodig is. Je hoeft niet op elke prik of opmerking te reageren. Dat geeft je ruimte en houdt jou in balans.

Tips bij emotionele chantage

  • Herken het schuldgevoel dat eigenlijk niet van jou is. Vraag jezelf af: voel ik me schuldig omdat ik iets fout deed, of omdat de ander wil dat ik me zo voel? Dat verschil is belangrijk.
  • Plaats de verantwoordelijkheid terug waar ze hoort. Jij bent niet verantwoordelijk voor het humeur, de verwachtingen of de ontgoocheling van iemand anders. 
  • Zeg rustig wat jij nodig hebt. Gebruik korte en duidelijke zinnen zoals: Ik heb tijd nodig om na te denken. Zo hou je controle over je eigen ruimte.
  • Doorprik dreigementen door niet onmiddellijk te reageren. Veel druk verdwijnt als je eerst ademt en pas antwoordt wanneer jij er klaar voor bent.
  • Zoek steun bij iemand die je vertrouwt. Emotionele chantage werkt vooral wanneer je alleen staat. Door een klankbord te hebben, zie je sneller wat er echt gebeurt.
  • Stel grenzen aan herhaaldelijke druk. Je mag zeggen: Dit gesprek voelt niet goed voor mij, ik wil dit later opnieuw bekijken. Het is oké om een patroon te doorbreken.
  • Bewaar je eigen ritme. Emotionele chantage werkt vaak door snelheid en druk. Door je eigen tempo te bewaken, neem je de macht van het moment terug in handen.

Partnergeweld raakt niet enkel het lichaam, maar ook het welzijn, de veerkracht en het gevoel van vertrouwen. Het kan jaren wegen op je balans en op hoe je je in je vel voelt. Daarom is het zo belangrijk dat er ruimte bestaat om te praten, te delen en opnieuw kracht op te bouwen.

Voel je dat je nood hebt aan een gesprek of wil je gewoon even je hart luchten? Je mag altijd contact opnemen met je huisarts. Samen kijken we wat jij op dit moment nodig hebt, in alle rust en vertrouwen. Je staat hier niet alleen in.

Nood aan een gesprek met een hulpverlener? Neem contact met ons op

Samen kijken we wat jij op dit moment nodig hebt, in alle rust en vertrouwen. Je staat hier niet alleen in.

Belangrijke hulplijnen en diensten:

1712

Dit is de officiële hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Je kan bellen, mailen of chatten. Gratis, anoniem en elke dag bereikbaar.

Website: https://www.1712.be/nl


Politie

Bij acuut gevaar bel je steeds 112. 

Bij niet-dringende situaties kan je contact opnemen met je lokale politiezone. Zij kunnen je veiligheid inschatten en verdere stappen uitleggen.


CAW - Centrum Algemeen Welzijnswerk

Je kan terecht voor opvang, veiligheid, gesprekken, begeleiding en slachtofferhulp (praktische, juridische en emotionele ondersteuning na geweld). Er zijn verschillende regionale CAW’s met een crisiswerking.

Website: https://www.caw.be/


Opvang / vluchthuizen

Wanneer thuisblijven niet veilig is, kan je tijdelijk op een veilige locatie terecht.

Dit verloopt meestal via CAW of politie.


Tele-Onthaal 106

Je kan dag en nacht bellen of chatten wanneer je nood hebt aan een luisterend oor.

Website: https://www.tele-onthaal.be/


JAC (voor jongeren tot 25)

Onderdeel van CAW. Jongeren kunnen hier terecht voor veilige begeleiding.

Website: https://www.caw.be/jac/

Mantelzorg: zorgen voor iemand, (maar ook voor jezelf)

Wat is mantelzorg?

Mantelzorg is zorgen voor iemand uit je omgeving die extra hulp nodig heeft. Dat kan je partner zijn, je moeder of vader, je kind, een broer of zus, een grootouder, een buur of een vriend. Je doet boodschappen, regelt afspraken, gaat mee naar de huisarts, helpt in huis, volgt medicatie mee op, luistert of bent gewoon dichtbij wanneer dat nodig is.

Mantelzorg is zorg die je geeft aan iemand met wie je een persoonlijke band hebt. Het is geen professionele zorg, maar hulp die groeit vanuit betrokkenheid en nabijheid. Soms gaat het om praktische hulp. Denk aan koken, wassen, poetsen, vervoer regelen, administratie opvolgen of helpen bij dagelijkse taken. Soms gaat het vooral om emotionele steun. Je luistert, stelt gerust, houdt gezelschap, denkt mee na en merkt vaak als eerste dat er iets verandert.

Mantelzorg groeit vaak stap voor stap. Eerst help je af en toe. Later merk je dat er steeds meer bij komt. Net daarom is het goed om op tijd stil te staan bij wat haalbaar blijft.

Mantelzorg is waardevol

Als mantelzorger beteken je veel. Je geeft veiligheid, vertrouwen en nabijheid. Je helpt iemand om langer in de vertrouwde omgeving te blijven en je bent vaak degene die het best aanvoelt wat nodig is. Dat maakt mantelzorg waardevol. Je deelt momenten, herinneringen, kleine zorgen en kleine overwinningen.

Tegelijk mag je erkennen dat het soms zwaar is. Zorgen voor iemand anders vraagt tijd, energie, aandacht en veerkracht. Dat mag gezegd worden.

Wanneer wordt mantelzorg te zwaar?

Veel mantelzorgers merken pas laat dat hun eigen draagkracht onder druk staat. Ze gaan door, omdat de zorg nodig is. Toch geeft je lichaam vaak signalen wanneer het tijd is om bij te sturen.

Hulp vragen is soms moeilijk, maar soms ook nodig om vol te kunnen houden. Vraag iemand om één duidelijke taak over te nemen. Bijvoorbeeld boodschappen doen, een maaltijd brengen, vervoer regelen, een namiddag aanwezig zijn of meegaan naar een afspraak. Mensen willen vaak helpen, maar weten niet altijd hoe. Een concrete vraag maakt het makkelijker.

Je hoeft niet te wachten tot het te veel wordt. Hoe vroeger je steun inschakelt, hoe beter je je eigen balans kan bewaren. Mantelzorg wordt lichter wanneer je de zorg kan delen. Maak samen een overzicht van wat er allemaal moet gebeuren. Denk aan: praktische hulp in huis, boodschappen, vervoer, administratie, medicatie opvolgen, afspraken plannen, contact met zorgverleners, gezelschap houden, nachtelijke zorg en emotionele steun.

Zet daarna naast elke taak wie kan helpen. Misschien kan familie iets opnemen, een buur af en toe inspringen, thuiszorg ondersteunen of een professionele zorgverlener mee opvolgen. Niet alles hoeft op jouw schouders te blijven liggen.

Bewaak je eigen balans

Goed voor jezelf zorgen is geen luxe, het is nodig om mantelzorg vol te houden. Plan momenten waarop je even niet zorgt. Dat kan een wandeling zijn, een koffiemoment, een hobby, sport, rust, stilte of tijd met iemand bij wie je zelf steun vindt.

Blijf ook aandacht geven aan je eigen gezondheid. Eet regelmatig, slaap voldoende, beweeg, hou contact met anderen en maak tijd voor dingen die jou energie geven. Je hoeft niet altijd beschikbaar te zijn. Grenzen helpen om de zorg warm en haalbaar te houden.

Durf praten over wat je voelt

Mantelzorg kan veel emoties oproepen. Liefde, dankbaarheid, bezorgdheid, verdriet, frustratie, schuldgevoel en vermoeidheid kunnen naast elkaar bestaan. Dat is normaal. Je mag iemand graag zien en het toch zwaar vinden. Je mag willen helpen en tegelijk verlangen naar rust. 

Praat erover met iemand die luistert zonder te oordelen. Dat kan een familielid, vriend, huisarts, psycholoog, maatschappelijk werker, mantelzorgvereniging of coach zijn. Je verhaal delen kan ruimte geven. Soms helpt één gesprek al om opnieuw overzicht te krijgen.

Ook jonge mantelzorgers verdienen aandacht

Ook kinderen en jongeren kunnen mantelzorger zijn. Ze helpen thuis, houden rekening met wat nodig is of maken zich zorgen om iemand die hen dierbaar is. Jonge mantelzorgers noemen zichzelf vaak niet zo. Ze vinden het gewoon wat ze doen. Toch kan die verantwoordelijkheid invloed hebben op school, vrije tijd, slaap, vriendschappen en hun gevoel van veiligheid.

Het is belangrijk om jonge mantelzorgers te zien, te erkennen en te ondersteunen. Ze mogen kind of jongere blijven, ook wanneer er thuis veel zorg nodig is.

Welke steun kan er zijn?

Je hoeft mantelzorg niet alleen te dragen. Er bestaan verschillende vormen van ondersteuning. Denk aan: hulp aan huis, thuisverpleging, gezinszorg, poetshulp, dagopvang, nachtopvang, oppashulp, psychologische begeleiding, maatschappelijk werk, mantelzorgverenigingen, hulpmiddelen of woningaanpassingen, advies via je mutualiteit of zorgkas,...

Ook je huisarts kan een belangrijke rol spelen. Die kan mee kijken naar de zorgsituatie, je draagkracht, de gezondheid van de persoon voor wie je zorgt en de ondersteuning die nodig is.

Erkenning als mantelzorger

Je kan bij je mutualiteit een officiële erkenning als mantelzorger aanvragen. Er bestaat een algemene erkenning en een erkenning waaraan sociale rechten verbonden kunnen zijn. Een erkenning is niet nodig om mantelzorger te zijn. Ze kan wel belangrijk zijn wanneer je mantelzorgverlof wil aanvragen.

Neem contact op met je mutualiteit. Een maatschappelijk werker kan samen met jou bekijken welke erkenning bij jouw situatie past en welke documenten nodig zijn.

Mantelzorg combineren met werk

Ben je werknemer en wil je tijdelijk minder of niet werken om mantelzorg te geven? Dan kan je mogelijk mantelzorgverlof aanvragen. Daarvoor heb je een erkenning als mantelzorger met sociale rechten nodig. Die vraag je aan bij je mutualiteit. Daarna breng je je werkgever schriftelijk op de hoogte en dien je een aanvraag in bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de RVA.

Mantelzorgverlof kan, afhankelijk van je werksituatie, opgenomen worden als:

  • een volledige werkonderbreking
  • een halftijdse werkonderbreking
  • een vermindering van je werk met één vijfde

Tijdens dit verlof kan je onder bepaalde voorwaarden een uitkering van de RVA ontvangen. In sommige situaties is daarnaast een Vlaamse aanmoedigingspremie mogelijk.

De voorwaarden verschillen volgens je statuut, sector en arbeidsregeling. Vraag daarom informatie bij je werkgever, mutualiteit, vakbond, de RVA of de Vlaamse overheid.

Meer informatie:

Financiële ondersteuning voor de persoon voor wie je zorgt

Mantelzorg brengt soms extra kosten met zich mee. Er bestaan verschillende tegemoetkomingen, maar de voorwaarden hangen af van de zorgnood, leeftijd, woonplaats, inkomen en beschikbare attesten. Veel tegemoetkomingen worden betaald aan de persoon die de zorg ontvangt. Ze zijn dus niet automatisch een vergoeding voor de mantelzorger.

Laat je volledige situatie nakijken door het Zorgloket of de dienst maatschappelijk werk van je mutualiteit. Zij kunnen vaak meerdere mogelijkheden tegelijk onderzoeken.

Mantelzorgpremie van gemeente Laakdal

Gemeente Laakdal voorziet een mantelzorgpremie van €20 per maand. De premie wordt jaarlijks uitbetaald aan de persoon die de mantelzorg ontvangt, als waardering voor de inzet van de mantelzorger of mantelzorgers. De zorgbehoevende moet onder andere in Laakdal wonen, er minstens één jaar gedomicilieerd zijn, thuis verblijven en regelmatig ondersteuning ontvangen van één of meer mantelzorgers. Er moet ook een geschikt attest van de zorgnood beschikbaar zijn.

De aanvraag gebeurt uiterlijk op 31 december. Wanneer je toestemming geeft en over een attest van onbepaalde duur beschikt, kan de premie in de volgende jaren automatisch verder onderzocht worden.

Meer informatie en aanvragen:

Zorgloket Laakdal
Markt 19
2430 Laakdal
013 67 01 10
zorgloket@laakdal.be
www.laakdal.be/mantelzorgpremie

Woon je niet in Laakdal? Vraag dan bij je eigen gemeente of stad of er een lokale mantelzorgpremie bestaat. Elke gemeente bepaalt zelf of ze een premie aanbiedt en welke voorwaarden gelden.

Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

Mensen die veel ondersteuning nodig hebben, kunnen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op het Vlaamse zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Dit bedraagt momenteel €140 per maand en is niet belastbaar. Soms wordt dit zorgbudget automatisch toegekend. In andere situaties moet je het aanvragen bij de zorgkas waarbij de persoon is aangesloten.

Is er nog geen geschikt attest? Dan kan de zorgnood beoordeeld worden door de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteit, het OCMW of een erkende dienst voor gezinszorg.

Meer informatie vind je via www.vlaanderen.be. Je kan ook contact opnemen met de zorgkas of mutualiteit.

Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood

Vanaf 66 jaar kan iemand met een verminderde zelfredzaamheid mogelijk recht hebben op een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. Het bedrag hangt af van de zorgnood, het inkomen en de gezinssituatie. De aanvraag kan online gebeuren, maar je kan daarbij ook hulp krijgen van het OCMW, de gemeente of de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteit.

Laat het recht onderzoeken, ook wanneer je niet zeker bent of de persoon in aanmerking komt. Een maatschappelijk werker kan de voorwaarden uitleggen en helpen bij de aanvraag.

Waar kan je terecht met vragen over mantelzorg?

Zorgloket Laakdal

Het Zorgloket helpt inwoners van Laakdal bij vragen over mantelzorg, thuiszorg, tegemoetkomingen, maaltijden aan huis, aangepast vervoer en andere vormen van ondersteuning.

Zorgloket Laakdal
Markt 19
2430 Laakdal
013 67 01 10
zorgloket@laakdal.be

Dienst maatschappelijk werk van je mutualiteit

De maatschappelijk werkers van je mutualiteit kunnen helpen bij:

  • de erkenning als mantelzorger
  • zorgbudgetten en tegemoetkomingen
  • thuiszorg en hulpmiddelen
  • verlofmogelijkheden
  • opvang en respijtzorg
  • het organiseren van professionele ondersteuning
  • administratieve aanvragen

Neem contact op met je eigen mutualiteit en vraag naar de dienst maatschappelijk werk.

Vlaams Expertisepunt Mantelzorg

Op de website van het Vlaams Expertisepunt Mantelzorg vind je informatie over rechten, ondersteuning, zelfzorg, werk, jonge mantelzorgers en zorgplanning.

www.mantelzorgers.be
info@expertisepuntmantelzorg.be

Steunpunt Mantelzorg

Steunpunt Mantelzorg biedt informatie, een luisterend oor, vormingen en begeleiding bij praktische en emotionele vragen.

078 77 77 97
info@steunpuntmantelzorg.be
www.steunpuntmantelzorg.be

Samana

Samana ondersteunt volwassen en jonge mantelzorgers met informatie, vormingen, een mantelzorgtelefoon en persoonlijke gesprekken met mantelzorgcoaches.

Mantelzorgtelefoon: 02 246 64 70
mantelzorg@samana.be
www.samana.be/mantelzorg

Mantelzorgnetwerk

Mantelzorgnetwerk geeft informatie, organiseert activiteiten en vormingen en beantwoordt vragen over mantelzorg en ondersteuning.

016 24 49 49
mantelzorgnetwerk@samenferm.be
www.mantelzorgnetwerk.com

Coponcho

Coponcho geeft advies en informatie over onder andere tegemoetkomingen, verlofstelsels, verzekeringen en de organisatie van mantelzorg.

02 515 02 63
info@coponcho.be
www.coponcho.be

Je kan gratis aansluiten bij een erkende mantelzorgvereniging. Je hoeft daarvoor geen officiële erkenning als mantelzorger te hebben.


Mantelzorg is waardevol, warm en betekenisvol. Tegelijk vraagt het veel van je tijd, energie en veerkracht. Zorgen voor iemand anders mag niet betekenen dat je jezelf helemaal verliest. Ook jij hebt rust, steun, grenzen en begeleiding nodig.

Durf hulp vragen. Deel de zorg waar dat kan. Praat over wat je voelt. Zo blijft mantelzorg meer in balans, voor jezelf en voor de persoon voor wie je zorgt.

Gezonde schermgewoonten

Een scherm vraagt aandacht. Je ogen kijken dichtbij, je hoofd krijgt veel informatie en je lichaam zit vaak lang stil. Daardoor kan veel schermtijd invloed hebben op je slaap, concentratie, houding, nek, schouders, ogen en stressgevoel.

Ook sociale media kunnen veel prikkels geven. Je ziet berichten, meldingen, foto’s, filmpjes en reacties. Dat kan leuk en verbindend zijn, maar het kan ook druk geven om altijd bereikbaar te zijn of steeds te vergelijken.

Gezonde schermgewoonten helpen om schermen bewust te gebruiken, zonder dat ze je dag overnemen.


Schermtijd is niet altijd hetzelfde

Niet elke schermtijd heeft dezelfde invloed. Een videogesprek met familie, huiswerk maken, iets creatiefs ontwerpen of samen een film kijken is anders dan eindeloos scrollen.

Kijk daarom niet alleen naar hoeveel tijd je achter een scherm zit. Kijk ook naar wat je doet, hoe je je erbij voelt en wat het effect is op je dag. Helpt het scherm je om iets te doen, te leren of contact te houden? Of merk je dat je moe, onrustig, prikkelbaar of afgeleid wordt? Dat verschil is belangrijk.


Schermen en slaap

Schermgebruik vlak voor het slapengaan kan je slaap verstoren. Je hoofd blijft actief en meldingen kunnen je wakker houden. Ook fel licht en spannende of emotionele inhoud maken het moeilijker om tot rust te komen. Maak van het laatste uur voor het slapengaan liefst een rustige overgang. Leg je gsm opzij, zet meldingen uit en kies iets dat je lichaam en hoofd helpt vertragen.

Voor kinderen en jongeren is het zinvol om schermen ’s nachts buiten de slaapkamer te houden. Zo wordt slapen duidelijker gescheiden van online zijn.


Schermen en concentratie

Meldingen, berichten en korte filmpjes trekken voortdurend je aandacht. Daardoor wordt het moeilijker om lang bij één taak te blijven. Wie wil werken, studeren of huiswerk maken, helpt zichzelf door afleiding te beperken. Zet meldingen uit, leg je gsm uit het zicht en werk in blokken met korte pauzes.

Ook volwassenen hebben hier baat bij. Je hoeft niet altijd bereikbaar te zijn. Duidelijke schermmomenten geven meer rust en focus.


Schermen en je lichaam

Veel schermgebruik betekent vaak veel zitten. Lang zitten kan je lichaam stijf maken en invloed hebben op je energie, nek, schouders, rug en ogen. Onderbreek schermtijd regelmatig. Sta recht, wandel even rond, rek je uit of doe iets staand. Kleine beweegmomenten doorheen de dag maken een verschil.

Let ook op je houding. Zet je scherm op ooghoogte, steun je voeten op de grond en laat je schouders ontspannen. Hou je scherm niet te lang laag voor je, want dan buig je je nek voortdurend naar voren.


Gun je ogen rust

Bij schermgebruik knipper je vaak minder met je ogen. Daardoor kunnen je ogen droog, moe of branderig aanvoelen. Kijk regelmatig even weg van je scherm. Richt je blik naar buiten of naar iets verder in de kamer. Zorg ook voor voldoende licht, zonder dat er hinderlijke weerkaatsing op je scherm valt.

Heb je vaak hoofdpijn, wazig zicht, vermoeide ogen of moeite met lezen op een scherm? Laat je ogen dan controleren.


Sociale media en stress

Sociale media kunnen verbinden, inspireren en ontspanning geven. Tegelijk kunnen ze ook druk brengen. Je vergelijkt jezelf sneller met anderen, krijgt veel informatie tegelijk en kan het gevoel krijgen dat je niets mag missen. Let op signalen van overprikkeling. Merk je dat sociale media je onrustig, onzeker, boos of leeg maken? Dan is het zinvol om je gebruik aan te passen.

Dat kan door accounts te ontvolgen die je geen goed gevoel geven, meldingen uit te zetten, vaste momenten te kiezen of je gsm even weg te leggen.


Voor kinderen

Jonge kinderen hebben vooral nood aan spelen, bewegen, slapen, praten, ontdekken en contact met anderen. Schermen kunnen soms iets bijbrengen, maar ze vervangen geen echt spel, buitenlucht, voorlezen of samen bezig zijn.

Kijk liefst mee wanneer jonge kinderen een scherm gebruiken. Zo weet je wat ze zien en kan je uitleg geven. Kies rustige, leeftijdsgeschikte inhoud en hou schermmomenten kort. Maak duidelijke afspraken die passen bij je gezin. Bijvoorbeeld geen scherm aan tafel, geen scherm vlak voor het slapengaan en eerst spelen, bewegen of huiswerk maken.

Kinderen leren vooral van wat ze zien. Als volwassenen zelf vaak naar hun gsm grijpen, nemen kinderen dat makkelijk over.


Voor jongeren

Voor jongeren zijn schermen een deel van hun sociale leven. Ze gebruiken ze voor school, contact, ontspanning en identiteit. Alleen verbieden werkt meestal niet. Samen praten werkt beter. Maak afspraken over momenten waarop schermen wel en niet passen. Denk aan huiswerk, eten, slapen, sport, hobby’s en tijd met vrienden of gezin.

Praat ook over online druk, groepsgesprekken, foto’s delen, privacy, pesten, vergelijken en grenzen. Jongeren hebben nood aan vertrouwen én begeleiding. Let op signalen zoals slecht slapen, minder bewegen, minder contact in het echte leven, prikkelbaarheid, stress, somberheid of schooltaken die blijven liggen. Dan is het goed om samen te kijken wat kan helpen.


Voor volwassenen

Ook volwassenen kunnen vastlopen in schermgewoonten. Werkmails, sociale media, nieuws, berichten en ontspanning lopen snel door elkaar.

Gezonde gewoontes helpen om meer rust te creëren:

  • zet meldingen uit die je niet nodig hebt
  • leg je gsm weg tijdens maaltijden
  • plan momenten zonder scherm
  • hou je slaapkamer schermvrij
  • neem echte pauzes tijdens het werk
  • beweeg tussen schermmomenten door
  • stop op tijd met scrollen

Duidelijke grenzen helpen je aandacht, energie en welzijn beschermen.


Maak afspraken in huis

Gezonde schermgewoonten werken beter wanneer ze duidelijk zijn. Maak afspraken die haalbaar zijn voor iedereen.

Denk aan:

  • geen schermen aan tafel
  • geen gsm in bed
  • schermen weg tijdens gesprekken
  • eerst huiswerk, beweging of taken, daarna schermtijd
  • samen kiezen welke apps, games of filmpjes oké zijn
  • meldingen uit tijdens studie, werk of slaap
  • een vaste plek om gsm’s ’s nachts weg te leggen

Afspraken werken beter wanneer ze samen gemaakt worden. Leg uit waarom ze belangrijk zijn. Zo worden ze minder een strijd en meer een vorm van zorg voor elkaar.


Zorg voor voldoende schermvrije momenten

Schermvrije momenten geven je hoofd rust. Ze maken ruimte voor beweging, creativiteit, verveling, gesprek, slaap en echt contact.

Voorbeelden:

  • wandelen zonder gsm in je hand
  • samen eten zonder scherm
  • lezen voor het slapengaan
  • muziek luisteren zonder te scrollen
  • een hobby zonder scherm
  • buitenspelen
  • gezelschapsspelletjes
  • koken, tekenen, tuinieren of knutselen

Ook verveling mag er zijn. Uit verveling ontstaan vaak spel, creativiteit en nieuwe ideeën.


Wanneer vraag je best hulp?

Vraag advies als schermgebruik veel invloed heeft op slaap, stemming, concentratie, school, werk, relaties of beweging.

Dat kan bijvoorbeeld wanneer je merkt dat jij of je kind:

  • moeilijk kan stoppen
  • veel minder slaapt
  • vaak prikkelbaar of onrustig is
  • schoolwerk of werk blijft uitstellen
  • minder contact zoekt buiten het scherm
  • niet meer graag beweegt
  • veel stress ervaart door sociale media
  • online dingen meemaakt die kwetsen of bang maken

Bespreek dit met je huisarts, psycholoog, coach of een andere hulpverlener. Samen kan je bekijken welke stappen haalbaar zijn.

Schermen horen bij het leven van vandaag. Gezonde schermgewoonten gaan niet over alles verbieden, maar over bewust kiezen.

Zorg voor voldoende slaap, beweging, rust, echte gesprekken en momenten zonder scherm. Maak afspraken die passen bij je gezin en je dagelijks leven.

Een scherm mag helpen, verbinden en ontspannen. Met duidelijke grenzen blijft er ook ruimte voor je lichaam, je hoofd en je welzijn.

Bekkenbodem en urineverlies

Urineverlies komt vaker voor dan je denkt. Toch praten veel mensen er weinig over. Soms uit schaamte, soms omdat ze denken dat het erbij hoort na een zwangerschap, bevalling, overgang of bij ouder worden.

Je hoeft urineverlies niet zomaar te aanvaarden. Met de juiste begeleiding, goede gewoontes en gerichte oefeningen kan er vaak veel verbeteren.


Wat is de bekkenbodem?

De bekkenbodem is een groep spieren onderaan je bekken. Die spieren ondersteunen je blaas, darmen en baarmoeder. Ze helpen ook om urine, windjes en stoelgang op te houden en op het juiste moment los te laten. Een gezonde bekkenbodem kan aanspannen én ontspannen. Beide zijn belangrijk.

Soms zijn de bekkenbodemspieren te zwak. Dan kan je urine verliezen bij hoesten, niezen, lachen, sporten, springen of tillen. Soms zijn de bekkenbodemspieren te gespannen. Dan kan je moeite hebben om goed te ontspannen tijdens het plassen, stoelgang maken of vrijen.

Bekkenbodemzorg gaat dus niet alleen over sterker worden. Het gaat ook over leren voelen, ontspannen en goed gebruiken.


Wanneer komt urineverlies voor?

Urineverlies kan op verschillende momenten in je leven ontstaan.

Het komt onder andere vaker voor:

  • tijdens de zwangerschap
  • na een bevalling
  • in de overgang
  • op latere leeftijd
  • bij veel hoesten
  • bij constipatie of veel persen
  • bij overgewicht
  • bij zwaar tillen
  • bij intensief sporten met veel sprongen
  • na sommige operaties
  • bij bepaalde medicatie

Ook mannen kunnen bekkenbodemsignalen ervaren, bijvoorbeeld na een prostaatoperatie of bij veranderingen in plassen. Dit artikel richt zich vooral op vrouwen, maar de basis blijft voor iedereen hetzelfde: tijdig advies vragen helpt.

Urineverlies bij inspanning

Sommige mensen verliezen urine wanneer er druk op de buik komt. Dat kan gebeuren bij hoesten, niezen, lachen, springen, lopen of iets zwaars optillen. Dat wijst vaak op een bekkenbodem die op dat moment onvoldoende steun geeft. Gerichte bekkenbodemoefeningen kunnen dan helpen.

Een eenvoudige gewoonte is om je bekkenbodem kort aan te spannen net vóór je hoest, niest, springt of tilt. Een bekkenbodemkinesitherapeut kan je leren hoe je dat juist doet.

Urineverlies bij plots moeten plassen

Soms voel je plots heel sterke aandrang om te plassen en haal je het toilet niet op tijd. Dat kan heel vervelend zijn en veel invloed hebben op je dagelijkse leven. Blaastraining kan dan helpen. Daarbij leer je stap voor stap om de aandrang beter op te vangen en het plassen wat uit te stellen. Dat doe je best met begeleiding, zodat je veilig en haalbaar oefent.

Zwangerschap en bevalling

Tijdens de zwangerschap draagt je bekkenbodem extra gewicht. Ook hormonale veranderingen en de bevalling hebben invloed op je bekkenbodem. Urineverlies tijdens of na de zwangerschap komt vaak voor. Toch betekent dat niet dat je er mee moet blijven rondlopen.

Zwangerschapskinesitherapie en postnatale kinesitherapie kunnen helpen om je bekkenbodem opnieuw goed te leren voelen en gebruiken. Je leert niet alleen aanspannen, maar ook ontspannen, ademen, bewegen en je houding ondersteunen.

Heb je na de bevalling urineverlies, een zwaar gevoel naar onder, pijn, drukgevoel of onzekerheid bij bewegen? Bespreek dit dan met je huisarts, vroedvrouw of kinesitherapeut.

De overgang en ouder worden

In de overgang verandert je hormoonbalans. De weefsels rond blaas, plasbuis en vagina kunnen gevoeliger en droger worden. Ook spierkracht en bindweefsel veranderen met de leeftijd. Daardoor kan urineverlies makkelijker ontstaan of toenemen.

Blijven bewegen, spierkracht onderhouden, voldoende drinken, goed zorgen voor je stoelgang en je bekkenbodem gericht trainen kunnen veel betekenen. Het is nooit te laat om je bekkenbodem te oefenen. Ook op latere leeftijd kan begeleiding helpen om meer controle, comfort en vertrouwen te krijgen.


Goede toilethouding helpt

Hoe je plast, maakt verschil. Ga rustig zitten op het toilet. Zet je voeten goed op de grond. Ontspan je buik, billen en bekkenbodem. Laat de urine vanzelf stromen. Duw niet mee tijdens het plassen. Onderbreek je urinestraal ook niet om te oefenen. Dat kan je blaas en bekkenbodem net in de war brengen. Neem de tijd om uit te plassen. Nadien sta je rustig recht.

Ook bij stoelgang is ontspannen belangrijk. Veel persen geeft extra druk op je bekkenbodem. Eet daarom voldoende vezels, drink voldoende water en neem voldoende beweging.


Drink voldoende

Sommige mensen drinken minder omdat ze bang zijn om urine te verliezen. Dat lijkt logisch, maar het helpt meestal niet. Te weinig drinken kan je urine sterker maken en je blaas prikkelen. Daardoor kan je net vaker aandrang voelen.

Water blijft de beste keuze. Drink regelmatig doorheen de dag. Koffie, alcohol en bruisende of sterk gezoete dranken kunnen bij sommige mensen de blaas extra prikkelen. Merk je dat dit bij jou zo is? Dan kan je kijken wat er verandert wanneer je minder van die dranken gebruikt.


Bekkenbodemoefeningen

Bekkenbodemoefeningen kunnen helpen, maar alleen als je ze goed uitvoert. Het is niet de bedoeling om je buik, billen of bovenbenen hard mee aan te spannen.

Een goede oefening bestaat uit drie stappen:

  • voel waar je bekkenbodem zit
  • span zacht en gericht aan
  • ontspan volledig terug

Dat ontspannen is even belangrijk als het aanspannen.

Veel mensen zijn niet zeker of ze de juiste spieren gebruiken. Dat is normaal. Een gespecialiseerde bekkenbodemkinesitherapeut kan je helpen om je bekkenbodem goed te leren voelen en op de juiste manier te trainen.

Wanneer begeleiding zinvol is

Vraag begeleiding als je urine verliest of onzeker bent over je bekkenbodem. Wacht zeker niet tot het erger wordt.

Bekkenbodemkinesitherapie kan zinvol zijn:

  • bij urineverlies bij hoesten, niezen, lachen, sporten of tillen
  • bij plotse aandrang om te plassen
  • na zwangerschap en bevalling
  • in de overgang
  • bij een zwaar of drukkend gevoel naar onder
  • bij moeite met ontspannen tijdens plassen of stoelgang
  • bij pijn of spanning in het bekkengebied
  • bij onzekerheid om opnieuw te sporten
  • bij herstel na bepaalde operaties

De begeleiding wordt afgestemd op jouw lichaam, jouw dagelijks leven en jouw tempo.


Bewegen met vertrouwen

Urineverlies kan ervoor zorgen dat je minder durft te bewegen. Toch is beweging belangrijk voor je gezondheid, spierkracht, conditie en welzijn. Kies beweging die haalbaar voelt. Wandelen, fietsen, zwemmen, rustige krachttraining, yoga of begeleide oefeningen kunnen goede opties zijn.

Bij sporten met veel sprongen, lopen of zware krachttraining is het zinvol om je bekkenbodem goed te leren gebruiken. Zo kan je veiliger opbouwen en met meer vertrouwen blijven bewegen.


Wanneer neem je best contact op met je huisarts?

Neem contact op met je huisarts als:

  • je plots urineverlies krijgt
  • je pijn of een branderig gevoel hebt bij het plassen
  • je bloed in de urine ziet
  • je koorts hebt
  • je vaak kleine beetjes moet plassen
  • je je blaas niet goed kan leegplassen
  • je urineverlies snel toeneemt
  • je een zwaar of drukkend gevoel naar onder ervaart
  • je na een bevalling blijft lekken
  • je urineverlies invloed heeft op je dagelijks leven

Je huisarts kan mee bekijken wat de oorzaak is en welke begeleiding voor jou past.

Urineverlies is herkenbaar, maar je hoeft er niet mee te blijven zitten. Je bekkenbodem kan getraind, ondersteund en beter begrepen worden.

Met goede toilethouding, voldoende drinken, aandacht voor stoelgang, beweging en gerichte begeleiding kan je vaak veel vooruitgang maken.

Durf erover te praten. Een gesprek met je huisarts, vroedvrouw of bekkenbodemkinesitherapeut kan een eerste stap zijn naar meer comfort, vertrouwen en vrijheid in je dagelijks leven.

Zorg goed voor je huid

Je vel beschermt je elke dag. Huidgezondheid gaat over meer dan smeren alleen. Het gaat ook over je huid leren kennen, veranderingen opmerken, je huid beschermen tegen UV-straling en op tijd advies vragen wanneer iets verandert.


Ken je eigen huid

Iedere huid is anders. Sommige mensen hebben een lichte huid die snel verbrandt. Anderen hebben een huid die sneller droog wordt, gevoelig reageert of meer kans heeft op acne, eczeem of pigmentvlekken.

Het helpt om je huid goed te kennen. Kijk af en toe bewust naar je gezicht, armen, benen, rug, buik, handen, voeten en nagels. Zo merk je sneller wanneer een vlekje, moedervlek of plekje verandert. Hoe beter je je huid kent, hoe sneller je ziet wanneer iets anders is dan anders.


Laat vlekken op tijd nakijken

De meeste moedervlekken en huidvlekken zijn onschuldig. Toch is het belangrijk om veranderingen serieus te nemen. Een plekje dat verandert, verdient aandacht.

Laat een moedervlek of huidvlek nakijken als ze:

  • verandert van kleur, grootte of vorm
  • anders lijkt dan je andere vlekjes
  • asymmetrisch is
  • een onregelmatige rand heeft
  • verschillende kleuren heeft
  • groter wordt
  • jeukt, bloedt of vochtig wordt
  • ruw of schilferig aanvoelt
  • eruitziet als een wondje dat niet geneest
  • plots ontstaat en blijft veranderen

Een eenvoudige hulp is de ABCDE-regel.

  • A staat voor asymmetrie: de ene helft ziet er anders uit dan de andere helft.
  • B staat voor boord of rand: de rand is onregelmatig, grillig of niet mooi afgelijnd.
  • C staat voor colour of kleur: de vlek heeft verschillende kleuren, zoals lichtbruin, donkerbruin, zwart, rood, roze, wit of grijs.
  • D staat voor diameter: de vlek is groter dan ongeveer zes millimeter of wordt groter.
  • E staat voor evolutie: de vlek verandert in kleur, vorm, grootte of gevoel.

Twijfel je? Laat de vlek dan bekijken door je huisarts. Dat geeft duidelijkheid en rust.


Lichte huidtypes vragen extra bescherming

Iedere huid heeft bescherming tegen de zon nodig. Toch verbranden lichte huidtypes sneller. Mensen met een lichte huid, rood of blond haar, lichte ogen, sproeten of een huid die moeilijk bruint, zijn extra gevoelig voor UV-straling. Ook wie veel moedervlekken heeft, vroeger vaak verbrand is, zonnebank heeft gebruikt of huidkanker in de familie heeft, laat zijn huid best goed opvolgen.

Beschermen tegen de zon is geen overbodige luxe. Het is dagelijkse huidzorg, zeker in de lente en zomer, op vakantie, tijdens het sporten, in de tuin of wanneer je lang buiten bent.


Zonbescherming begint bij schaduw en kledij

Zonnecrème is belangrijk, maar het is niet de eerste stap. De beste bescherming begint met slim omgaan met de zon.

Zo bescherm je je huid:

  • zoek schaduw op wanneer de zon sterk is
  • draag een hoed of pet
  • draag een zonnebril met uv-filter
  • kies luchtige, beschermende kledij
  • bedek schouders, rug en borst wanneer je lang buiten bent
  • gebruik zonnecrème op huid die niet bedekt is

Vermijd langdurige blootstelling aan de felle middagzon. Zeker bij kinderen, lichte huidtypes en mensen die snel verbranden is dat belangrijk.


Zonnecrème goed gebruiken

Kies een zonnecrème die beschermt tegen UVA en UVB. Voor gevoelige of lichte huidtypes is een hoge bescherming, zoals SPF 50, een goede keuze. Smeer voldoende dik. Veel mensen gebruiken te weinig zonnecrème, waardoor de bescherming lager is dan verwacht. Smeer opnieuw na zwemmen, zweten of afdrogen. Herhaal het smeren ook wanneer je lang buiten blijft.

Zonnecrème beschermt goed, maar nooit volledig. Blijf daarom ook zorgen voor schaduw, kledij, een hoed of pet en een zonnebril.


Kinderen en zon

De huid van kinderen is extra gevoelig. Laat kinderen niet langdurig in de felle zon spelen. Kies voor schaduw, een zonnehoedje, beschermende kledij en zonnecrème met hoge factor. Bij baby’s en jonge kinderen is bescherming met schaduw en kledij extra belangrijk. Smeer de huid die toch blootgesteld is goed in met een product dat past bij kinderen.

Maak zonbescherming een vaste gewoonte. Net zoals tanden poetsen, hoort insmeren en beschermen bij goed voor jezelf zorgen.


Droge huid

Een droge huid kan trekkerig, ruw, gevoelig of schilferig aanvoelen. Dat komt vaker voor in de winter, bij ouder worden, na veel wassen of door warme douches. Je kan je huid ondersteunen door mild te wassen, niet te warm te douchen en regelmatig een verzorgende crème te gebruiken.

Kies liefst voor een eenvoudige crème zonder veel parfum. Smeer zeker na het douchen of baden, wanneer de huid nog licht vochtig is. Blijft je huid erg droog, rood, pijnlijk of gebarsten? Vraag dan advies aan je huisarts of apotheker.


Eczeem en gevoelige huid

Eczeem kan zorgen voor roodheid, jeuk, schilfers en een gevoelige huid. De huidbarrière is dan kwetsbaarder. Goede basiszorg is belangrijk. Gebruik milde producten, vermijd te warm water en smeer de huid regelmatig in met een aangepaste crème. Probeer niet te krabben, ook al is dat moeilijk. Krabben maakt de huid sneller kwetsbaar.

Heb je veel jeuk, open wondjes of terugkerende opstoten? Bespreek dit met je huisarts. Samen kan je bekijken welke verzorging of behandeling nodig is.


Acne bij jongeren

Acne komt vaak voor bij jongeren. Het kan gaan om mee-eters, puistjes, rode plekjes of een vettere huid. Dat hoort bij hormonale veranderingen, maar kan wel invloed hebben op hoe je je voelt. Een goede basis is mild reinigen en niet te hard schrobben. Knijp puistjes liever niet uit, want dat kan de huid irriteren en littekens geven.

Gebruik producten die passen bij een acnegevoelige huid. Helpt dat onvoldoende of heeft acne veel invloed op je zelfvertrouwen? Vraag dan advies aan je huisarts. Er zijn verschillende manieren om acne goed te begeleiden.


Huidzorg op latere leeftijd

Op latere leeftijd wordt de huid dunner, droger en kwetsbaarder. Ze herstelt vaak wat trager. Daarom is zachte verzorging belangrijk. Was met milde producten, dep de huid droog en smeer regelmatig met een verzorgende crème. Let op drukplekken, wondjes, blauwe plekken, droge onderbenen en kloofjes aan voeten of handen.

Ook op latere leeftijd blijft zonbescherming belangrijk. Veel huidveranderingen ontstaan door zonblootstelling doorheen het leven. Je huid blijven beschermen heeft dus altijd zin.


Wanneer neem je best contact op?

Vraag advies aan je huisarts als:

  • een moedervlek verandert
  • een vlekje anders lijkt dan je andere vlekjes
  • een plekje bloedt, jeukt of niet geneest
  • je een nieuw plekje ziet dat blijft groeien
  • je veel moedervlekken hebt en graag controle wil
  • je huid vaak rood, droog, pijnlijk of ontstoken is
  • acne veel invloed heeft op je zelfvertrouwen
  • een wondje niet goed geneest
  • je twijfelt over wat je ziet of voelt

Twijfel is een goede reden om te laten kijken.

Goed zorgen voor je huid begint met aandacht. Leer je huid kennen, bescherm ze tegen de zon en laat veranderingen op tijd nakijken.

Zeker bij lichte huidtypes, veel moedervlekken of eerdere zonnebrand is zonbescherming extra belangrijk. Schaduw, kledij, een hoed of pet, zonnebril en zonnecrème helpen je huid elke dag beschermen.

Je huid geeft signalen. Door die signalen op te merken en tijdig advies te vragen, zorg je voor je gezondheid.

Medicatie veilig gebruiken

Medicatie kan veel betekenen voor je gezondheid. Ze kan helpen om je lichaam te ondersteunen, je herstel te bevorderen of je dagelijks functioneren beter in balans te houden. Tegelijk is medicatie iets waar je zorgvuldig mee omgaat: de juiste medicatie, op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid.


Een goed overzicht helpt

Wie meerdere geneesmiddelen neemt, houdt het best overzichtelijk. Zeker wanneer medicatie verandert, wanneer er iets bijkomt of wanneer je tijdelijk iets extra neemt. Een actueel medicatieschema is belangrijk. Dat is een overzicht van alle medicatie die je neemt, hoeveel je neemt, wanneer je het neemt en waarom je het neemt. Zet daar ook tijdelijke medicatie, puffers, druppels, zalven, vitamines en supplementen bij. Ook producten die je zonder voorschrift koopt, kunnen invloed hebben op andere medicatie.

Je huisarts of apotheker kan je helpen om je medicatieschema duidelijk en volledig te maken.


Neem je medicatieschema mee

Neem je medicatieschema mee naar je huisarts, specialist, apotheker, kinesitherapeut of ziekenhuis. Zo weet elke zorgverlener welke medicatie je gebruikt.

Dat is vooral belangrijk:

  • als je meerdere geneesmiddelen neemt
  • als je medicatie verandert
  • als je naar het ziekenhuis gaat
  • als je op reis vertrekt
  • als je naar een nieuwe zorgverlener gaat
  • als je niet goed weet waarvoor je iets neemt

Een duidelijk overzicht helpt om vergissingen, dubbele medicatie en ongewenste combinaties te vermijden.


Volg het afgesproken gebruik

Medicatie werkt het best wanneer je ze neemt zoals het bedoeld is. Kijk goed naar het etiket op de verpakking en volg het advies van je arts of apotheker.

Let op:

  • hoeveel je moet nemen
  • op welk moment van de dag
  • voor, tijdens of na de maaltijd
  • hoe lang je de medicatie moet nemen
  • of je mag autorijden
  • of je alcohol best vermijdt
  • of je de medicatie moet bewaren in de koelkast

Stop niet zomaar met medicatie zonder overleg. Ook als je je beter voelt, kan het belangrijk zijn om de behandeling verder te zetten zoals afgesproken.

Ben je iets vergeten? Neem dan niet zomaar een dubbele dosis. Lees de bijsluiter of vraag advies aan je apotheker of huisarts.


Lees de bijsluiter

De bijsluiter geeft belangrijke informatie over je medicatie. Je vindt er waarvoor het geneesmiddel dient, hoe je het moet gebruiken, wanneer je extra moet opletten, welke bijwerkingen kunnen voorkomen en hoe je het moet bewaren. Je hoeft niet van elke mogelijke bijwerking ongerust te worden. De bijsluiter wil vooral duidelijk maken waar je op moet letten.

Twijfel je of begrijp je iets niet goed? Vraag uitleg aan je arts of apotheker. 


Bespreek bijwerkingen

Merk je dat je je anders voelt sinds je nieuwe medicatie neemt? Ben je duizelig, misselijk, slaperig, kortademig, verward, onrustig of heb je huiduitslag? Bespreek dit dan met je huisarts of apotheker.

Soms is een bijwerking tijdelijk. Soms moet de dosis aangepast worden of is een ander geneesmiddel beter geschikt. Stop niet zomaar met medicatie op eigen initiatief. Bespreek wat je ervaart, zodat er samen veilig kan worden gekeken wat nodig is.


Let op met combinaties

Niet alle medicatie past zomaar samen. Ook middelen zonder voorschrift, supplementen, kruidenproducten en alcohol kunnen invloed hebben op de werking van medicatie. Vertel daarom altijd aan je arts of apotheker wat je al neemt. Ook als het gaat om iets dat je maar af en toe gebruikt, zoals een pijnstiller, maagtablet, slaapmiddel, neusspray, vitamine of kruidensupplement.

Wees extra voorzichtig wanneer je meerdere geneesmiddelen neemt of wanneer je medicatie gebruikt voor je bloeddruk, hart, slaap, stemming, bloedverdunning, diabetes of pijn. De apotheker kan mee nakijken of combinaties veilig zijn.


Deel geen medicatie met anderen

Geef je medicatie niet door aan iemand anders, ook niet als die persoon herkenbare signalen heeft. Wat voor jou geschikt is, is niet automatisch geschikt voor iemand anders. De juiste keuze hangt af van leeftijd, gewicht, andere medicatie, zwangerschap, allergieën, nierfunctie, leverfunctie en persoonlijke gezondheid.

Ook restjes antibiotica, pijnstillers, slaapmedicatie of ontstekingsremmers gebruik je best niet op eigen initiatief. Vraag eerst advies.


Bewaar medicatie veilig

Bewaar medicatie op een droge, koele plaats en buiten het bereik en zicht van kinderen. De badkamer is meestal geen goede plaats, omdat het er vaak warm en vochtig is. Sommige medicatie moet in de koelkast bewaard worden. Kijk daarom altijd naar de verpakking of vraag het aan je apotheker.

Bewaar medicatie liefst in de originele verpakking. Zo blijven naam, dosis, vervaldatum en bijsluiter samen.

Gebruik geen medicatie waarvan je niet meer weet waarvoor ze dient of hoe je ze moet nemen.


Controleer je huisapotheek

Kijk je huisapotheek regelmatig na. Haal vervallen medicatie eruit en breng ze terug naar de apotheek. Gooi geneesmiddelen niet in de vuilnisbak, wastafel of toilet. Ook medicatie die je niet meer gebruikt, breng je best terug naar de apotheek. Zo blijft je huisapotheek overzichtelijk en veilig.

Bewaar thuis alleen wat je echt nodig hebt. Een kleine, duidelijke huisapotheek is beter dan een kast vol oude doosjes.


Medicatie op reis

Vertrek je op reis? Denk dan op tijd aan je medicatie. Neem voldoende voorraad mee voor de hele reis en liefst nog wat extra voor onverwachte vertraging. Bewaar belangrijke medicatie in je handbagage, zeker wanneer je het vliegtuig neemt.

Neem je medicatie mee in de originele verpakking. Zorg ook dat je medicatieschema bij je reisdocumenten zit.

Moet je medicatie koel blijven? Vraag vooraf aan je apotheker hoe je ze veilig kan meenemen.

Gebruik je medicatie waarvoor een attest nodig kan zijn, bijvoorbeeld bepaalde pijnmedicatie, inspuitingen of slaapmedicatie? Vraag dan op tijd advies aan je arts of apotheker.

Bij een tijdsverschil kan het nodig zijn om het innamemoment aan te passen. Bespreek dit vooraf als je twijfelt.


Hulpmiddelen kunnen helpen

Vind je het moeilijk om je medicatie op tijd te nemen? Dan kunnen hulpmiddelen steun geven.

Denk aan:

  • een medicatiedoos
  • een alarm op je gsm
  • een vaste plek voor je medicatie
  • een vast moment in je dag
  • een overzicht op papier
  • hulp van de apotheker of thuisverpleegkundige

Voor sommige mensen kan medicatie klaargezet worden per innamemoment. Vraag aan je apotheker wat mogelijk is.


Wanneer vraag je best advies?

Vraag advies aan je huisarts of apotheker als:

  • je niet goed weet waarvoor je medicatie dient
  • je meerdere geneesmiddelen neemt
  • je bijwerkingen ervaart
  • je medicatie wil stoppen
  • je medicatie vergeet
  • je nieuwe medicatie wil combineren met wat je al neemt
  • je supplementen of kruidenproducten wil gebruiken
  • je zwanger bent of borstvoeding geeft
  • je nieren of lever opgevolgd worden
  • je op reis vertrekt
  • je medicatie vervallen is

Een vraag stellen is altijd beter dan twijfelen.

Medicatie veilig gebruiken begint met overzicht, duidelijke afspraken en goede begeleiding. Hou je medicatieschema actueel, lees het etiket en de bijsluiter, bespreek bijwerkingen en breng vervallen medicatie terug naar de apotheek.

Zo gebruik je medicatie met meer vertrouwen en zorg je samen met je arts en apotheker voor een veilige ondersteuning van je gezondheid.

Valpreventie en sterk blijven op latere leeftijd

Sterk blijven op latere leeftijd gaat over meer dan spieren alleen. Het gaat ook over vertrouwen op je lijf, evenwicht, goed kunnen stappen, veilig bewegen en je zelfstandigheid zo lang mogelijk behouden.

Vallen komt vaker voor wanneer je ouder wordt, maar het hoort niet daarom niet perce bij ouder worden. Je kan zelf veel doen om stevig, mobiel en in beweging te blijven.


Waarom valpreventie belangrijk is

Een val kan veel invloed hebben op je dagelijks leven. Soms zorgt een val ervoor dat je minder durft te bewegen. Daardoor kunnen je spierkracht, evenwicht en conditie sneller achteruitgaan en kan je vertrouwen in je lichaam verminderen.

Daarom is valpreventie zo belangrijk. Het gaat niet alleen over vallen vermijden. Het gaat vooral over sterker worden, veilig blijven bewegen en met meer vertrouwen je dagelijkse activiteiten blijven doen.


Blijven bewegen is de basis

Beweging helpt je lichaam sterk en soepel te houden. Wie regelmatig beweegt, ondersteunt zijn spieren, botten, evenwicht, conditie en zelfvertrouwen. Wandelen, fietsen, tuinieren, rustig traplopen, dansen, zwemmen of oefeningen thuis kunnen al helpen. Ook lichte beweging telt mee.

Probeer vooral minder lang stil te zitten. Sta regelmatig even recht, wandel een stukje door het huis of doe enkele eenvoudige oefeningen tussendoor.


Spierkracht maakt een groot verschil

Sterke spieren helpen je om makkelijker recht te staan, stabieler te stappen en beter je evenwicht te bewaren. Vooral je benen, heupen, buik en rug zijn belangrijk. 

Spierkracht kan je op elke leeftijd trainen. Dat kan met eenvoudige oefeningen, zoals rechtstaan uit een stoel, op de tenen komen, een paar keer gecontroleerd gaan zitten en weer rechtstaan, of oefeningen met lichte gewichten.

Doe dit rustig en veilig. Heb je moeite met evenwicht, pijn, duizeligheid of onzekerheid bij het bewegen? Vraag dan begeleiding aan een kinesitherapeut. Samen kan je oefeningen kiezen die passen bij jouw lichaam en jouw tempo.


Evenwicht kan je oefenen

Evenwicht is iets wat je kan onderhouden en trainen. Dat helpt je om stabieler te staan, beter te reageren en veiliger te bewegen.

Voorbeelden van eenvoudige evenwichtsoefeningen:

  • even blijven staan met de voeten dicht bij elkaar
  • traag van hiel naar teen stappen
  • zijwaarts stappen langs het aanrecht
  • op één been staan terwijl je je vasthoudt
  • traag rechtstaan uit een stoel en weer gaan zitten

Zorg altijd voor steun in de buurt, zoals een stevige tafel, aanrecht of leuning. Veilig oefenen geeft vertrouwen.


Kijk naar je voeten en schoenen

Goede schoenen helpen je om stevig te staan en veilig te stappen. Kies schoenen die goed aansluiten, een stevige hiel hebben en een zool die niet glad is.

Teenslippers, schoenen die los zitten, gladde zolen of op kousen rondlopen verhogen het risico om uit te glijden of te struikelen. Ook binnenshuis draag je best stevig schoeisel.

Heb je pijnlijke voeten, eelt, wondjes, moeilijke nagels of standsveranderingen? Laat je voeten dan nakijken. Goede voetverzorging kan je comfort en je manier van stappen ondersteunen.


Laat je zicht regelmatig controleren

Goed zien is belangrijk om veilig te bewegen. Je moet drempels, trappen, tapijten, randen en obstakels goed kunnen inschatten.

Laat je ogen regelmatig controleren. Draag de bril die past bij wat je doet. Met sommige brillen, zoals een leesbril of multifocale bril, kan stappen moeilijker zijn omdat de vloer minder duidelijk zichtbaar is.

Zorg ook voor voldoende licht in huis, zeker in de gang, op de trap, in de badkamer en wanneer je ’s nachts naar het toilet gaat.


Bespreek je medicatie

Sommige medicatie kan invloed hebben op je evenwicht, alertheid, bloeddruk of reactiesnelheid. Denk bijvoorbeeld aan slaapmedicatie, kalmeermiddelen, sommige bloeddrukmedicatie of medicatie die duizeligheid kan geven.

Stop nooit op eigen initiatief met medicatie. Bespreek wel regelmatig met je huisarts of apotheker wat je neemt, waarom je het neemt en of alles nog nodig en goed afgestemd is.

Dat is zeker zinvol als je duizelig bent, vaak moe bent, bijna gevallen bent of al eens gevallen bent.


Let op bij duizeligheid of bloeddrukval

Sommige mensen worden duizelig wanneer ze snel rechtstaan. Dat kan komen door een plotse daling van de bloeddruk.

Sta rustig op uit bed of uit een stoel. Zet eerst je voeten goed op de grond, wacht even en kom dan pas recht. Neem je tijd voor je begint te stappen.

Heb je regelmatig duizeligheid, een onzeker gevoel of zwarte vlekken voor je ogen bij het rechtstaan? Bespreek dit met je huisarts.


Maak je huis veilig en overzichtelijk

Je huis moet je helpen om vlot te bewegen. Kleine aanpassingen kunnen veel verschil maken.

Denk aan:

  • losse tapijtjes weghalen of goed vastleggen
  • snoeren veilig wegwerken
  • voldoende ruimte maken om te stappen
  • goede verlichting voorzien
  • antislip in de badkamer gebruiken
  • een stevige leuning aan de trap voorzien
  • spullen die je vaak gebruikt op een makkelijke hoogte zetten
  • een nachtlampje gebruiken als je ’s nachts opstaat

Kijk vooral naar de plaatsen waar je vaak komt: slaapkamer, badkamer, toilet, keuken, gang en trap.


Voeding, eiwitten en vitamine D

Sterk blijven vraagt ook goede voeding. Je lichaam heeft bouwstoffen nodig om spieren en botten te ondersteunen.

Eiwitten zijn belangrijk voor je spieren. Je vindt ze onder andere in melkproducten, eieren, vis, kip, peulvruchten, tofu, tempeh, noten, zaden en volkoren producten.

Verdeel eiwitten liefst over de dag. Denk aan yoghurt of plattekaas bij het ontbijt, een ei of hummus bij de boterham, peulvruchten in soep of een volwaardige eiwitbron bij de warme maaltijd.

Vitamine D ondersteunt je botten en spieren. Je lichaam maakt vitamine D aan via zonlicht, maar op latere leeftijd lukt dat minder goed. Bespreek met je huisarts of apotheker of een supplement voor jou zinvol is.


Durf bewegen, ook na een val

Na een val is het begrijpelijk dat je voorzichtiger wordt. Toch is het belangrijk om opnieuw vertrouwen op te bouwen. Minder bewegen lijkt veilig, maar het kan ervoor zorgen dat je spieren en evenwicht sneller achteruitgaan.

Begin klein. Kies veilige bewegingen. Oefen met steun in de buurt. Vraag begeleiding als je onzeker bent.

Samen met een kinesitherapeut kan je werken aan kracht, evenwicht, stappen en vertrouwen. Zo wordt bewegen opnieuw haalbaar en veilig.


Wanneer vraag je best hulp?

Vraag advies aan je huisarts, kinesitherapeut of een andere zorgverlener als:

  • je het voorbije jaar gevallen bent
  • je bijna gevallen bent
  • je bang bent om te vallen
  • je onzeker stapt
  • je duizelig bent
  • je moeilijk rechtstaat uit een stoel
  • je minder ver durft te stappen
  • je voeten pijn doen
  • je merkt dat je spierkracht afneemt
  • je familie zich zorgen maakt over je veiligheid

Wacht niet tot bewegen moeilijk wordt. Vroeg ondersteuning vragen helpt om je zelfstandigheid en vertrouwen te behouden.

Valpreventie gaat over sterk, veilig en met vertrouwen blijven bewegen. Met voldoende beweging, spierkracht, evenwicht, goede schoenen, goed zicht, veilige gewoontes en aangepaste begeleiding kan je veel doen.

Elke dag een beetje oefenen, je huis overzichtelijk maken en hulp vragen wanneer dat nodig is, helpt je om langer actief en zelfstandig te blijven.

Eiwitten: hoeveel heb je nodig en waar haal je ze uit?

Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen voor je lichaam. Ze helpen je spieren, huid, botten en organen opbouwen en onderhouden. Ze spelen ook een rol bij herstel, weerstand en verzadiging.

De laatste jaren zie je in de winkel steeds meer proteïneproducten. Denk aan eiwitrepen, proteïneyoghurt, shakes, puddings, ontbijtgranen en snacks met extra eiwit. Dat maakt het soms moeilijk om te weten wat echt zinvol is en wat vooral marketing is.


Waarom zijn eiwitten belangrijk?

Je lichaam gebruikt eiwitten elke dag. Ze helpen om spieren te onderhouden, weefsels te herstellen en je lichaam sterk te houden.

Eiwitten zorgen ook voor verzadiging. Een maaltijd met voldoende eiwitten geeft vaak langer een voldaan gevoel. Daarom kunnen eiwitten helpen om je eetritme doorheen de dag beter in balans te houden.

Dat betekent niet dat je zoveel mogelijk eiwitten moet eten. Het gaat vooral om voldoende eiwitten, verspreid over de dag, binnen een gezond en gevarieerd eetpatroon.


Hoeveel eiwit heb je nodig?

Voor gezonde volwassenen wordt vaak gerekend met ongeveer 0,83 g eiwit per kg lichaamsgewicht per dag. Voor iemand van 70 kg komt dat neer op ongeveer 58 g eiwit per dag.

Dat is een algemene richtlijn. Je persoonlijke behoefte hangt af van je leeftijd, je lichaam, je eetpatroon, je activiteit, je spiermassa en je gezondheid. Sommige mensen hebben extra aandacht nodig voor eiwitten. Dat geldt bijvoorbeeld voor ouderen, mensen die herstellen na een operatie of opname, mensen met minder eetlust en mensen die intensief sporten.

Ben je zwanger, heb je een medische opvolging, wordt je nierfunctie opgevolgd of twijfel je over wat voor jou goed is? Bespreek dit dan met je huisarts of diëtist.

Vanaf latere leeftijd wordt het extra belangrijk om voldoende eiwitten te eten. Je lichaam bouwt spieren minder makkelijk op en spiermassa neemt sneller af als je weinig beweegt of onvoldoende eiwitten eet. Eiwitten helpen om spierkracht, herstel en zelfstandigheid te ondersteunen. Zeker in combinatie met beweging en spierversterkende oefeningen.

Voor ouderen is het vaak beter om eiwitten goed te spreiden over de dag. Dus niet alleen veel eiwit bij het avondmaal, maar ook bij het ontbijt en de lunch.

Voorbeelden:

  • yoghurt natuur of plattekaas bij het ontbijt
  • een ei of kaas bij de boterham
  • peulvruchten in soep of salade
  • vis, kip, tofu, tempeh of peulvruchten bij de warme maaltijd
  • een melkproduct, handje noten of volkoren boterham als tussendoortje


Bij herstel of verminderde eetlust

Na een operatie, opname of periode waarin je minder gegeten hebt, kan je lichaam extra bouwstoffen gebruiken. Eiwitten zijn dan belangrijk voor herstel en krachtopbouw. Ook bij verminderde eetlust kan het helpen om eiwitrijke producten over de dag te verdelen. 

Voorbeelden:

  • yoghurt natuur, plattekaas of skyr
  • een gekookt ei
  • soep met peulvruchten
  • een boterham met kaas, hummus, kip, vis of ei
  • melk of een melkproduct bij de maaltijd
  • notenpasta op brood
  • tofu, tempeh of peulvruchten in een warme maaltijd

Soms kan een verrijkt product nodig zijn. Doe dat liefst in overleg met je huisarts of diëtist, zodat het past bij jouw situatie.


Bij sport en beweging

Wie regelmatig beweegt, heeft eiwitten nodig voor spierherstel. Bij recreatief sporten lukt dat meestal goed met gewone voeding. Denk aan yoghurt met fruit, een boterham met ei, een maaltijd met peulvruchten, kip, vis, tofu of tempeh, of een kom havermout met melk of yoghurt.

Wie heel intensief sport of spiermassa wil opbouwen, kan soms wat meer eiwit nodig hebben. Toch blijft de basis hetzelfde: voldoende eten, goed spreiden over de dag, regelmatig trainen, genoeg slapen en tijd nemen voor herstel.

Een proteïne shake of reep is niet automatisch nodig. Het kan praktisch zijn, maar gewone voeding blijft meestal de beste basis.


Waar zitten eiwitten in?

Dierlijke bronnen zijn: melk, yoghurt natuur, plattekaas, kaasn eieren, vis en vlees.

Plantaardige bronnen zijn:peulvruchten zoals linzen, kikkererwten, bonen en erwten, tofu, tempeh, sojadrink verrijkt met calcium, noten, zaden, pitten, volkorenbrood, havermout, volkoren pasta en bruine rijst.

Een gezond eetpatroon bevat best vaker plantaardige eiwitbronnen. Peulvruchten, tofu, tempeh, noten en volkoren producten geven niet alleen eiwitten, maar ook vezels en andere waardevolle voedingsstoffen.


Vegetarisch eten en eiwitten

Wie vaker plantaardig eet, kan nog altijd voldoende eiwitten binnenkrijgen. Het vraagt wel wat aandacht voor variatie. Combineer doorheen de dag verschillende plantaardige bronnen. Denk aan volkorenbrood, havermout, peulvruchten, tofu, tempeh, noten, zaden en verrijkte sojaproducten.

Voorbeelden:

  • havermout met sojadrink en noten
  • volkoren boterham met hummus
  • linzensoep met volkorenbrood
  • salade met kikkererwten
  • tofu of tempeh bij de warme maaltijd
  • volkoren pasta met bonen of linzen

Wie volledig plantaardig eet, laat zich best goed informeren. Dan zijn naast eiwitten ook andere voedingsstoffen belangrijk, zoals vitamine B12, calcium, ijzer en omega 3-vetzuren.


Proteïneproducten in de winkel

Proteïneproducten zijn populair. Op verpakkingen zie je vaak woorden zoals high protein, proteïne, eiwitrijk of extra eiwit. Dat betekent niet automatisch dat het product gezond of nodig is.

Kijk altijd naar het volledige etiket. Sommige proteïneproducten bevatten ook veel suiker, zoetstoffen, verzadigd vet of weinig vezels. Een eiwitreep blijft soms vooral een snack, ook al staat er proteïne op de verpakking.

Stel jezelf drie vragen:

  • Heb ik dit extra eiwit echt nodig?
  • Kan ik dit ook halen uit gewone voeding?
  • Wat zit er verder nog in dit product?

Een potje yoghurt natuur, plattekaas, een ei, een boterham met hummus, een handje noten of een maaltijd met peulvruchten is vaak eenvoudiger, goedkoper en voedzamer.


Eiwitten bij elke maaltijd

Het helpt om eiwitten te spreiden over de dag. Zo geef je je lichaam meerdere momenten waarop het bouwstoffen krijgt.

Bij het ontbijt:

  • yoghurt natuur met fruit en havermout
  • volkorenbrood met ei of kaas
  • havermout met melk of sojadrink
  • plattekaas met fruit en noten

Bij de lunch:

  • volkorenbrood met hummus, kaas, ei, kip of vis
  • salade met linzen, kikkererwten of bonen
  • soep met peulvruchten en volkorenbrood
  • wrap met tofu, kip, ei of bonen

Bij de warme maaltijd:

  • vis, kip, ei, tofu, tempeh of peulvruchten
  • volkoren graanproducten
  • veel groenten
  • een gezonde vetstof

Als tussendoortje:

  • yoghurt natuur
  • plattekaas
  • een gekookt ei
  • een handje ongezouten noten
  • volkoren cracker met hummus
  • fruit met yoghurt


Kan je ook te veel eiwitten eten?

Voor gezonde volwassenen is er meestal geen duidelijk gevaar als je wat meer eiwitten eet dan de basisrichtlijn. Toch betekent dat niet dat je onbeperkt extra eiwitten nodig hebt. De meeste mensen halen voldoende eiwitten uit gewone voeding, zeker wanneer ze gevarieerd eten.

Als je veel eiwitproducten gebruikt, blijft er soms minder plaats over voor groenten, fruit, volkoren producten, peulvruchten en gezonde vetten. Zo kan je sneller vezels en andere waardevolle voedingsstoffen missen.

Ook de bron van eiwit is belangrijk. Eiwitten uit yoghurt natuur, peulvruchten, tofu, tempeh, eieren, vis, noten en volkoren producten passen goed binnen een gezond eetpatroon. Veel eiwit halen uit bewerkte snacks, proteïnerepen, charcuterie, vette kazen of grote hoeveelheden vlees is minder interessant, omdat die producten vaak ook meer zout, verzadigd vet of suiker bevatten.

Bij verminderde nierfunctie moet je opletten

Eiwitten worden in je lichaam afgebroken en daarbij ontstaan afvalstoffen die je nieren moeten verwerken. Als je nieren minder goed werken, kan te veel eiwit extra belasting geven. Hier is de inname van  de juiste hoeveelheid eiwitten via je voeding belangrijker. Vraag best persoonlijk advies aan je huisarts of diëtist. 

Voeding: Gezonde tussendoortjes

Een tussendoortje kan helpen om je energie doorheen de dag beter te verdelen. Het kan de kleine honger stillen, je concentratie ondersteunen en voorkomen dat je later op de dag heel veel zin krijgt in snelle snacks.

Vaak zijn eenvoudige basisproducten de beste keuze.


Heb je altijd een tussendoortje nodig?

Niet iedereen heeft elke dag tussendoortjes nodig. Sommige mensen voelen zich goed met drie hoofdmaaltijden. Anderen hebben tussen twee maaltijden door wel iets kleins nodig om hun energie op peil te houden.

Kijk vooral naar je eigen ritme. Heb je echt honger tussen twee maaltijden? Dan kan een gezond tussendoortje zinvol zijn. Eet je vooral uit gewoonte, verveling, stress of omdat er iets lekkers voor je ligt? Dan helpt het om daar even bij stil te staan.

Een tussendoortje is geen vervanging van een maaltijd. Het vult je dag aan en helpt je om met meer balans te eten.


Wat maakt een tussendoortje gezond?

Een gezond tussendoortje geeft je lichaam iets waar het iets mee kan. Denk aan vezels, eiwitten, gezonde vetten, vitaminen of mineralen.

Goede keuzes zijn:

  • vers fruit
  • rauwe groenten
  • een potje natuur yoghurt
  • een handje ongezouten noten
  • een volkoren cracker
  • soep
  • een gekookt ei
  • hummus met groentesticks
  • een klein stukje kaas
  • een kommetje plattekaas of skyr natuur
  • een restje havermoutpap

Tussendoortjes zoals koekjes, snoep, chocolade, chips, gebak, frisdrank of energiedrank geven meestal vooral snelle energie. Ze verzadigen minder lang en bevatten vaak veel suiker, zout of verzadigd vet. Kies ze liever niet als dagelijkse gewoonte.

Combineer voor meer verzadiging

Een stuk fruit is een goede keuze. Heb je snel opnieuw honger? Dan kan je fruit combineren met iets dat meer verzadigt. Bijvoorbeeld:

  • appel met een lepel pindakaas
  • banaan met yoghurt natuur
  • fruit met enkele noten
  • volkoren cracker met hummus
  • groentesticks met plattekaasdip

Zo krijg je een tussendoortje dat langer energie geeft.


Tussendoortjes voor kinderen

Kinderen hebben vaak nood aan een klein eetmoment tussen de maaltijden. Ze groeien, bewegen en gebruiken veel energie. 

Kies ook hier vooral voor eenvoudige producten:

  • fruit
  • kerstomaatjes, komkommer, wortel of paprika
  • een potje yoghurt natuur
  • een volkoren boterham
  • een volkoren cracker
  • een handje ongezouten noten, alleen als je kind oud genoeg is en er geen verslikrisico is
  • een gekookt ei
  • soep in een drinkbeker of thermos

Water blijft de beste drank bij een tussendoortje.

Kinderen leren door herhaling. Als fruit, groenten, yoghurt en volkoren producten vaak beschikbaar zijn, worden ze sneller een normale keuze.

Voor school

Een goed tussendoortje voor school is makkelijk mee te nemen, handig om op te eten en niet te groot.

Praktische voorbeelden:

  • een stuk fruit
  • gesneden fruit in een doosje
  • groentesticks
  • een volkoren boterham
  • een volkoren cracker
  • yoghurt natuur in een goed afsluitbaar potje
  • ongezouten noten voor oudere kinderen
  • een klein doosje rozijnen of gedroogd fruit, liever niet elke dag

Let op met tussendoortjes die heel kleverig zijn of veel suiker bevatten. Die blijven makkelijker aan de tanden hangen. Water drinken helpt om de mond fris te houden.


Tussendoortjes voor volwassenen

Voor op het werk

Op het werk is het vaak verleidelijk om snel iets uit de kast, automaat of broodjeszaak te nemen. Een beetje voorbereiding helpt.

Goede keuzes voor op het werk zijn:

  • fruit op je bureau of in de koelkast
  • een potje yoghurt natuur
  • een handje ongezouten noten
  • groentesticks
  • soep
  • een volkoren boterham
  • een gekookt ei
  • een volkoren cracker met hummus of kaas

Ook hier helpt het om vaste gewoontes te maken. Leg bijvoorbeeld op maandag wat gezonde opties klaar op het werk. Zo maak je het jezelf makkelijker op drukke momenten.

Voor onderweg

Onderweg kies je sneller iets dat voorhanden is. Daarom helpt het om vooraf iets mee te nemen.

Handige tussendoortjes voor onderweg:

  • een appel, peer of banaan
  • een doosje druiven of bessen
  • worteltjes of komkommerstaafjes
  • ongezouten noten
  • een volkoren boterham
  • een volkoren cracker
  • een gekookt ei
  • een flesje water

Voor langere uitstappen kan een kleine koelbox handig zijn. Zo kan je ook yoghurt, plattekaas, kaas of hummus veilig meenemen.

Bij veel honger tussen maaltijden

Heb je vaak grote honger tussen maaltijden? Dan is het nuttig om ook naar je hoofdmaaltijden te kijken.

Een maaltijd verzadigt beter als ze voldoende vezels, eiwitten en gezonde vetten bevat. Denk aan volkoren producten, groenten, peulvruchten, yoghurt natuur, eieren, vis, kip, tofu, noten, zaden of een gezonde vetstof.

Een ontbijt met alleen snelle suikers geeft vaak minder lang energie. Een ontbijt met volkoren brood, havermout, yoghurt natuur, fruit, noten of een ei houdt meestal langer vol.

Ook te weinig drinken kan soms lijken op honger. Drink doorheen de dag voldoende water.

Bij diabetesrisico of schommelende energie

Voor wie zijn bloedsuiker stabiel wil houden, zijn tussendoortjes met veel suiker minder interessant. Ze geven snel energie, maar die energie zakt vaak ook sneller terug.

Kies liever voor een tussendoortje met vezels, eiwitten of gezonde vetten.

Voorbeelden:

  • yoghurt natuur met fruit
  • volkoren cracker met hummus
  • appel met enkele noten
  • groentesticks met plattekaasdip
  • volkoren boterham met kaas
  • gekookt ei met rauwkost

Heb je diabetes of neem je medicatie die invloed heeft op je bloedsuiker? Bespreek dan met je huisarts, diëtist of diabeteseducator wat voor jou het beste ritme is.

Als je wil afvallen

Ook als je wil afvallen, kan een tussendoortje zinvol zijn. Het helpt sommige mensen om rustiger naar de volgende maaltijd te gaan.

Kies dan voor een tussendoortje dat goed verzadigt en niet te groot is.

Goede keuzes zijn:

  • fruit
  • rauwe groenten
  • yoghurt natuur
  • soep
  • een gekookt ei
  • een klein handje ongezouten noten
  • een volkoren cracker met mager beleg

Let vooral op met gedachteloos snacken. Eten recht uit een grote verpakking maakt het moeilijker om te voelen hoeveel je neemt. Doe je tussendoortje liever in een kommetje of doosje.

Drinken telt ook mee

Soms zit er veel suiker in wat je drinkt. Frisdrank, fruitsap, energiedrank, gesuikerde ijsthee en sommige koffiedranken leveren snel veel suiker, zonder dat ze goed verzadigen.

Water is de beste keuze. Ook thee of koffie zonder suiker kan. Wil je wat meer smaak? Voeg dan munt, citroen, komkommer, sinaasappel of bessen toe aan je water.


Maak het haalbaar

Gezond eten lukt beter als het eenvoudig is. Zorg dat gezonde tussendoortjes zichtbaar en bereikbaar zijn.

Leg fruit op tafel. Zet gesneden groenten klaar in de koelkast. Neem een portie noten mee in een klein doosje. Koop yoghurt natuur in plaats van telkens gesuikerde varianten. Voorzie een paar vaste opties die je graag eet.

Voeding: Etiketten lezen in de winkel

Een verpakking kan veel vertellen. Wie etiketten leert lezen, kan in de winkel bewuster kiezen. Je hoeft daarvoor geen voedingsdeskundige te zijn. Met enkele eenvoudige aandachtspunten kom je al ver.

Waarom etiketten lezen helpt

In de winkel is de keuze soms groot. Het ene product noemt zichzelf vezelrijk, het andere belooft minder suiker, extra eiwitten of een natuurlijke samenstelling. Toch staat de meest betrouwbare informatie meestal achteraan of op de zijkant van de verpakking in kleine lettertjes.

Daar vind je de ingrediëntenlijst en de voedingswaardetabel. Die helpen je om producten met elkaar te vergelijken en een keuze te maken die past bij je gezondheid, je gezin en je dagelijkse gewoontes.

Niet elk product heeft een lang etiket nodig. Groenten, fruit, aardappelen, peulvruchten, noten, eieren, melk, yoghurt natuur, volkorenbrood, vis en onbewerkt vlees zijn herkenbare basisproducten.

Bij samengestelde producten is het etiket belangrijker. Denk aan ontbijtgranen, koekjes, kant-en-klare maaltijden, sauzen, smeerbeleg, yoghurt met smaak, vleesvervangers, frisdrank, fruitsap, tussendoortjes en bereide salades.

Hoe meer een product bewerkt is, hoe nuttiger het wordt om even te kijken wat erin zit.

De ingrediëntenlijst toont waaruit een product bestaat. Het ingrediënt dat er het meest in zit, staat vooraan. Het ingrediënt dat er het minst in zit, staat achteraan. Dat is handig. Staat suiker, olie, room, boter, siroop of zout helemaal vooraan? Dan weet je dat dit een belangrijk deel van het product uitmaakt.

Let ook op verschillende namen voor suiker. Suiker kan op het etiket staan als suiker, glucose, fructose, dextrose, siroop, glucosestroop, honing, maltose, lactose, sacharose, kokosbloesemsuiker of geconcentreerd vruchtensap. Dat klinkt soms anders, maar het blijft een vorm van suiker.

Een lange ingrediëntenlijst is niet automatisch slecht. Soms staan er veel kruiden, groenten of peulvruchten in. Maar een lange lijst met veel suiker, zout, vetten, aroma’s en bindmiddelen kan wel een teken zijn dat het product minder dicht bij een basisvoeding staat.

Op de meeste verpakkingen staat een voedingswaardetabel. Die geeft aan hoeveel energie en voedingsstoffen het product bevat. Vergelijk producten vooral per 100 g of per 100 ml. Zo vergelijk je eerlijk, ook als de porties op de verpakking verschillen.

Kijk vooral naar:

  • vetten
  • verzadigde vetten
  • koolhydraten
  • suikers
  • vezels
  • eiwitten
  • zout

Je hoeft niet alles te vergelijken, kies één of twee punten die voor dat product belangrijk zijn. Bij brood kijk je bijvoorbeeld vooral naar vezels en zout. Bij yoghurt kijk je naar suikers en eiwitten. Bij smeervet kijk je naar verzadigde vetten. Bij kant-en-klare maaltijden kijk je naar zout, groenten, vezels en verzadigde vetten.

Suiker: kijk verder dan de voorkant

Op de voorkant van een verpakking staat soms “zonder toegevoegde suikers” of “minder suiker”. Dat klinkt goed, maar het blijft belangrijk om de voedingswaardetabel te bekijken.

Kijk bij koolhydraten naar “waarvan suikers”. Daar zie je hoeveel suiker het product bevat. Dat kan gaan om toegevoegde suiker, maar ook om suiker die van nature aanwezig is, bijvoorbeeld in melk of fruit.

Daarom combineer je best twee dingen: kijk in de ingrediëntenlijst of er suiker of een andere zoetstof toegevoegd is en kijk in de voedingswaardetabel hoeveel suiker het product in totaal bevat

Bij yoghurt is yoghurt natuur meestal een goede basis. Voeg zelf fruit toe als je graag een zoetere smaak hebt. Zo hou je meer controle over wat je eet.

Zout: vaak meer dan je denkt

Zout zit niet alleen in chips of zoute snacks. Het zit ook in brood, kaas, charcuterie, kant-en-klare maaltijden, soep, sauzen, bouillon, kruidenmengelingen en sommige vleesvervangers.

Vergelijk daarom producten binnen dezelfde groep. Kies bijvoorbeeld een broodbeleg, soep of saus met minder zout. Wie een hoge bloeddruk heeft of hart en bloedvaten extra wil ondersteunen, kijkt best bewust naar zout in dagelijkse producten.

Vetten: kijk naar het soort vet

Vet is niet verkeerd. Je lichaam heeft vet nodig. Het gaat vooral om het soort vet en de hoeveelheid.

Kijk in de voedingswaardetabel naar “vetten” en vooral naar “waarvan verzadigde vetten”. Producten met veel verzadigde vetten kies je best minder vaak. Denk aan boter, room, vet vlees, sommige koekjes, gebak, snacks en sommige kant-en-klare producten.

Kies vaker voor producten met onverzadigde vetten, zoals plantaardige olie, zachte smeervetten, noten, zaden en vette vis.

Vezels: een pluspunt

Vezels helpen je lichaam om je voeding te verwerken. Ze geven meer verzadiging en ondersteunen je darmgezondheid. Je vindt vezels vooral in volkorenproducten, groenten, fruit, peulvruchten, noten en zaden.

Bij brood, crackers, ontbijtgranen, wraps en pasta is het zinvol om naar vezels te kijken. Kies vaker voor de volkorenvariant. Een donkere kleur alleen zegt niet altijd genoeg. Kijk daarom naar de ingrediëntenlijst en zoek naar woorden zoals volkoren, volkorenmeel of volle graan.

Eiwitten: nuttig, maar niet altijd nodig in extra vorm

Eiwitten zijn belangrijk voor je spieren, je herstel en je verzadiging. Je vindt ze onder andere in melkproducten, eieren, vis, vlees, peulvruchten, tofu, tempeh, noten en zaden.

In de winkel zie je steeds meer producten met “proteïne” of “high protein” op de verpakking. Dat kan nuttig zijn voor sommige mensen, bijvoorbeeld bij meer spieropbouw, herstel of een verminderde eetlust. Maar het is niet automatisch nodig voor iedereen.

Kijk daarom verder dan de eiwitclaim. Een proteïnereep of eiwityoghurt kan tegelijk ook veel suiker, verzadigd vet of zoetstoffen bevatten. Vergelijk altijd het hele etiket.

Nutri-Score: handig, maar niet genoeg

De Nutri-Score is een letter en kleur op de voorkant van sommige verpakkingen. Een groene A of B wijst meestal op een betere keuze binnen dezelfde productgroep. Een oranje D of rode E wijst meestal op een product dat je beter minder vaak kiest.

Toch vertelt de Nutri-Score niet alles. Vergelijk de score vooral tussen gelijkaardige producten. Vergelijk dus yoghurt met yoghurt, ontbijtgranen met ontbijtgranen en pizza met pizza.

Gebruik de Nutri-Score als snelle eerste indruk. Kijk daarna nog even naar de ingrediëntenlijst en de voedingswaardetabel.

Light, natuurlijk of ambachtelijk: laat je niet misleiden

Woorden zoals light, natuurlijk, ambachtelijk, vezelrijk, rijk aan eiwitten of met fruit klinken positief. Toch zeggen ze niet altijd genoeg over de volledige samenstelling.

Een product met minder vet kan meer suiker bevatten. Een product met minder suiker kan meer vet bevatten. Een product met fruit op de verpakking kan toch vooral suiker en aroma bevatten.

Daarom is het etiket belangrijker dan de voorkant van de verpakking.


Zo vergelijk je twee producten in de winkel

Neem twee gelijkaardige producten vast en vergelijk ze per 100 g of per 100 ml.

Kijk eerst naar wat belangrijk is:

  • bij yoghurt: minder suiker, voldoende eiwit
  • bij brood: meer vezels, minder zout
  • bij smeervet: minder verzadigd vet
  • bij ontbijtgranen: meer vezels, minder suiker
  • bij soep of saus: minder zout
  • bij kant-en-klare maaltijden: meer groenten, minder zout, minder verzadigd vet
  • bij plantaardig beleg of vleesvervangers: voldoende eiwit, minder zout, minder verzadigd vet

Kies daarna het product dat het best past bij jouw dagelijkse voeding. 


Een eenvoudige winkelroutine

Je hoeft niet elk etiket in de winkel volledig te ontleden. Begin met de producten die je vaak koopt. Daar valt de meeste winst te halen. Kies één product per week om te vergelijken. Bijvoorbeeld je yoghurt, ontbijtgranen, broodbeleg, smeervet, soep of tussendoortje.

Heb je een betere keuze gevonden die je ook lekker vindt? Dan wordt dat je nieuwe gewoonte. Zo bouw je stap voor stap aan een gezonder eetpatroon, zonder dat boodschappen doen ingewikkeld wordt.

Voeding: Gezonde smeer- en bereidingsvetten

Vetstoffen horen thuis in een gezonde voeding. Ze geven smaak aan je maaltijd en leveren vetzuren die je lichaam nodig heeft. De keuze van de vetstof maakt wel een groot verschil.

Kies bij voorkeur voor zachte of vloeibare plantaardige vetstoffen. Die bevatten vooral onverzadigde vetten. Dat zijn vetten die je gezondheid ondersteunen en beter zijn voor je hart en bloedvaten.

Gebruik vetstoffen met mate. Ook gezonde vetstoffen blijven energierijk. Een kleine hoeveelheid is meestal voldoende.


Gezond smeervet

Een gezond smeervet is zacht en makkelijk smeerbaar. Denk aan zachte margarine of minarine in een vlootje.

Deze vetstoffen bevatten meestal meer onverzadigde vetten dan boter. Boter bevat meer verzadigde vetten. Daarom kies je boter best minder vaak of gebruik je er maar een kleine hoeveelheid van.

Een dun laagje is genoeg. Reken ongeveer één mespunt smeervet per snede brood.

Wil je wat lichter kiezen, dan kan minarine een goede keuze zijn. Minarine bevat minder vet dan margarine. Kijk wel altijd naar het etiket, want niet elk product heeft dezelfde samenstelling.

Waar let je op in de winkel?

Je hoeft geen voedingsdeskundige te zijn om een betere keuze te maken. Met enkele eenvoudige aandachtspunten kom je al ver.

Kies bij voorkeur voor:

  • zachte margarine of minarine in een vlootje
  • een product dat makkelijk smeerbaar is wanneer het uit de koelkast komt
  • een smeervet met maximaal één derde verzadigde vetten ten opzichte van de totale hoeveelheid vet
  • een smeervet met minder dan 40 gram vet per 100 gram wanneer je bewust voor een lichtere keuze wil gaan
  • een product met onverzadigde vetten, omega 3 of extra vitamines zoals vitamine A en D

Let vooral op de voedingswaardetabel. Daar staat “vetten” en daaronder “waarvan verzadigd”. Het verzadigd vet is best niet meer dan één derde van de totale hoeveelheid vet.

Een voorbeeld: bevat een product 30 gram vet per 100 gram, dan kies je best voor een product met maximaal 10 gram verzadigd vet per 100 gram.

Laat je niet alleen leiden door woorden zoals “light”, “plantaardig” of “natuurlijk”. Ook plantaardige vetten zoals kokosvet en palmvet bevatten veel verzadigde vetten. Ze zijn daarom minder geschikt als dagelijkse keuze.


Gezond bereidingsvet

Voor warme bereidingen kies je best voor een vloeibare vetstof. Denk aan vloeibare bak- en braadmargarine of een plantaardige olie die geschikt is om te verhitten.

Niet elke olie is geschikt voor elke bereiding. Sommige oliën gebruik je beter koud, bijvoorbeeld in een dressing of salade. Andere oliën zijn beter geschikt om te bakken of te wokken. Kijk daarom altijd op de verpakking of de olie geschikt is voor warme bereidingen.

Goede keuzes voor warme bereidingen zijn bijvoorbeeld:

  • olijfolie die geschikt is om te bakken
  • arachideolie
  • koolzaadolie
  • vloeibare bak- en braadmargarine
  • een olie waarop duidelijk staat dat ze geschikt is voor bakken, braden of wokken

Voor koude bereidingen kan je afwisselen met bijvoorbeeld:

  • olijfolie
  • koolzaadolie
  • notenolie
  • walnootolie
  • lijnzaadolie

Gebruik ongeveer één eetlepel bereidingsvet per persoon bij de maaltijd. Vaak heb je minder nodig dan je denkt. Een pan met antiaanbaklaag, bereidingen in de oven of stomen kunnen helpen om minder vetstof te gebruiken.

Wat kies je beter minder vaak?

Sommige vetstoffen bevatten veel verzadigde vetten. Die gebruik je best minder vaak of in kleinere hoeveelheden.

Gebruik liever niet dagelijks:

  • boter
  • halfvolle boter
  • harde margarine in een wikkel
  • kokosvet
  • palmvet
  • reuzel
  • ossewit
  • vast frituurvet

Deze vetstoffen zijn meestal harder van structuur. Dat is vaak een teken dat ze meer verzadigde vetten bevatten.

En wat met frituren?

Frituren past best binnen afwisseling. Als je toch frituurt, kies dan voor een vloeibare plantaardige frituurolie en gebruik geen vast frituurvet.

Let erop dat de olie niet te heet wordt en vervang ze op tijd. Ook bij frituren blijft de portie belangrijk. Frieten of snacks worden niet lichter omdat je een betere olie gebruikt.


Kort samengevat

  • Kies meestal voor zachte of vloeibare plantaardige vetstoffen.
  • Gebruik een dun laagje smeervet op brood.
  • Gebruik ongeveer één eetlepel bereidingsvet per persoon bij de maaltijd.
  • Kijk in de winkel naar de verhouding tussen totaal vet en verzadigd vet.
  • Kies voor olie of vloeibare vetstof die past bij je bereiding.
  • Gebruik boter, kokosvet, palmvet en harde vetstoffen eerder beperkt.

Voeding: Gezonde melkproducten

Gezonde melkproducten zijn producten zonder toegevoegde suiker en met weinig vet. Melkproducten bevatten van nature verzadigd vet. Dat kan de LDL-cholesterol verhogen, die ook wel de slechte cholesterol genoemd wordt. Daarom is het beter om vooral te kiezen voor magere of halfvolle producten en voor producten natuur.

Melkproducten en sojaproducten natuur krijgen de voorkeur boven producten met een smaakje. Vind je natuuryoghurt, platte kaas of een soja-alternatief wat te sober? Voeg dan zelf vers fruit toe. Zo maak je het wat zoeter, zonder dat je kiest voor een product met veel toegevoegde suiker.

Bij plantaardige alternatieven kies je bij voorkeur voor sojaproducten natuur. Kijk op het etiket of ze verrijkt zijn met calcium en vitaminen.


Hoe kies je?

Gezonde keuzes bevatten weinig vet en weinig suiker: ongeveer 0 tot 1,9 gram vet en minder dan 6 gram suiker per 100 ml of 100 gram.

Producten ter afwisseling bevatten wat meer vet of suiker: ongeveer 2 tot 4 gram vet en/of minder dan 9 gram suiker per 100 ml of 100 gram.

Producten die je beter zo weinig mogelijk kiest, bevatten meer vet of suiker: vanaf 4,1 gram vet en/of meer dan 9 gram suiker per 100 ml of 100 gram.


Melk en afgeleiden

Gezonde keuzes

  • Magere en halfvolle melk
  • Kefir natuur
  • Karnemelk natuur
  • Ayran, bij voorkeur beperkt gezouten

Ter afwisseling

  • Volle melk
  • Chocomelk met zoetstof
  • Yoghurtdrink met zoetstof

Kies zo weinig mogelijk

  • Chocomelk, Fristi en afgeleiden
  • Gezoete karnemelk
  • Yoghurtdrink met suiker


Yoghurt, platte kaas en alternatieven

Gezonde keuzes

  • Magere en halfvolle natuuryoghurt
  • Magere platte kaas
  • Skyr

Ter afwisseling

  • Volle yoghurt natuur
  • Halfvolle platte kaas of kwark natuur
  • Yoghurt met zoetstof

Kies zo weinig mogelijk

  • Griekse yoghurt
  • Volle platte kaas of kwark
  • Yoghurt met suiker
  • Gesuikerde platte kaas


Plantaardige alternatieven

Gezonde keuzes

  • Soja-alternatief voor yoghurt natuur
  • Sojadrink natuur

Ter afwisseling

  •  Sojadrink met zoetstof
  • Sojayoghurt met zoetstof

Kies zo weinig mogelijk

  • Gesuikerde sojadrink
  • Sojadesserts met suiker


Plantaardige room en room

Ter afwisseling

  • Plantaardige room
  • Light-room met 4 tot 20 procent vet

Kies zo weinig mogelijk

  • Room met 30 tot 35 procent vet


Desserts

Ter afwisseling

  • Pudding met zoetstof
  • Ijs met zoetstof
  • Desserts met zoetstof

Kies zo weinig mogelijk

  • Pudding met suiker
  • Roomijs
  • Tiramisu
  • Chocomousse
  • Rijstpap


Nog even dit

Met suiker bedoelen we hier vooral toegevoegde suiker. Melkproducten bevatten van nature melksuiker. Kijk daarom altijd goed naar het etiket en vergelijk producten met elkaar. Zo zie je snel welke keuze het best past binnen een gezond voedingspatroon.

Voeding: Gezond broodbeleg

Onderstaand overzicht helpt je om bewuste keuzes te maken voor broodbeleg. Het beleg is ingedeeld in drie groepen: gezonde keuzes, beleg voor af en toe en beleg dat je best zo weinig mogelijk kiest. De indeling is gebaseerd op de voedingswaarde en de plaats binnen de voedingsdriehoek.

Afwisseling blijft belangrijk. Kies daarom regelmatig voor plantaardig beleg, zoals notenpasta, hummus, peulvruchtenspreads, guacamole, groenten of fruit.

Vlees

Gezonde keuzes

  • Gebakken kipfilet
  • Gebakken kalkoenfilet
  • Zelfgemaakte smeersalades van vers vlees, met een beperkte hoeveelheid mayonaise

Ter afwisseling

  • Rosbief
  • Gebraad
  • Mager vleesbeleg, af en toe

Zo weinig mogelijk

  • Kippenwit
  • Hesp
  • Casselerrib
  • Gerookte vleeswaren, zoals filet de sax, filet d'Anvers of paardenvlees
  • Salami en verwanten
  • Strasbourg en vleesbrood
  • Boterhamworst en varianten
  • Paté
  • Kant-en-klare smeersalades
  • Spek, in alle vormen
  • Préparé of filet américain

Kaas

Gezonde keuzes

  • Harde kaas met minder dan twintig gram vet per 100 gram
  • Plattekaas, eventueel mager
  • Cottage cheese
  • Mozzarella, eventueel light
  • Verse smeerkaas, type Philadelphia
  • Zachte verse geitenkaas
  • Ricotta

Ter afwisseling

  • Harde kaas vanaf twintig gram vet per 100 gram
  • Franse kazen en schimmelkazen
  • Houdbare smeerkaas

Zoet broodbeleg

Gezonde keuzes

  • 100% notenpasta
  • Vers fruit

Ter afwisseling

  • Fruitmoes
  • Confituur met verlaagd suikergehalte

Zo weinig mogelijk

  • Gewone confituur
  • Light choco
  • Speculaaspasta
  • Luikse siroop
  • Hagelslag

Vis

Gezonde keuzes

  • Haring, eventueel met een beperkte hoeveelheid mayonaise
  • Verse vis
  • Garnalen

Ter afwisseling

  • Gerookte vis, zoals zalm of heilbot
  • Vis in blik op eigen nat, zoals tonijn of zalm
  • Zelfgemaakte vissalades

Andere

Gezonde keuzes

  • Ei, bijvoorbeeld hardgekookt, zachtgekookt, als omelet of als spiegelei. Richtlijn: maximaal één ei per dag, dus tot zeven eieren per week
  • Verse hummus en andere verse peulvruchtenspreads
  • Guacamole

Praktische tips

Gebruik liefst geen dubbel beleg, tenzij je hierover ander advies kreeg, bijvoorbeeld bij een hogere eiwitbehoefte. Beleg de helft van een snede brood met vleeswaren of kaas.

Kies je voor zoet beleg? Smeer dan een dunne laag. Het brood mag nog zichtbaar zijn.

Voorzie bij de tweede broodmaaltijd of lunch bij voorkeur ook groenten of soep. Denk aan kerstomaten, schijfjes komkommer, snackwortelen of andere rauwkost. Groenten zijn lekker tussen de boterham, bijvoorbeeld met magere kaas of hummus, maar ook gewoon uit het vuistje.

Maak je zelf slaatjes? Dan kan je een beperkte hoeveelheid mayonaise gebruiken of kiezen voor dressing of vinaigrette. Je kan mayonaise ook voor de helft mengen met yoghurt of plattekaas. Breng je slaatje op smaak met peper, zout, mosterd, citroen, azijn of kruiden zoals curry, paprika, peterselie of bieslook.

Voedingsadvies bij zwangerschapswens en zwangerschap

Gezonde levensstijl voor de zwangerschap

Als je graag zwanger wil worden is het aangeraden om je lichaam goed te verzorgen door te kiezen voor een gezonde levensstijl. Dit bevordert de vruchtbaarheid en nadien ook de ontwikkeling van je baby. Ook tijdens de zwangerschap is een gezonde levensstijl van essentieel belang voor de ontwikkeling en groei van het kind en het welzijn van de moeder. 


Een gezonde levensstijl:

  • Kies voor een gezonde, evenwichtige voeding volgens de voedingsdriehoek
  • Neem voldoende lichaamsbeweging en beperk sedentair gedrag (zittende bezigheid). Het is aangeraden om minstens 150 minuten per week te bewegen aan matige intensiteit (stevig wandelen, joggen, zwemmen, fietsen, poetsen,…) of 75 minuten aan hoge intensiteit (hardlopen, trappen doen,…). Beweeg daarnaast de hele dag door aan lichte intensiteit (staan, strijken, koken, wandelen,…).
  • Vermijd (passief) roken en het gebruik van alcohol en drugs. Dit vermindert de vruchtbaarheid.
  • Slaap voldoende 
  • Vermijd stress

Supplement foliumzuur

Het is aanbevolen om dagelijks 0,4 mg foliumzuur in te nemen vanaf het stoppen met contraceptie tot het einde van de eerste 3 maanden van de zwangerschap. Foliumzuur is onder de vorm van voedingsfolaat ook aanwezig in groenten en volkorenproducten, maar zelfs met een gezond eetpatroon kom je er niet. Tijdens de zwangerschap is een hogere dosis nodig om de groei en ontwikkeling van jouw baby te waarborgen. Door het slikken van extra foliumzuur, kan je het risico op neurale buisdefecten, zoals spina bifida (of open ruggetje), bij de baby verlagen.

Omdat de meeste mensen een vitamine-D-tekort hebben, kan het raadzaam om ook hiervoor een supplement van maximaal 20 µg/ dag in te nemen.

Eet je nooit vis? Dan kan het verstandig zijn om een supplement met omega-3-vetzuren (EPA En DHA) te nemen. Vraag raadt aan je arts.

Gebruik verder geen geneesmiddelen, vitaminen of homeopathische middelen zonder advies van een arts. Dit geldt ook als je wegens gezondheidsproblemen geneesmiddelen moet innemen. De precieze invloed op een ongeboren kind is niet van elk geneesmiddel gekend en een teveel aan vitaminen kan schadelijk zijn (vooral vitamine A).

Gezonde voeding tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap gelden dezelfde richtlijnen als voor de zwangerschap, namelijk een gevarieerde, evenwichtige en gezonde eet- en levensstijl nastreven met voldoende energie, eiwitten, vezels, vitaminen, mineralen en vocht. Daarnaast zijn er specifieke aandachtspunten tijdens de zwangerschap om het gevaar op besmetting met bacteriën (o.a. Listeria en Salmonella) en parasieten (Toxoplasma Gondii) te vermijden of blootstelling aan schadelijke stoffen (o.a. zware metalen) te verminderen.

Vocht

Vocht is onmisbaar voor je lichaam. Vocht lest niet enkel je dorst, maar is ook een transportmiddel om voedingsstoffen aan te voeren en afvalstoffen te verwijderen. Je hebt dagelijks ongeveer 3 liter vocht nodig, waarvan:

  • 1,5 liter uit vaste voedingsmiddelen
  • 1,5 liter uit drank: water, gearomatiseerd water, thee, koffie,...

Over schadelijke effecten van cafeïne zijn nog heel wat onduidelijkheden. Gebruik best niet meer dan 200 mg cafeïne per dag. Cafeïne komt onder andere voor in koffie, thee, cola en energiedranken. In thee wordt het ook wel theïne genoemd en in chocolade theobromine. 200 mg cafeïne komt ongeveer overeen met:

  • 3 tassen milde koffie
  • 2 tassen milde koffie en 2 tassen thee
  • 2 tassen milde koffie, 1 tas thee en 1 glas cola (zero).

Water is en blijft de beste dorstlesser. Drink maximaal 0,5L light-frisdrank per dag en zo weinig mogelijk fruitsap, smoothies, milkshakes, frisdrank en gesuikerde dranken met thee of koffie.

Drink géén energiedrank!

Tonic en Agrum bevatten kinine, een additief dat wordt gebruikt om voedingsmiddelen een typische bittere smaak te geven. Het kan in hoge dosis weeën opwekken en schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Beperkt daarom de consumptie van kininehoudende dranken tot 1 glas per dag.

Groenten en fruit

Groenten en fruit bevatten koolhydraten, vitamines, mineralen en voedingsvezels. Groenten bevatten andere voedingsstoffen dan fruit, eet daarom elke dag van beide groepen en wissel zoveel mogelijk af. Per dag heeft je lichaam behoefte aan 1-2 stukken fruit en 300 gram groenten.  

Neem vers fruit in plaats van fruit in blik of gedroogde vruchten en verkies verse groenten boven glas- of blikgroenten. Diepvriesgroenten zonder toevoegingen zijn minstens even voedzaam als verse groenten.

Was rauwe groenten en fruit goed, om bacteriën, parasieten en vuil te verwijderen. Eet geen rauwe kiemgroenten (bv. Taugé en alfalfa).

Graanproducten en aardappelen

Graanproducten zoals brood, beschuit en crackers, ontbijtgranen, havermout, rijst, couscous, bulgur, deegwaren en aardappelen leveren koolhydraten, plantaardige eiwitten, vitamines, mineralen en voedingsvezels. Aardappelen bevatten ook vitamine C.

Kies voor volle granen en volkorengraanproducten (bv. volkorenbrood, volkorendeegwaren, volle rijst, muesli, havermout ...), omdat deze rijker zijn aan B-vitamines, mineralen en voedingsvezels.

Eet tijdens je zwangerschap niet te veel rijst of voeding op basis van rijst (bv. rijstwafels) en andere voedingsmiddelen met een hoog gehalte aan anorganisch arseen, zoals algen en bepaalde van algen afgeleide voedingssupplementen. Arseen is een zwaar metaal en kan de gezondheid van jezelf en je ongeboren kind schaden.

Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten

Melkproducten (melk, yoghurt, platte kaas, karnemelk, kaas, smeerkaas ...) en calciumverrijkte sojaproducten (gebaseerd op soja en aangevuld met calcium) leveren eiwitten, calcium en B-vitamines. Calcium helpt bij de opbouw en het onderhoud van een sterk beendergestel en de ontwikkeling van het ongeboren kind vereist veel calcium. 

Eet en drink daarom minstens 500 ml melkproducten per dag. 1 sneetje kaas vervangt 150 ml melk of yoghurt. Kies voor halfvolle of magere melkproducten, boven volle melkproducten omwille van het gehalte verzadigde (slechte) vetten. Wissel melk, yoghurt, plattekaas, kaas, karnemelk en andere gefermenteerde producten met elkaar af. Beperk het gebruik van gesuikerde melkdranken.

Eet en drink geen rauwe melk en rauwmelkse kaas (ofwel kazen au lai cru). Rauwe melk kan ziekmakende bacteriën bevatten (Salmonella en Listeria). Als je rauwe melk verhit tot het kookpunt kan je het wel veilig drinken. In harde rauwmelkse kazen (bv. Parmesaanse kaas) kan Listeria niet uitgroeien tot hoge aantallen door de afwezigheid van vocht. Deze kazen kan je veilig eten.

Gepasteuriseerde melk en melkproducten zijn veilig.

Vlees, vis en eieren

Vlees, vis en eieren leveren eiwitten, ijzer en vitamines. Geef de voorkeur aan mager vlees en beperk vet vlees.

Kies vaker voor wit vlees dan voor rood vlees en vervang vlees 1 tot 2 keer per week door vis. Kies minstens 1 keer per week voor vette vis (zoals zalm, sardines, haring,…), omdat deze omega-3-vetzuren bevatten. Deze vetzuren dragen bij tot een goed verloop van de zwangerschap. De eindproducten van deze vetzuren helpen bij een goede ontwikkeling en goede werking van de hersenen en de ogen.

Lever en producten op basis van lever (bv. paté) worden afgeraden omdat ze veel vitamine A bevatten. Een te hoge inname hiervan verhoogt de kans op aangeboren afwijkingen.

Eet geen rauw vlees (bv. steak tartaar, filet americain, preparé, carpaccio, salami,…) of rauwe vis (sushi, sashimi, oesters,…) en gerookte vis (gerookte zalm, gerookte heilbot,…) vanwege de kans op aanwezigheid van ziektemakende organismen (Salmonella, Toxoplasma Gondii). Eet ook geen roofvissen zoals tonijn, paling, zwaardvis, snoekbaars, haai en koningsmakreel. Deze bevatten verontreinigingen en zware metalen die schadelijk kunnen zijn voor het ongeboren kind.

Eet geen rauwe eieren (bv. zachtgekookt ei, spiegelei,…) en bereidingen met rauwe eieren (bv.

zelfgemaakte tiramisu en chocomousse, zelfgemaakte mayonaise,…) om besmetting met Salmonella en Listeria te vermijden. Industrieel bereide desserten en mayonaise zijn wel veilig.

Sterk bewerkte producten

Los van de voedingsdriehoek staat een rode bol. Hierin zitten sterk bewerkte producten waarvan het ongunstige effect op de gezondheid is aangetoond. Het omvat bereide vleeswaren, frisdrank, alcohol, snoep, gebak, allerlei snacks en fastfood,… Vaak bevatten deze voedingsmiddelen heel wat suiker, vet en/of zout en bijgevolg ook veel (lege) calorieën. Ze vullen wel maar voeden niet.

Deze voedingsmiddelen zijn overbodig in een gezond voedingspatroon. Ze brengen zo goed als geen nuttige voedingsstoffen aan. Je eet of drinkt ze dan ook best niet vaak en in kleine porties.

Alcohol drinkt je best helemaal niet gedurende de zwangerschap, ook geen desserts met alcohol (tiramisu, sabayon,…).

App Zwangerhap

Het voedingscentrum van Nederland heeft een voedingsapp uitgebracht specifiek voor de zwangere vrouw. In de app staat vermeld voor alle veelvoorkomende voedingsmiddelen of je ze veilig kan eten gedurende de zwangerschap of niet.

Voordelen:

  • Je ziet snel wat je wel en beter niet kan eten tijdens de zwangerschap.
  • De app geeft tips wat je allemaal wél kan eten.
  • Je kan volgen hoe de baby van week tot week groeit in de buik.
  • Je vindt info over hoe je gezond kan eten tijdens de zwangerschap.
  • Je krijgt tips over wat je kan eten bij zwangerschapskwaaltjes.
  • Je kan veiligheidswaarschuwingen krijgen als er een ziekmakende bacterie in een product is gevonden.

Eten voor twee is niet nodig

Tijdens de zwangerschap is het niet nodig om te eten voor twee. In de eerste drie maanden van de zwangerschap heeft je lichaam nauwelijks behoefte aan extra calorieën. In de maanden daarna heb je stelselmatig een beetje meer energie nodig voor de groei van je kind en aanmaak van vruchtwater, placenta,…. Je lichaam zal door middel van hongersignalen aangeven als het meer nood heeft aan voeding. In het laatste trimester van de zwangerschap wordt de toename aan energie voor een groot deel natuurlijk gecompenseerd doordat je dan ook minder beweegt.


Cytomegalie

Cytomegalie is een virusziekte die ontstaat door nauw contact met afscheidingen van een besmet persoon (bv. bloed, speeksel, urine, tranen, vaginale secretie, sperma, …). Volwassenen worden meestal besmet door intensief contact met een besmet kind. Vooral op plaatsen waar kleine kinderen samen leven en spelen (kinderopvang, kleuterklassen, ...) is er een sterke verspreiding en overdracht van het virus.

Bij infectie tijdens de zwangerschap, bestaat er een kans dat het ongeboren kind op zijn beurt wordt besmet. Dit kan gehoor- of gezichtsstoornissen, groeivertraging, mentale achterstand of diverse neurologische problemen veroorzaken.

Vrouwen met een kinderwens moeten de nodige voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij contact met lichaamsvochten van kinderen. Vooral contact met speeksel en urine van jonge kinderen moet zoveel mogelijk vermeden worden: 

  • Was de handen zorgvuldig met water en zeep of ontsmet ze met handalcohol na contact met speeksel of urine (na verluieren, verzorgen van het kind, schoonmaken van het potje, contact met vuile was van kleine kinderen, ...) of draag beschermende handschoenen.
  • Geef jonge kinderen geen kusjes op de mond. Een kusje op het hoofd of een knuffel geven kan wel.
  • Neem geen gebruikte fopspeen in de mond.
  • Neem geen door het kind gebruikt eetgerei in de mond (bv. lepel aflikken, uit zelfde beker drinken, ...). Neem voor elk kind afzonderlijk eetgerei.
  • Reinig geregeld speelgoed, werkbladen en andere oppervlakken die in contact komen met lichaamsvocht van jonge kinderen.

Heb je recent een CMV-infectie doorgemaakt en heb je een kinderwens? Bespreek dit met je arts. Preventieve maatregelen gelden ook voor de partner. Het virus kan immers via kussen of vrijen doorgegeven worden aan elkaar.


Toxoplasmose

Toxoplasmose is een infectieziekte veroorzaakt door de parasiet Toxoplasma gondii. Deze parasiet kan via de ontlasting van katten, maar ook via rauw vlees en ongewassen groenten en fruit op mensen overgedragen worden. De meeste mensen merken weinig van een infectie, maar voor zwangere vrouwen kan het gevaarlijk zijn voor de baby.

Omwille van de ernstige risico's, wordt bij elke zwangere vrouw een bloedanalyse uitgevoerd. Hiermee wordt nagegaan of zij al immuun is voor toxoplasmose. Heb je reeds antistoffen tegen de parasiet? Dan lopen jij en jouw kind geen gevaar meer. Ben je nog niet immuun? Respecteer dan zeker onderstaande richtlijnen bovenop de richtlijnen eerder geformuleerd in deze bundel!

Toxoplasmose voorkomen:

  • Eet je buitenshuis? Geef dan de voorkeur aan gekookte groenten.
  • Laat kattenbakken door iemand anders schoonmaken, of gebruik handschoenen en was je handen nadien grondig. Uitwerpselen van andere dieren dan katten vormen geen risico.
  • Draag altijd handschoenen om in de tuin te werken en was de handen bij het beëindigen van de taken.


Hygiëne

Beperk het risico op verscheidene ziekten door volgende maatregelen in acht te nemen:

  • Draag zorg voor een goede hygiëne bij het bereiden, bewaren en vervoeren van voedingsmiddelen om besmetting met bacteriën te voorkomen.
  • Respecteer de houdbaarheidsdatum. Gooi producten onmiddellijk weg indien de houdbaarheidsdatum overschreden is.
  • Bewaar producten onder de correcte omstandigheden.
  • Heb je restjes van de warme maaltijd? Laat ze dan niet op het aanrecht staan, maar zet ze onmiddellijk in de koelkast of diepvriezer.
  • Vermijd kruisbesmetting door rauw en bereid van elkaar te scheiden.
  • Verhit voedsel voldoende tot in de kern.
  • Was regelmatig je handen, zeker voor en na (de bereiding van) eten, na het toiletbezoek, na het verschonen van een luier,...


Zwangerschapskwaaltjes

Misselijkheid

Misselijkheid komt vaak voor in de eerste weken van de zwangerschap en kan elk moment van de dag de kop op steken. Het kan dan helpen om regelmatig iets kleins te eten, aangezien misselijkheid verergert bij een lege maag. Denk maar aan wat crackers, een stuk fruit, een yoghurtje of wat noten. Om ochtendmisselijkheid te voorkomen kan je ’s avonds al een volkorencracker klaar leggen naast je bed en dit opeten van zodra je wakker wordt.

Misselijkheid is het ergst gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap en neemt daarna bij de meeste vrouwen af of verdwijnt het zelfs helemaal. Het is ook volkomen normaal als je geen last hebt van misselijkheid. Elk lichaam reageert anders op het zwangerschapshormoon.

Als de misselijkheid zo erg is dat aanpassing van de eet- en leefstijl niet (voldoende) helpt, kan je huisarts medicatie voorschrijven tegen de misselijkheid.

Vermoeidheid

Vermoeidheid tijdens de zwangerschap is een heel andere vermoeidheid dan die na een dag hard werken of een avondje stappen. Je doet even een boodschap en je hebt het gevoel dat je een halve marathon gelopen hebt. Deze vermoeidheid komt doordat er veel energie gaat naar de vorming van het kindje in je buik. Geef er gerust aan toe.

Vraag aan je partner om de maaltijd te bereiden en enkele huishoudelijke klusjes over te nemen. Rust voldoende en las overdag een dutje in indien nodig.

Constipatie

Tijdens de zwangerschap kan je last krijgen van constipatie, door onder meer hormonale veranderingen en minder beweging. Voedingsvezels vergemakkelijken de spijsvertering en voorkomen constipatie. Ze zijn aanwezig in groenten en fruit, volkoren producten, peulvruchten en noten en kunnen enkel hun werk doen als er voldoende vocht voorhanden is. Drink daarom ook minstens 1,5 liter water per dag. Breng regelmaat in de dag en tracht dagelijks licht-intensief te bewegen. Beweging zet de darmen aan het werk.

Zure oprispingen

Zure oprispingen kunnen erger worden naarmate de zwangerschap vordert, doordat de maag door de baarmoeder wordt weggedrukt en de kringspier tussen je maag en slokdarm minder goed sluit. Hierdoor komt het maagzuur gemakkelijker omhoog. Het treedt vooral op bij een gevulde maag. Eet daarom liever 6 keer per dag een kleine maaltijd in plaats van 3 keer per dag een grote maaltijd. Drink ook geen koolzuurhoudende dranken en koffie en vermijd zwaar verteerbaar voedsel zoals fastfood.

Alles over borstvoeding

Borstvoeding geeft je baby voeding, bescherming en nabijheid. Moedermelk is levend en past zich voortdurend aan. Gedurende de hele borstvoedingsperiode en bij elke voeding is ze afgestemd op wat je baby op dat moment nodig heeft.

Moedermelk verandert mee met de leeftijd, groei, omgeving en behoefte van je baby. De eerste melk na de geboorte, colostrum, is dikker en rijk aan beschermende stoffen. Daarna verandert de samenstelling stap voor stap. Ook tijdens één voeding verandert de melk. Zo krijgt je baby telkens voeding die past bij dat moment.

Borstvoeding heeft heel wat voordelen voor je baby, voor jezelf, voor je gezin en voor de samenleving. Ze ondersteunt de groei en ontwikkeling van je baby, bevat antistoffen en is makkelijk verteerbaar. Voor mama kan borstvoeding helpen bij het herstel na de bevalling en bijdragen aan de band met je kind. Borstvoeding is bovendien altijd beschikbaar, op temperatuur en afgestemd op je baby.

Wereldwijd wordt aanbevolen om de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Vanaf zes maanden start je met vaste voeding. Daarnaast kan je verdergaan met borstvoeding tot twee jaar, of zolang als jij en je kind dit wensen.


Borstvoeding vraagt tijd en oefening

Borstvoeding is natuurlijk, maar dat betekent niet dat het altijd vanzelf loopt. Jij en je baby leren elkaar kennen. De eerste dagen moet de melkproductie op gang komen en zoekt je baby mee naar een goed ritme.

Voeden op vraag helpt om de melkproductie goed af te stemmen op je baby. Dat betekent dat je je baby aanlegt wanneer hij of zij hongersignalen toont. Dat kan in het begin heel regelmatig zijn, ook ’s nachts. Je baby heeft een kleine maag en groeit snel. Regelmatig drinken is dus heel normaal.

Let vooral op je baby, niet enkel op de klok. Smakken, zoeken, zuigen op de handjes, onrustig bewegen of wakkerder worden kunnen signalen zijn dat je baby wil drinken. Huilen is meestal een laat signaal.


Hoe weet je of je baby genoeg drinkt?

Veel mama’s vragen zich af of hun baby voldoende melk binnenkrijgt. Dat is begrijpelijk, want bij borstvoeding zie je niet precies hoeveel je baby drinkt.

Je baby geeft vaak zelf belangrijke signalen. Hij of zij drinkt actief, laat na de voeding los of wordt rustiger, heeft voldoende natte luiers en groeit volgens de groeicurve. Ook de opvolging door je vroedvrouw, huisarts, kinderarts of Kind en Gezin helpt om dit mee in het oog te houden.

Twijfel je of je baby voldoende drinkt, voel je pijn bij het voeden of merk je dat je onzeker wordt? Vraag dan op tijd begeleiding. Een vroedvrouw, lactatiekundige of verpleegkundige van Kind en Gezin kan meekijken naar de houding, het aanleggen en het drinken van je baby.


Zorg ook goed voor jezelf

Als je borstvoeding geeft, groeit je kind dankzij jouw lichaam. Daarom is het belangrijk dat jij ook goed voor jezelf zorgt.

Diëten in deze periode is geen goed idee. Je lichaam heeft voldoende energie, voedingsstoffen en vocht nodig om te herstellen van de bevalling en om melk aan te maken. Eet je te weinig of te eenzijdig, dan blijft je moedermelk meestal geschikt voor je baby, maar spreekt je lichaam meer van je eigen reserves aan. Daardoor kan je je sneller moe, prikkelbaar of leeg voelen.

Een gezonde, gevarieerde voeding volgens de voedingsdriehoek ondersteunt jouw herstel en je welzijn. Kies dagelijks voor voldoende groenten, fruit, volkoren producten, eiwitrijke voeding, gezonde vetten en water. Maak het jezelf ook praktisch. Eenvoudige maaltijden, hulp uit je omgeving en voldoende rustmomenten zijn in deze periode waardevol.


Drink voldoende water

Borstvoeding geven kan je dorstiger maken. Zet daarom bij elke voeding een glas water in de buurt. Je hoeft niet overdreven veel te drinken, maar regelmatig drinken helpt je lichaam wel om in balans te blijven.

Let op signalen van je lichaam. Donkere urine, hoofdpijn, duizeligheid of een droge mond kunnen erop wijzen dat je te weinig water gedronken hebt. Zeker bij warm weer, koorts, zweten of veel nachtvoedingen is extra aandacht voor vocht belangrijk.


Alcohol, cafeïne en medicatie

Wat jij eet en drinkt, heeft meestal maar een beperkte invloed op je moedermelk. Toch zijn er enkele aandachtspunten.

Met alcohol ben je best voorzichtig. Geen alcohol drinken is de veiligste keuze. Drink je toch een glas, doe dat dan liefst meteen na een voeding en wacht minstens twee uur per glas voor je opnieuw borstvoeding geeft.

Cafeïne kan bij sommige baby’s zorgen voor meer onrust. Wees daarom matig met koffie, energiedrank, cola, groene en zwarte thee en andere cafeïnebronnen.

Gebruik je medicatie, stop dan niet zomaar op eigen initiatief. Bespreek dit met je arts, vroedvrouw of apotheker. Vaak is borstvoeding perfect mogelijk, maar soms is persoonlijk advies nodig om de beste keuze te maken voor jou en je baby.


Vitamines voor je baby

Moedermelk bevat veel waardevolle voedingsstoffen. Toch hebben baby’s sommige vitamines extra nodig.

Elke baby krijgt best extra vitamine D vanaf de geboorte tot de leeftijd van zes jaar. Dat geldt bij borstvoeding, kunstvoeding en combinatievoeding. Vitamine D ondersteunt de groei en de ontwikkeling van sterke botten.

Vitamine K krijgt elke baby na de geboorte. Vaak gebeurt dat in het ziekenhuis via een inspuiting. Dan is nadien meestal geen extra vitamine K meer nodig. Kreeg je baby vitamine K via de mond en krijgt je baby uitsluitend borstvoeding, dan is extra vitamine K aanbevolen tot de leeftijd van drie maanden.

Bij gezonde, voldragen baby’s die borstvoeding krijgen, is extra ijzer in de eerste zes maanden meestal niet nodig. Vanaf zes maanden wordt vaste voeding belangrijk, omdat je baby dan meer ijzer en energie nodig heeft.

Vraag bij de geboorte goed na welk schema voor jouw baby geldt. Je vroedvrouw, huisarts, kinderarts of Kind en Gezin kan je hierbij begeleiden.


Afkolven en moedermelk bewaren

Afkolven kan handig zijn wanneer je even niet bij je baby bent, wanneer iemand anders een voeding geeft of wanneer je opnieuw gaat werken. Het kan ook helpen wanneer de borstvoeding extra ondersteuning vraagt.

Was je handen voor je kolft en gebruik proper materiaal. Bewaar moedermelk in kleine porties, zodat je alleen opwarmt wat je baby nodig heeft. Zet afgekolfde melk zo snel mogelijk koel. Moedermelk kan ook ingevroren worden. Noteer altijd de datum op het potje of zakje en gebruik eerst de oudste melk.

Ontdooide moedermelk warm je rustig op. Opwarmen in de microgolfoven is minder geschikt, omdat de melk ongelijk kan opwarmen en waardevolle stoffen verloren kunnen gaan.


Borstvoeding en terug aan het werk

Terug gaan werken hoeft niet te betekenen dat je moet stoppen met borstvoeding. Sommige mama’s blijven volledig borstvoeding geven en kolven op het werk. Andere mama’s kiezen voor een combinatie. Nog anderen bouwen af. Wat past, hangt af van je werk, je lichaam, je baby en wat voor jou haalbaar voelt.

Denk op tijd na over wat je nodig hebt: een kolf, bewaarmateriaal, een koeltas, duidelijke afspraken op het werk en een rustig plekje om te kolven. Ook hier kan begeleiding ervoor zorgen dat de overgang vlotter verloopt.


Elke vorm van moedermelk telt

Borstvoeding hoeft geen alles-of-niets-verhaal te zijn. Elke voeding met moedermelk telt. Ook wanneer je borstvoeding combineert met andere voeding, tijdelijk afkolft of vroeger stopt dan je eerst dacht, heb je je baby iets waardevols gegeven.

Het belangrijkste is dat jij en je baby goede begeleiding krijgen en dat er samen gekeken wordt naar wat haalbaar is.

Heb je vragen over borstvoeding, voeding voor jezelf, afkolven of de groei van je baby? Bespreek dit met je vroedvrouw, huisarts, lactatiekundige, kinderarts of Kind en Gezin. 

Migraine: wat gebeurt er in je hoofd en wat kan helpen?

Migraine is een veelvoorkomende neurologische aandoening met terugkerende aanvallen van hoofdpijn. De pijn zit vaak aan één kant van het hoofd en voelt meestal bonzend of kloppend aan. Een migraine-aanval duurt minstens vier uur en kan tot tweeënzeventig uur aanhouden.

Migraine kan je dagelijkse activiteiten sterk verstoren. De hoofdpijn neemt vaak toe bij lichamelijke inspanning, zoals wandelen, traplopen of sporten. Migraine gaat dikwijls samen met overgevoeligheid voor licht en geluid, misselijkheid en soms ook braken.

Bij vijftien tot dertig procent van de mensen met migraine komt er een aura voor. Een aura is een tijdelijk neurologisch signaal dat vooraf kan gaan aan de hoofdpijn of ermee kan samengaan. Een typische aura ontstaat meestal geleidelijk, duurt vaak vijf tot zestig minuten en verdwijnt daarna weer.

Een aura kan zich uiten als visuele veranderingen, zoals lichtgevende strepen, geometrische figuren of wazige vlekken. Soms gaat het om tintelingen of een doof gevoel in de lippen, het gezicht of de hand, meestal aan één kant. Ook verminderd gehoor of verstoorde spraak kunnen voorkomen.

Maak een afspraak bij je huisarts wanneer je voor het eerst een aura ervaart, wanneer de signalen anders zijn dan je gewoon bent, wanneer ze langer duren dan normaal of wanneer je je ongerust voelt.


Waarom krijgt de ene persoon migraine en de andere niet?

Sommige mensen zijn gevoeliger voor migraine dan anderen. Je kan dat vergelijken met een emmer. Sommige mensen hebben geen emmer, anderen hebben een kleine emmer en nog anderen hebben een grote emmer.

Verschillende factoren kunnen die emmer vullen. Zolang er nog ruimte is, blijft alles in balans. Wanneer de emmer vol geraakt, kan een migraine-aanval ontstaan.

Die factoren noemen we beïnvloedende factoren, triggers of drempelverlagende factoren. Ze kunnen ervoor zorgen dat migraine sneller tot uiting komt.


Mogelijke triggers bij migraine

Erfelijkheid

Migraine komt vaak voor in families. Ongeveer zeventig procent van de mensen met migraine heeft familieleden die ook migraine hebben.

Fysieke inspanning

Zware fysieke inspanning kan bij sommige mensen een migraine-aanval uitlokken. Dat geldt vooral voor explosieve sporten, niet-aerobe inspanningen of laat op de dag sporten.

Dat betekent niet dat beweging slecht is. Regelmatige, rustige lichaamsbeweging kan net helpen om je lichaam sterker en veerkrachtiger te maken. Het is vooral belangrijk om je inspanning goed op te bouwen, voldoende water te drinken en je lichaam niet plots te zwaar te belasten.

Hormonen

Veranderingen in de oestrogeenspiegel kunnen een invloed hebben op de drempel voor migraine. Sommige vrouwen merken bijvoorbeeld meer migraine rond de menstruatie, tijdens hormonale veranderingen of bij het gebruik van hormonale anticonceptie.

Slaap-waakritme

Verstoringen of veranderingen in het slaapritme behoren tot de meest genoemde triggers voor migraine. Te weinig slaap, te veel slaap, wisselende uren of een onregelmatig ritme kunnen een aanval mee uitlokken.

Een vast slaapritme helpt je lichaam om meer balans te houden.

Stress

Stress kan een belangrijke trigger zijn. Zowel een toename als een plots afnemen van stress kan migraine uitlokken. Sommige mensen krijgen bijvoorbeeld migraine na een drukke periode, wanneer hun lichaam eindelijk tot rust komt.

Daarom is het zinvol om niet alleen naar stress zelf te kijken, maar ook naar herstelmomenten, ontspanning en regelmaat.

Te weinig water drinken

Wanneer je te weinig water drinkt, kan je lichaam uit balans raken. Dat kan hoofdpijn en migraine uitlokken.

Voldoende water drinken doorheen de dag is daarom belangrijk. Zeker bij warm weer, sporten, zweten of alcoholgebruik heeft je lichaam extra vocht nodig.

Vasten of maaltijden overslaan

Een tekort aan energie kan een trigger zijn voor migraine. Wanneer je maaltijden overslaat of lang niets eet, krijgt je lichaam minder regelmatige aanvoer van glucose.

Voor mensen met migraine kan het helpen om op vaste momenten te eten en maaltijden goed te spreiden over de dag.

Weersomstandigheden

Weersveranderingen kunnen migraine beïnvloeden. Sterke wind, koude wind, warm weer, regen of veranderingen in luchtdruk worden vaak genoemd als mogelijke triggers.

Deze factoren kan je niet vermijden. Je kan wel leren herkennen of ze bij jou een rol spelen, zodat je op zulke momenten extra aandacht kan geven aan rust, regelmaat, voldoende drinken en herstel.

Zintuiglijke prikkels

Migraine kan uitgelokt worden door visuele, auditieve of geurprikkels.

Denk aan fel licht, zonlicht, flikkerende lichten, contrasterende patronen, lawaai, sterke geluiden of bepaalde geuren. Voorbeelden van sterke geuren zijn parfum, nagellak, benzine en schoonmaakmiddelen.

Wanneer je merkt dat bepaalde prikkels bij jou vaak een aanval voorafgaan, kan je proberen ze waar mogelijk te beperken.

Voeding

Voeding wordt vaak genoemd in verband met migraine. Het is belangrijk om dit genuanceerd te bekijken.

Onderzoek naar voedselgerelateerde triggers is vaak gebaseerd op terugkijken en zelfrapportage. Er is weinig eenduidig wetenschappelijk bewijs dat één bepaald voedingsmiddel bij iedereen migraine uitlokt.

Een voedingsmiddel veroorzaakt dus niet automatisch hoofdpijn. De hoeveelheid, het tijdstip, je slaap, stressniveau, hormonen en andere factoren spelen mee. Ook zal niet elk mogelijk migrainebevorderend voedingsmiddel bij elke persoon met migraine een aanval uitlokken.

Toch zijn er enkele voedingsmiddelen en stoffen die vaak genoemd worden. Een migrainedagboek kan helpen om te ontdekken of ze bij jou een rol spelen.

Alcohol

Vooral rode wijn, champagne en donkere of zware bieren worden vaak genoemd als trigger voor migraine. Toch kan elke vorm van alcohol bij sommige mensen een aanval uitlokken.

Zoals voor iedereen geldt ook voor mensen met migraine: hoe minder alcohol, hoe beter. Alcohol is belastend voor je lichaam en er bestaat geen hoeveelheid die volledig zonder risico is.

Drink je toch alcohol? Hou het dan gematigd:

  • Drink niet meer dan tien standaardglazen per week.
  • Beperk het aantal glazen per dag.
  • Verspreid alcohol over meerdere dagen.
  • Plan enkele alcoholvrije dagen per week.
  • Drink voldoende water wanneer je alcohol drinkt.

Deze richtlijn geldt voor volwassenen vanaf achttien jaar. Jongeren onder achttien drinken best geen alcohol.

Misschien verdraag je sommige vormen van alcohol beter dan andere. Je migrainedagboek kan helpen om dat duidelijker te zien.

Cafeïne

Cafeïne zit niet alleen in koffie. Je vindt het ook in groene en zwarte thee, energiedrankjes, cola, ice tea en chocolade, behalve witte chocolade.

Cafeïne heeft een dubbel effect. Bij sommige mensen kan cafeïne een migraine-aanval uitlokken. Bij anderen kan cafeïne net helpen bij hoofdpijn. Ook het plots stoppen met cafeïne kan hoofdpijn veroorzaken.

Ontwenningshoofdpijn kan ontstaan vanaf twaalf tot vierentwintig uur na het stoppen of verminderen van cafeïne. De piek ligt vaak tussen twintig en eenenvijftig uur. De hoofdpijn kan enkele dagen aanhouden.

Voor mensen met migraine is het daarom belangrijk om bewust om te gaan met cafeïne. Een mogelijke richtlijn is om niet meer dan twee kopjes of glazen cafeïnehoudende drank per dag te drinken. Dat komt ongeveer overeen met 200 mg cafeïne.

Wil je nagaan welk effect cafeïne op jouw migraine heeft? Dan kan je gedurende twee maanden cafeïne beperken of vermijden. Bouw dit altijd geleidelijk af. Plots stoppen kan net hoofdpijn uitlokken.

Je kan cafeïnehoudende dranken vervangen door water of infusies van kruiden, zoals kamille, munt of rooibos. Cafeïnevrije frisdranken kunnen af en toe ter afwisseling, maar let op met zoetstoffen zoals aspartaam als je merkt dat je daar gevoelig op reageert.

Voedingsadditieven

Sommige toevoegingen in voeding worden in verband gebracht met migraine. Het gaat vooral om stoffen in sterk bewerkte producten.

Aspartaam en andere intensieve zoetstoffen

Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die aan veel voedingsmiddelen en dranken wordt toegevoegd. Bij gevoelige personen kan aspartaam hoofdpijn uitlokken. De wetenschappelijke resultaten hierover zijn niet eenduidig.

Nitriet

Natriumnitriet wordt gebruikt als bewaarmiddel in bepaalde voedingsmiddelen, onder andere in bereide vleeswaren. Het wordt soms genoemd als mogelijke trigger voor migraine.

Nitriet komt ook van nature voor in sommige groenten, zoals bladgroenten, radijzen, prei en selder. Dat betekent niet dat je deze groenten moet vermijden. Groenten blijven een belangrijk onderdeel van een gezond voedingspatroon.

Sulfiet

Sulfiet wordt gebruikt als bewaarmiddel en helpt om kleur te behouden. Het kan voorkomen in gedroogd fruit, zoals abrikozen, ananas en rozijnen, maar ook in wijn, druivensap en zuurkool.

Sulfiet wordt bij sommige mensen in verband gebracht met hoofdpijn of migraine.

Mononatriumglutamaat

Mononatriumglutamaat is een smaakversterker. Het wordt gebruikt in sommige bereide producten en sauzen. Het komt ook van nature voor in bepaalde voedingsmiddelen, zoals oude kaas, tomaten en sardientjes.

Ook hier geldt: niet iedereen reageert hierop. Merk je in je migrainedagboek dat bepaalde producten vaak terugkomen voor een aanval, dan kan je dit gericht verder bekijken.

Andere voedingsmiddelen

Ook gefermenteerde kazen, Hollandse kazen, visconserven, tempeh, noten, bepaalde groenten en bepaalde fruitsoorten worden soms in verband gebracht met migraine.

Dat wil niet zeggen dat je deze voedingsmiddelen standaard moet schrappen. Het is beter om gericht te kijken naar jouw persoonlijke patroon.


Migraine voorkomen of verminderen

Om het aantal migraine-aanvallen te helpen verminderen of de ernst van de signalen te beperken, kan preventieve begeleiding zinvol zijn.

Twee algemene richtlijnen zijn daarbij belangrijk:

  • Leer je persoonlijke triggers kennen en vermijd ze waar dat haalbaar is.
  • Werk aan een gezonde en regelmatige levensstijl.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel triggers kan je niet zomaar vermijden, zoals hormonale veranderingen of weersveranderingen. Ook stress, slaap en drukte zijn niet altijd eenvoudig onder controle te houden.

Toch kan je met kleine, haalbare aanpassingen vaak meer grip krijgen op je migraine.


Gezonde levensstijl bij migraine

Een gezonde levensstijl betekent bij migraine vooral regelmaat, evenwicht en aandacht voor je lichaam. Denk aan:

  • voldoende lichaamsbeweging
  • voldoende slaap
  • op ongeveer hetzelfde moment gaan slapen en opstaan
  • stress verminderen waar dat mogelijk is
  • herstelmomenten inbouwen
  • zintuiglijke prikkels beperken wanneer je daar gevoelig voor bent
  • een gezond en evenwichtig voedingspatroon
  • regelmatig eetpatroon
  • voldoende vochtinname
  • zo weinig mogelijk alcohol
  • bewust omgaan met cafeïne
  • zoveel mogelijk kiezen voor weinig bewerkte voedingsproducten


Specifieke voedseltriggers vermijden

Een migrainedagboek kan helpen om voedselgerelateerde triggers te ontdekken. Je noteert dan wat je eet en drinkt, wanneer je migraine krijgt, hoe hevig de aanval is en welke andere factoren meespeelden.

Wanneer je merkt dat een bepaald voedingsmiddel vaak terugkomt voor een migraine-aanval, kan je dit tijdelijk uit je voeding halen. Daarna kijk je of de frequentie of ernst van je migraine verandert.

Doe dit liefst stap voor stap. Als je te veel tegelijk schrapt, weet je achteraf niet wat precies verschil maakte. Bovendien is het belangrijk dat je voeding volwaardig en je eetpatroon haalbaar blijft.

Het vermijden van voedseltriggers geeft geen garantie dat migraine minder vaak voorkomt. Daarom blijven ook de andere aanbevelingen belangrijk, zoals regelmaat, slaap, beweging, stressreductie en voldoende drinken.


Regelmaat in maaltijden en complexe koolhydraten

Regelmaat in je maaltijdpatroon kan helpen bij migraine. Je hersenen hebben voortdurend energie nodig. Bij mensen met migraine reageren de hersenen vaak gevoeliger op prikkels en veranderingen.

Daarom kan het zinvol zijn om je lichaam regelmatig van energie te voorzien.

Dat doe je door:

  • geen maaltijden over te slaan
  • niet te vasten
  • drie tot zes kleine maaltijden of tussendoortjes per dag te nemen
  • bij elke maaltijd of snack ook een eiwitbron te voorzien
  • voeding met veel geraffineerde suikers te beperken
  • te kiezen voor complexe koolhydraten en vezels

Complexe koolhydraten vind je onder andere in volkorenbrood, havermout, volkoren pasta, zilvervliesrijst, aardappelen, peulvruchten, groenten en fruit.

Eiwitten vind je onder andere in yoghurt, plattekaas, eieren, vis, kip, peulvruchten, tofu, noten en zaden.


Kies zoveel mogelijk voor onbewerkte producten

Ook bij migraine is het zinvol om zoveel mogelijk te kiezen voor weinig bewerkte producten.

Sterk bewerkte producten kunnen toevoegingen bevatten die bij sommige mensen migraine mee uitlokken. Denk aan aspartaam, nitriet, sulfiet, mononatriumglutamaat, kleurstoffen, zoetstoffen, smaakstoffen en bewaarmiddelen.

Sterk bewerkte producten staan in de voedingsdriehoek in de rode bol. Voorbeelden zijn bereide vleeswaren, frisdrank, alcohol, snoep, gebak, snacks en fastfood.

Je herkent minder bewerkte producten vaak aan deze kenmerken:

  • Het product komt uit de natuur of leunt daar dicht tegenaan.
  • Het product bevat weinig ingrediënten.
  • Het bevat geen of weinig kleurstoffen.
  • Het bevat geen of weinig zoetstoffen of smaakstoffen.
  • Het bevat geen of weinig bewaarmiddelen.
  • Het is meestal minder lang houdbaar.

Dat betekent niet dat je nooit iets uit de rode bol mag eten. Het gaat om je algemene patroon. Hoe vaker je kiest voor eenvoudige, voedzame producten, hoe beter je je lichaam ondersteunt.


Water

Voldoende water drinken is belangrijk bij migraine. Te weinig drinken kan hoofdpijn en migraine uitlokken.

Water helpt je lichaam om voedingsstoffen te vervoeren, afvalstoffen te verwijderen, je lichaamstemperatuur te regelen, je bloedvolume op peil te houden en je lichaam te hydrateren.

Drink dagelijks minstens anderhalve liter water. Drink meer bij warm weer, wanneer je zweet, bij intensief sporten of wanneer je alcohol drinkt.


Medicatie bewust gebruiken

Medicatie kan helpen om een migraine-aanval beter op te vangen. Bespreek met je huisarts welke medicatie voor jou geschikt is en hoe je die best gebruikt.

Het is belangrijk om medicatie niet te vaak te nemen. Wanneer je te veel pijnstillers of migrainemedicatie gebruikt, kan hoofdpijn net vaker terugkomen. Dat noemen we medicatie-overgebruikshoofdpijn.

Wees extra alert wanneer je:

  • paracetamol of ontstekingsremmers gebruikt op vijftien of meer dagen per maand
  • triptanen, opioïden, ergotamine of combinatiepijnstillers gebruikt op tien of meer dagen per maand
  • dit patroon drie maanden of langer aanhoudt

Gebruik je regelmatig medicatie tegen hoofdpijn of migraine? Bespreek dit dan met je huisarts. Samen kan je bekijken of je aanpak nog goed zit en of preventieve begeleiding zinvol is.


Tot slot

Migraine is voor iedereen anders. Wat bij de ene persoon een duidelijke trigger is, speelt bij iemand anders misschien geen rol. Daarom is het belangrijk om je eigen patronen te leren kennen.

Een migrainedagboek kan daarbij helpen. Noteer je aanvallen, je slaap, stress, voeding, cafeïne, alcohol, beweging, menstruatie, prikkels en medicatie. Zo krijg je meer zicht op wat jouw migraine beïnvloedt.

Bespreek je migraine met je huisarts wanneer aanvallen vaak voorkomen, hevig zijn, veranderen of je dagelijks leven sterk beïnvloeden. Samen kan je bekijken welke aanpak bij jou past.

Bewegen bij migraine

Migraine is meer dan “gewoon hoofdpijn”. Het gaat vaak om bonzende, hevige aanvallen die enkele uren tot soms drie dagen kunnen duren. Vaak zijn er ook symptomen zoals misselijkheid, overgevoeligheid voor licht of geluid, of visuele verschijnselen (flikkeringen).

Gelukkig blijkt regelmatig bewegen een waardevol instrument te zijn om de frequentie en/of intensiteit van migraineaanvallen te verminderen.

Waarom bewegen bij migraine zinvol is

  • Beweging past goed binnen een gezonde levensstijl en kan een aanvulling zijn op medicatie. Voor mensen die liever minder medicatie gebruiken, of bijwerkingen willen vermijden, kan bewegen een (gedeeld) alternatief zijn.
  • Bij episodische migraine kan aerobe inspanning – denk aan stevig wandelen, fietsen, joggen – leiden tot minder migraine-dagen.
  • Beweging kan ook zorgen voor minder pijn tijdens aanvallen of voor kortere duur, al is het bewijs daarvoor minder sterk.
  • Bovendien draagt het bij aan de algemene gezondheid: minder sedentair gedrag, beter uithoudingsvermogen, cardiovasculaire gezondheid, mentale veerkracht, etc.

Hoe begin je op een verantwoorde manier?

Niet iedereen is hetzelfde, en wat voor de één werkt, is voor de ander niet ideaal. Hier zijn wat praktische tips:

  1. Begin langzaam en bouw op
    Als (intensief) bewegen je vroeger een migraine-opstoot bezorgde, ga dan behoedzaam van start. Je kan eerst kortere duur, lagere intensiteit proberen, en langzaam opbouwen.
  2. Warming-up & cooling-down zijn belangrijk
    Een uitgebreide opwarming vooraf (minimaal 15 minuten) helpt het lichaam voor te bereiden, zodat overbelasting wordt geminimaliseerd. Na inspanning is afkoelen ook nuttig.
  3. Let op triggers
    Denk aan uitdroging, te weinig eten (bloedsuikerdalingen), plots stijgend stressniveau. Deze kunnen beweging in verband brengen met migraineaanvallen — dus vermijd ze waar mogelijk.
  4. Luister naar je lichaam en respecteer grenzen
    Als een bepaalde activiteit pijn of klachten uitlokt, pas die aan. Soms is rust beter. Overleg met je arts of specialist als je gezondheidsproblemen hebt (hart-/vaatziekten, hoge bloeddruk, etc.).
  5. Zoek hulp of ondersteuning indien nodig
    Een beweegcoach kan helpen een persoonlijk plan uit te denken, met haalbare doelen, motivatie en opvolging.

Wil je graag onder professionele begeleiding meer bewegen? 
Dat kan met ons “Terug-fit” programma. 
Onze Personal trainer en Mentaal-en beweegcoach staan voor je klaar!

Zo zorg je voor een gezonde mond

De gezondheid van je mond zegt heel veel over de gezondheid van de rest van je lichaam en omgekeerd. Zo is gezonde mond is belangrijk voor een gezond hart. Wanneer bacteriën in de mond niet weggepoetst worden, kunnen ze tandbederf en bloedend tandvlees veroorzaken. Die ontstekingen en bacteriën kunnen via het bloed een weg vinden naar het hart en daar problemen veroorzaken. Redenen genoeg om je mond goed te verzorgen!

Iedereen weet dat dagelijks de tanden poetsen noodzakelijk is voor een gezond gebit. Daarnaast is ook een gezonde en gevarieerde voeding belangrijk voor een goede mondhygiëne. Eten en drinken kan schadelijke gevolgen hebben voor je tanden. Het kan bijdragen tot tandbederf (cariës) door de aanwezige suikers in de voeding en tandslijtage (erosie) door de zuren in bepaalde voedingsmiddelen.

Enkele tips

  1. Poets je tanden 2 keer per dag 2 minuten met fluoridetandpasta.
  2. Gebruik bij voorkeur een elektrische tandenborstel. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit effectiever is dan poetsen met de handtandenborstel. Wissel om de 3 maanden van opzetstuk of tandenborstel.
  3. Ga dagelijks, liefst ’s avonds, met een speciaal tandenstokje of flosdraad tussen de tanden om de ruimte tussen de tanden te poetsen. Zo voorkom je ontstoken en bloedend tandvlees.
  4. Last van een slechte adem? Maak je tong dagelijks schoon met een tongreiniger om de bacteriën op het achterste gedeelte van de tong te verwijderen.
  5. Ga 1-2 keer per jaar naar de tandarts voor controle. Laat de mond ook 1 keer per jaar controleren bij een kunstgebit.
  6. Beperk het aantal eetmomenten tot maximaal 6 keer per dag. Eet drie hoofdmaaltijden en maximaal 3 tussendoortjes. Eet je hoofdmaaltijd binnen de 30 minuten op en je tussendoortje in één keer.
  7. Drink hoofdzakelijk water. Ook ongezoete melk is goed voor de tanden. Koffie en thee zonder suiker zijn veilig voor het gebit maar kunnen zoals bepaalde voedingskleurstoffen in wijn, sojasaus en curry een bruine aanslag op de tanden veroorzaken.
  8. Drink zo weinig mogelijk gesuikerde melkdranken, siropen, (light-)frisdrank, fruitsap en andere gesuikerde of zure dranken.
  9. Eet zo weinig mogelijk koeken, gedroogd fruit en andere suikerrijke en kleverige voedingsmiddelen. Groenten, kaas, noten, yoghurt,… zijn voedzame tussendoortjes en goed voor het gebit.


Tijdens de zwangerschap heb je meer risico op gebitsproblemen door hormonale veranderingen, wat kan leiden tot tandvleesontsteking (gingivitis) en een verhoogde kans op gaatjes. Ook bepaalde aandoeningen en medicatie kunnen mondproblemen veroorzaken of verergeren. Een extra tandartscontrole kan in deze gevallen geen kwaad.

Menopauze? Wat kan overgangsklachten verlichten?

De 'menopauze' is één precies moment, namelijk het moment waarop een vrouw officieel 1 jaar geen menstruatie meer heeft. 

De overgang is het hele proces ervoor en erna (perimenopauze) waarbij het vrouwenlichaam van vruchtbaar overgaat naar onvruchtbaar en minder van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron produceert. (meestal tussen de 45 jaar en de 55 jaar). Het wegvallen van die hormonen heeft een duidelijke impact op de temperatuurregeling, de psyché, maar ook op heel wat organen (de huid, de bloedvaten, de lever, de blaas, de botten, de vagina, de hersenen…) en lichamelijke processen. 

Deze overgangsfase kan enkele jaren duren en gaat vaak gepaard met diverse ongemakken:

  • Menstruatiestoornissen
  • Hoofdpijn
  • Gewichtstoename door een vertraagd metabolisme
  • Veranderingen in de lichaamssamenstelling (minder spiermassa en meer vetmassa) en meer vetopstapeling ter hoogte van de buik.
  • Veranderingen in cholesterol- en bloedsuikerspiegel en de bloeddruk
  • Botverlies en een verhoogd risico op fracturen
  • Gewrichtspijn
  • Concentratieproblemen en vergeetachtigheid
  • Duizeligheid
  • Opvliegers, zowel overdag als ’s nachts
  • Stemmingswisselingen
  • Slaapproblemen en vermoeidheid
  • Verminderd libido, pijnlijke betrekkingen, vaginale droogte, frequentere urineweginfecties

Tegelijkertijd vormt de overgang een uitdaging op het gebied van voeding, omdat de veranderende hormoonspiegels extra aandacht voor de voeding van vrouwen vereisen. 

Hoewel voeding de hormoonspiegels niet kan herstellen, kan het wel helpen om de symptomen te verlichten en de gezondheid te ondersteunen. Een gebalanceerd dieet met voldoende eiwitten, calcium en vitamine D kan de symptomen van de overgang verminderen en tekorten aan belangrijke voedingsstoffen voorkomen, wat essentieel is voor het behoud van de algehele gezondheid tijdens de overgang.


Praktische tips om de overgang goed door te komen

Zorg voor regelmaat en eet niet meer dan nodig

  • Spreid je voeding over drie hoofdmaaltijden en maximaal twee tussendoortjes. Stel je maaltijden evenwichtig samen met nutriëntrijke voedingsmiddelen, zoals groenten en fruit, volkoren producten, voedzame eiwitbronnen en omega-3-vetzuren.   
  • Luister naar honger- en verzadigingssignalen en beëindig je maaltijd op tijd. Schep niet onbewust bij en neem kleinere porties.

Kies de juiste voedingsmiddelen in de juiste proporties 

Ontbijt en lunch

  • Ga voor volkorenbrood, havervlokken of muesli. Verminder indien nodig geleidelijk aan je gebruikelijke porties.
  • Neem bij voorkeur halfvolle melk en magere of halfvolle ongesuikerde yoghurt en afgeleiden en breng die zelf verder op smaak met vers fruit.
  • Smeer een mespunt minarine, mayonaise of pesto per snede brood. Gebruik geen roomboter.
  • Varieer met beleg zoals kaas, fruit, groenten en peulvruchtenspreads, ei, vlees, vis en vermijd dubbel beleg. Een laag beleg voor twee sneden brood volstaat.
  • Maak van een stuk vers fruit of een portie rauwkost of soep bij de lunch een dagelijkse gewoonte.
  • Koffiekoeken, fantasiebrood, gesuikerde ontbijtgranen en zoet beleg zoals chocopasta of confituur leveren meer calorieën en weinig voedingsstoffen. Eet ze bij uitzondering en geniet er van.

Avondmaal

  • Geef groenten de hoofdrol en varieer in kleur. Wissel rauwkost af met gekookte of gestoomde groenten. Maak indien nodig magere bechamelsaus met melk en maïzena/bloem.
  • Vul een vierde van je bord met gekookte aardappelen of volkoren granen zoals volkoren pasta en zilvervliesrijst en een vierde met een stukje mager vlees (bv. kippenfilet, varkenshaasje, biefstuk), vis, ei of een ander geschikt vervang product (bv. peulvruchten).
  • Frituren en paneren maken gerechten (onnodig) vet en calorierijk. Eet maximaal 1 keer per 2 weken iets uit de friteuse. Ga vaker grillen, koken, stoven, stomen of pocheren en wees matig met de hoeveelheid bereidingsvet. Gebruik 1 eetlepel bereidingsvet per persoon.
  • Met allerhande sauzen op basis van room of mayonaise krijg je snel veel extra vet en calorieën binnen. Kies liever een streepje saus op basis van groenten, ontvette bouillon of yoghurt.

Tussendoortje

  • Kies lichte tussendoortjes om de kleine honger te stillen, bv. een volkoren cracker met wat beleg, een tas verse soep, een stuk fruit of magere ongesuikerde yoghurt zelf verder op smaak gebracht met vers seizoensfruit.
  • Snacks zoals koek, gebak, chocolade en chips brengen veel vet, suiker en calorieën aan, maar hebben geen meerwaarde voor je gezondheid. Neem ze niet te vaak en niet te veel. Hou ze voor speciale gelegenheden.

Drank

  • Een kop koffie of thee is prima maar drink vooral water. Drink maximaal 4 tassen koffie of thee (zwart en groen) per dag en voeg geen suiker of honing toe.
  • Fruitsappen en gesuikerde frisdranken drink je beter niet. Light-frisdrank kan met mate (max. 1 glas per dag).

Eet voldoende calciumrijke voedingsmiddelen of vul aan met een supplement 

Zorg ervoor dat je voldoende calcium (950 mg per dag) en vitamine D (10-15 µg per dag) inneemt, bij voorkeur via de voeding. Eet dagelijks 3 tot 4 porties zuivel, zoals halfvolle melk, yoghurt of magere kwark. 1 portie is 1 glas of 1 schaaltje van 150 ml of 1 snede kaas van 20 gram. 

Vitamine D is aanwezig in minarine, vette vis en eieren, maar wordt grotendeels aangemaakt in de huid onder invloed van zonlicht. Ga regelmatig naar buiten met je handen en gezicht onbedekt.

Als bovenstaande niet haalbaar is, kan een supplement nodig zijn. Overleg dit met je huisarts.

Slaap voldoende 

Voldoende slaap is essentieel voor een goede gezondheid. Slechte slaapkwantiteit of -kwaliteit beïnvloedt ons eetgedrag en wordt in verband gebracht met overgewicht.

Beweeg voldoende 

Probeer dagelijks zoveel mogelijk beweging te nemen (bv. sta regelmatig recht, neem de trap, wandel een extra blokje om, ga te voet of met de fiets), beweeg 150 minuten per week aan matige intensiteit (fietsen, stevig wandelen, joggen, zwemmen, poetsen, tuinieren,…) en doe daarnaast twee keer per de week spier- en botversterkende oefeningen. Voorkom veel en lang stilzitten.

Rook niet

Roken versnelt het verlies van oestrogeen en heeft een negatieve invloed op de bloedvaten, de botdichtheid en de huid. Het verhoogt bovendien het risico op hart- en vaatziekten en op vroegtijdige menopauze. Stoppen met roken verbetert de doorbloeding, het energieniveau en de algemene gezondheid, wat helpt om overgangsklachten te verlichten en het verouderingsproces te vertragen.

Drink zo weinig mogelijk alcohol

Alcohol verstoort de hormonale balans en kan opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen versterken. Het levert ook extra calorieën en kan het risico op osteoporose en borst- of leverproblemen verhogen. Beperk alcoholgebruik tot uitzonderlijke momenten en geef de voorkeur aan water, kruidenthee of alcoholvrije alternatieven voor een beter herstel en meer vitaliteit.

Beperk je zoutinname 

Voeg geen zout toe aan je maaltijden en beperk kant-en-klare voedingsmiddelen en bereidingen. Breng je gerechten op smaak met andere kruiden en specerijen.

Te veel zout zorgt ervoor dat je lichaam vocht vasthoudt en verhoogt de bloeddruk, wat het risico op hart- en vaatziekten doet toenemen. Tijdens en na de overgang worden vrouwen gevoeliger voor een hoge bloeddruk door het dalende oestrogeengehalte. Bovendien bevordert een hoge zoutinname het verlies van calcium via de urine, wat kan bijdragen aan botontkalking.

Door minder zout te gebruiken en je gerechten op smaak te brengen met kruiden en specerijen, bescherm je zowel je hart als je botten.

Hartgezondheid

Je hart is je motor, het klopt dag en nacht. Toch denken we er meestal pas aan als er iets misgaat.

Gezonde keuzes kunnen de kans op hart- en vaatziekten fors verlagen. Hieronder vind je zes pijlers voor een sterk hart.

Beweeg regelmatig: elke stap telt

Beweging versterkt het hart, verbetert de bloedcirculatie, helpt je gewicht te beheersen, verlaagt de bloeddruk en heeft een gunstig effect op je stemming.

Je hoeft geen topsporter te zijn: beweging in je dagelijks leven brengt al veel winst mee.

  • Streef naar minstens 150 minuten per week matige inspanning (bijv. stevig wandelen, fietsen of tuinieren).
  • Verdeel dit over meerdere dagen, bv. 30 minuten per dag.
  • Integreer beweging in je routine: neem de trap, loop naar de winkel, maak een wandeling tijdens je lunchpauze.
  • Beperk langdurig zitten: sta elk halfuur even recht, rek je uit, loop enkele passen.
  • Kies iets wat je graag doet, wandelen met een vriend, dansen, tuinieren, zodat je het volhoudt op de lange termijn.

Stop met roken

Roken schaadt direct je bloedvaten, verhoogt ontstekingen en vermindert de “goede” cholesterol (HDL). Zelfs na jarenlang roken en op latere leeftijd stoppen kan je risico nog aanzienlijk verlagen.

Tips om te stoppen

  • Vraag ondersteuning: huisarts, rookstopprogramma, apps of lotgenoten.
  • Vermijd triggers en vaste routines waar je gewend bent te roken (bijv. koffie, sociale momenten).
  • Vervang de gewoonte: ga een blokje lopen, drink water, adem bewust.
  • Heb geduld: terugvallen horen bij het proces. Blijf proberen.

Eet hartvriendelijk

Voeding is een krachtig middel om je hart gezond te houden. Het draait niet om strenge diëten, maar om slimme keuzes die je stap voor stap kan invoeren in je dagelijks leven.

  • Let op vetten: beperk verzadigde vetten zoals in volle zuivel, vet vlees en gefrituurd voedsel. Kies vaker voor gezonde, onverzadigde vetten zoals olijfolie, noten, vette vis en avocado.
  • Eet veel vezels en plantaardig: vul je bord royaal met groenten, fruit, peulvruchten en volkoren granen. Vezels helpen je cholesterol te verlagen en ondersteunen een gezonde spijsvertering.
  • Beperk suiker en zout: frisdranken, snoep en sterk bewerkt voedsel bevatten vaak veel toegevoegde suikers. Ook zout zit verborgen in veel kant-en-klare producten.
    Je kan zout in je voeding vervangen door kruiden.
  • Kies bewuste eiwitbronnen: ga voor magere dierlijke eiwitten zoals kip of vis, of kies vaker voor plantaardige alternatieven zoals bonen, linzen of tofu.
  • Let op regelmaat en porties: te grote porties belasten je lichaam. Eet rustig ,en probeer snacken uit verveling te vermijden.

Controleer je risicofactoren

Sommige factoren kan je niet veranderen (leeftijd, familiegeschiedenis), maar veel andere wél:

  • Bloeddruk: hoge bloeddruk belast je hart en vaten. Laat hem regelmatig meten.
  • Cholesterol & triglyceriden: bloedonderzoek kan verborgen risicofactoren blootleggen.
  • Blootstelling aan stress: chronische stress verhoogt de druk op je hart. Leer adem- en ontspanningstechnieken.
  • Suikerziekte / insulineresistentie: vooral belangrijk om te screenen bij overgewicht of een familiale voorgeschiedenis.
  • Gewicht & vetverdeling: overgewicht, zeker rond de buik, verhoogt het risico. Een paar kilo minder kan al veel verschil maken.

Slaap, herstel & stressbeheer

Je hart heeft niet alleen inspanning nodig, maar ook rust.

  • Zorg voor voldoende kwalitatieve slaap.
  • Creëer een rustgevende slaapomgeving: verduistering, koel, geen schermen voor het slapengaan.
  • Integreer ontspanning in je dag: ademhalingsoefeningen, meditatie, yoga, wandelen.
  • Wees alert op stresssignalen: gejaagdheid, vermoeidheid, spierpijn, prikkelbaarheid. Neem tijd om bij te tanken.

Laat je inspireren & blijf gemotiveerd

Verandering is niet makkelijk maar wel mogelijk met kleine, consistente stappen.

  • Stel haalbare doelen: bijvoorbeeld “2x per week 20 minuten wandelen” in plaats van “iedere dag een uur”.
  • Hou je vooruitgang bij: een stappen- of sportapp, een dagboek of foto’s kunnen motiveren.
  • Zoek een maatje: samen bewegen, elkaar herinneren of gezonde recepten uitwisselen versterkt je motivatie.
  • Vier kleine successen: beloon jezelf (niet met ongezond eten) wanneer je vooruitgang boekt.
  • praat met je arts of zoek een diëtist op


Hittegolf en gezondheid

Wanneer het kwik stijgt, heeft je lichaam meer moeite om af te koelen. Ouderen, jonge kinderen en mensen met een chronische aandoening zijn extra kwetsbaar voor de gevolgen van hitte. Maar ook wie gezond is, doet er goed aan om het hoofd én lichaam koel te houden.

Met deze tips blijf je fris en gezond, ook als het puffen geblazen is:

Drink veel water

Liefst niet gekoeld en minstens 2 l per dag. Met de hitte zweet je meer en dat moet gecompenseerd worden, anders droog je uit. De eerste tekenen van uitdroging zijn: donkere urine, constipatie, droge huid, lippen en mond, daarna volgen hoofdpijn en misselijkheid.

IJskoude dranken laten de lichaamstemperatuur plots dalen, waardoor je lichaam de verwarming aan zet en dan krijg je het nog warmer… Lauwwarme dranken zoals (kruiden- of vruchten-) thee of soep doen precies het tegenovergestelde. Drink dus iets warms om af te koelen.

Drink geen gesuikerde dranken, suiker zorgt voor meer energie in je lichaam waardoor je het weer warm krijgt.

Eet kleine porties licht verteerbare voeding

Hierdoor moet je lichaam niet op volle toeren werken om je voeding te verbranden.  Laat je eten ietwat afkoelen of maak een lekkere frisse salade. Denk aan Komkommer, yoghurt, courgette, tomaten, een koude rijstsalade of pastasalade en lauwe soep.

Eet fruit

Door het zweten verlies je niet alleen vocht, maar ook cruciale zouten en die moeten aangevuld worden. De beste vrucht hiervoor is de watermeloen. Maar ook appel, mango, aardbeien, frambozen, blauwe bessen en zwarte bessen zijn uitstekend afkoelvoedsel. Ook meergranenbrood of (lauwe) soep zijn goede zoutleveranciers. Er is dus geen enkele reden om naar de gezouten nootjes of chips te grijpen want daar krijg je het alleen maar warm van omdat je lichaam veel meer moeite moet doen om deze te verteren.

Verkoel jezelf

Draag luchtige kleding, die gemaakt is van natuurlijke en luchtige stof zoals katoen en linnen. Blijf uit de zon, beter nog: blijf binnen. Zet een paar bevroren flessen water voor je ventilator. Leg een koud washandje in je nek en neem een lauw voetbad of hou je polsen even onder de lauwe kraan. Gebruik een kruik met ijskoud water om je bed af te koelen of leg je hoofdkussen even in de diepvriezer.

Het is geen goed idee om nu even de strijk te doen.

Houd je huis koel

Houd het overdag volledig afgesloten, zodat de warmte niet naar binnen kan. Wanneer het 's avonds af begint te koelen en de buitentemperatuur onder de temperatuur van binnen zakt, kan je het beste de ramen en luiken openzetten om het huis af te koelen.

Ga overdag niet uitgebreid koken of bakken. Ook deze hitte blijft in je huis hangen. Want als je huis in de zomer opgewarmd is tot een bepaalde temperatuur, zal het die warmte nog lange tijd vasthouden.

Blijf uit de zon

Tijdens een hittegolf is het overdag beter binnen dan buiten. Tussen 11u en 17u blijf je best binnen of in de schaduw.

Houd een siësta tijdens de heetste uren van de dag

Hoe minder lichamelijke inspanning, hoe beter. Sporten doe je beter ‘s morgens vroeg. Het koudste moment van de dag ligt rond 4-5u ‘s ochtends.

Blijf kalm

Je ergeren en opwinden over de hitte helpt je niet om af te koelen. Door je op te winden verhoog je je hartslag en raak je gestrest. Hierdoor jaag je de lichaamstemperatuur dus nog meer op.


Blijf luisteren naar je lichaam. Krijg je last van duizeligheid, misselijkheid of sufheid? 
Zoek een koele plek op, drink water en rust. Bij twijfel: raadpleeg je huisarts.

Cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof die in je lichaam voorkomt en die je ook via voeding binnenkrijgt. Je lichaam heeft cholesterol nodig om goed te functioneren: het is onder andere een bouwstof voor cellen en hormonen. Maar te veel cholesterol in je bloed kan je bloedvaten beschadigen en je risico op hart- en vaatziekten verhogen.

Het gaat dus om balans: genoeg cholesterol om je lichaam te laten werken, maar niet te veel om schade te voorkomen.

Er is “goede” en “slechte” cholesterol

  • LDL-cholesterol wordt vaak de slechte genoemd. Te veel LDL kan zich vastzetten aan de wanden van je bloedvaten en daar voor vernauwingen zorgen.
  • HDL-cholesterol wordt de goede genoemd. Deze helpt om overtollige cholesterol uit je bloedvaten weg te halen en terug naar de lever te brengen, waar het wordt afgebroken.

Daarnaast heb je ook triglyceriden, een ander soort vet in je bloed. Te hoge waarden kunnen het risico op hartziekten nog extra verhogen.

Hoe weet je of je cholesterol te hoog is?

Je voelt niets van een hoge cholesterol. Het geeft geen klachten. De enige manier om het te weten is via een bloedonderzoek. Daarom is het belangrijk om je cholesterolwaarde regelmatig te laten controleren, zeker als je:

  • ouder bent dan 40
  • rookt
  • overgewicht hebt
  • weinig beweegt
  • een hoge bloeddruk of suikerziekte hebt
  • hart- en vaatziekten voorkomen in je familie

Wat kan je zelf doen om je cholesterol gezond te houden?

Gezonde voeding

  • Beperk verzadigde vetten, zoals in vet vlees, boter, room, kaas, koeken en snacks.
  • Kies vaker voor onverzadigde vetten, zoals in plantaardige oliën, noten, vette vis, avocado…
  • Eet voldoende vezels, zoals in groenten, fruit, volkoren granen en peulvruchten: die helpen om LDL-cholesterol te verlagen.
  • Let op met suikers en alcohol, want die kunnen je triglyceriden doen stijgen.

Beweeg regelmatig
Dagelijks bewegen verbetert je vetstofwisseling, verhoogt je HDL (goede cholesterol) en helpt je op een gezond gewicht te blijven.

Stoppen met roken
Roken verlaagt je HDL-cholesterol en beschadigt je bloedvaten. Stoppen is dus een van de beste dingen die je kan doen voor je hartgezondheid.

Streef naar een gezond gewicht
Ook een paar kilo minder kan je cholesterolwaarde al gunstig beïnvloeden.

Laat je opvolgen
Een gezonde cholesterol is geen doel op zich, maar een deel van het grotere plaatje: een gezonde levensstijl, een sterk hart en een lang, vitaal leven. Maar soms volstaat een gezonde levensstijl niet. Dan kan je arts cholesterolverlagende medicatie voorstellen, zeker als je al risicofactoren hebt voor hart- en vaatziekten.

Heb je vragen over je cholesterol, of wil je je waarden laten checken? Neem contact op met je huisarts.

Angst & paniek

Angst is op zich geen vijand. Het is net een waardevol beschermingsmechanisme dat je helpt om te overleven. Stel je voor: je loopt in het bos en er stormt een wild dier op je af. Je lichaam reageert bliksemsnel: je hartslag schiet omhoog, je spieren spannen zich op, je adem versnelt. Dankzij die reactie kan je weglopen of jezelf verdedigen. Angst redt levens.

Maar in onze moderne maatschappij zijn er zelden nog wilde dieren. In plaats daarvan worden we geconfronteerd met deadlines, conflicten, prestatiedruk, financiële zorgen, onzekerheid, … En voor die dingen kan je niet zomaar weglopen. Je lichaam reageert nog steeds alsof er gevaar dreigt, maar er is geen fysieke uitweg. Dat zorgt voor een vorm van angst die blijft hangen, we noemen dit chronische angst.

En daar kan jeziek van worden.

Hoe herken je angstklachten?

Angst uit zich op verschillende manieren. Enkele signalen zijn:

  • je voelt je gespannen of onrustig, ook zonder duidelijke reden
  • je piekert veel of je bedenkt telkens doemscenario’s
  • je hebt last van hartkloppingen, zweten, duizeligheid, ademnood
  • je slaapt slecht, bent prikkelbaar of vermijdt bepaalde situaties
  • je voelt je snel overprikkeld of overspoeld

Een paniekaanval kan je overvallen als een golf. Je lichaam slaat alarm: een bonzend hart, tintelingen, ademnood, het gevoel flauw te vallen of zelfs dood te gaan. Dat is beangstigend, maar niet gevaarlijk. Je lichaam probeert je te beschermen, alleen is het alarm op dat moment vals.

Angst is normaal, maar het mag je leven niet overheersen

Iedereen is wel eens bang, dat is gezond en menselijk. Maar als de angst te vaak opduikt of te sterk wordt, beïnvloedt ze je dagelijks leven. En dan is het belangrijk om hulp te zoeken. Je hoeft hier niet alleen doorheen.

Wat kan helpen?

Praat eroverZeggen “ik voel me angstig” is al een eerste stap. Je hoeft je er niet voor te schamen. Angst komt vaker voor dan je denkt.

Begrijp je angst. Weten wat er in je hoofd en lichaam gebeurt, geeft rust. Angst is geen teken van zwakte, maar een systeem dat wat te veel op scherp staat.

Adem en beweeg. Rustige ademhaling, wandelen of zachte beweging helpt je zenuwstelsel te kalmeren. Ook yoga of mindfulness kan ondersteunen.

Vraag hulp. Soms zit angst diep of is angst een gevolg van trauma, en is er professionele hulp nodig. Dat kan via gesprekstherapie, cognitieve gedragstherapie of EMDR. Samen werk je stap voor stap aan je herstel.

Angst bij kinderen en jongeren

Ook kinderen kunnen last hebben van angst, al tonen ze dat soms anders: buikpijn, niet willen slapen, weigeren om naar school te gaan, niet-wenselijk gedrag vertonen, zich vastklampen aan ouders… Neem hun signalen serieus. Tijdig ondersteunen kan veel verschil maken.

Angst vraagt geen oordeel, maar zorg

Angst is een alarmsignaal dat gehoord wil worden. Niet om je tegen te houden, maar om je te beschermen.
Leer het begrijpen en weet dat er hulp is. Je hoeft hier niet alleen in te staan. In onze praktijk luisteren we graag naar jouw verhaal, en zoeken we samen naar rust en houvast.

Rouwverwerking

Rouw is de keerzijde van liefde. Als we iemand verliezen die ons dierbaar is, rouwen we omdat het gemis diep zit. Rouwen is niet alleen iets wat je doet bij overlijden, maar ook bij andere vormen van verlies, zoals een scheiding, een miskraam, het verlies van gezondheid, het verlies van een huisdier, het verlies van en bepaald toekomstbeeld, bij verhuizing of zelf bij het besef dat je ouder wordt.

Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier. Er bestaat geen vaste handleiding of tijdlijn. En dat is oké.

Hoe voelt rouw?

Rouw kan zich uiten op veel verschillende manieren:

  • verdriet, boosheid, schuldgevoel of ongeloof
  • vermoeidheid, slaapproblemen of lichamelijke klachten
  • moeite om je te concentreren of beslissingen te nemen
  • je leeg of verdoofd voelen
  • het gevoel ‘vast’ te zitten of niet vooruit te geraken

Soms lijkt het alsof de wereld gewoon doordraait, terwijl die van jou is stilgevallen.

Wat kan helpen?

Sta jezelf toe om te voelen wat er isRouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is iets wat geleefd wil worden. Geef jezelf tijd, en vooral: mildheid.

Praat erover. Of je nu een babbeltje doet met een goede vriend, een vertrouwenspersoon, je huisarts of therapeut, delen maakt het vaak wat draaglijker. Je hoeft het niet alleen te dragen.

Creëer rituelen of herinneringsmomentenEen kaarsje aansteken, een brief schrijven, een foto bij je dragen, of even op het favoriete plekje van je dierbare zitten. Kleine rituelen kunnen troost geven.

Wees zacht voor jezelfZorg goed voor je lichaam. Eet gezonde voeding, beweeg voldoende, neem ook rust, huil en lach. Alles op jouw tempo. Niets moet, alles mag.

Zoek lotgenoten als je daar nood aan hebtEr bestaan rouwgroepen of andere initiatieven waar mensen elkaar vinden in gelijkaardige ervaringen. Je hoeft je verhaal niet honderd keer uit te leggen, het mag er gewoon zijn.

Rouwen is normaal. Maar soms is extra steun nodig.

Blijf je vastzitten in je verdriet? Lukt het niet meer om je dagelijks leven op te nemen? Of voel je je verdoofd en leeg, ook na lange tijd? Dan is het oké om hulp te zoeken.

Je hoeft niet te wachten tot je ‘het niet meer aankan’. Praten kan ook preventief zijn. In onze praktijk luisteren we graag. Met aandacht en zonder oordeel.

Slaapapneu en snurken

Veel mensen snurken, en meestal is dat onschuldig. Maar soms wijst snurken op iets ernstigers, namelijk slaapapneu. Dat is een aandoening waarbij de ademhaling tijdens de slaap tijdelijk stopt. Het komt vaker voor dan je zou denken, en blijft soms jarenlang onopgemerkt.

Wat is slaapapneu?

Bij slaapapneu stopt je ademhaling meerdere keren per nacht voor een korte tijd (meestal 10 tot 30 seconden). Die pauzes worden veroorzaakt doordat de luchtweg tijdelijk blokkeert. Je lichaam schrikt wakker, meestal zonder dat je het bewust merkt, en je ademhaling hervat zich weer. Dit kan tientallen keren per uur gebeuren.

Die verstoringen zorgen ervoor dat je slaap van mindere kwaliteit is, ook al heb je het gevoel dat je een volledige nacht hebt geslapen.

Typische klachten

  • Luid snurken, vaak onderbroken door ademstops
  • Extreme vermoeidheid overdag
  • Moeilijk wakker worden
  • Hoofdpijn in de ochtend
  • Droge mond of keelpijn bij het ontwaken
  • Prikkelbaarheid of concentratieproblemen
  • Slaperigheid tijdens rustige bezigheden (zoals tv kijken of autorijden)

Mensen met slaapapneu beseffen vaak zelf niet dat ze ’s nachts stoppen met ademen. Vaak is het een partner die het eerst iets opmerkt.

Wat zijn de risico’s?

Slaapapneu is niet alleen vervelend, het heeft ook gevolgen voor de gezondheid. Mensen met onbehandelde slaapapneu hebben een verhoogd risico op:

  • Hoge bloeddruk
  • Hart- en vaatziekten
  • Diabetes type 2
  • Overgewicht
  • Slaapongevallen (bv. in het verkeer door slaperigheid overdag)

Oorzaken en risicofactoren

  • Overgewicht of een dikke nek
  • Roken en alcoholgebruik
  • Neusverstopping
  • Ouderdom (komt vaker voor vanaf 40+)
  • Erfelijke aanleg
  • Bij kinderen: grote keel- of neusamandelen

Wat kan je doen?

Als je vermoedt dat je slaapapneu hebt, praat er dan over met je huisarts. Die kan je doorverwijzen voor verder onderzoek, meestal via een slaaponderzoek (polysomnografie of slaaptest). Daarbij wordt 's nachts je ademhaling, hartritme en zuurstofgehalte in het bloed gemeten.

Behandeling

De behandeling hangt af van de ernst van de apneu. Mogelijkheden zijn:

  • Leefstijlaanpassingen: afvallen, stoppen met roken, vermijden van alcohol
  • CPAP-apparaat: een masker dat 's nachts lucht inblaast en zo de luchtwegen openhoudt
  • MRA-beugel: een mondstuk dat de onderkaak iets naar voren duwt tijdens het slapen
  • Operatie: in sommige gevallen worden keelamandelen of andere obstructies verwijderd

En snurken?

Snurken zonder ademstops is meestal onschuldig, maar kan toch hinderlijk zijn – vooral voor de partner. Soms helpt het al om:

  • Op je zij te slapen in plaats van op je rug
  • Alcohol te vermijden ’s avonds
  • Gewicht te verliezen
  • Beter te leren ademen via de neus

Als het snurken heel luid is of gepaard gaat met vermoeidheid overdag, laat je dan zeker eens onderzoeken om slaapapneu uit te sluiten.

Slaap hoort verkwikkend te zijn. Merk je dat je ondanks voldoende slaap toch moe blijft? Heb je last van snurken of slaap je onrustig? Bespreek het dan gerust met je huisarts.

Gezond op reis: tips voor vertrek

Op reis gaan is heerlijk: nieuwe plekken ontdekken, genieten van de natuur of cultuur, even helemaal uit je gewone routine stappen. Maar… een reis vraagt ook wat voorbereiding als je je gezondheid niet uit het oog wil verliezen. Of je nu een citytrip doet, een avontuurlijke rondreis maakt of een weekje aan zee plant — met een goede voorbereiding vertrek je zorgelozer.

Handige gezondheidstips vóór je vertrekt

1. Check je reisbestemming

Is je bestemming in Europa of daarbuiten?  Zijn er specifieke gezondheidsrisico’s of aanbevolen vaccinaties? Voor info over vaccinaties en gezondheidsadvies per land, surf naar: www.itg.be.

2. Breng je vaccinaties in orde

  • Voor sommige landen zijn vaccinaties verplicht (bv. gele koorts).
  • Anderen zijn aangeraden, zoals hepatitis A, DTP (difterie, tetanus, polio) of buiktyfus.

Maak bij voorkeur 4 tot 6 weken voor je vertrek een afspraak bij je huisarts of een erkend reisklimaatcentrum.

3. Vraag een medisch paspoort aan (indien nodig)

  • Neem je medicatie voor een chronische aandoening? 
  • Heb je allergieën, diabetes of een andere medische aandoening?

Vraag aan je arts een overzicht van je medische situatie in het Engels (bv. voor op luchthavens of bij spoedzorg).

4. Stel een reisapotheek samen

  • Koortswerende middelen (bv. paracetamol)
  • Middel tegen reisziekte
  • Middel tegen diarree / ORS (voor uitdroging)
  • Muggenmelk met DEET
  • Zonnecrème en aftersun
  • Pincet, pleisters, ontsmettingsmiddel
  • (Reserve)medicatie die je dagelijks nodig hebt
  • ...

Vergeet je voorschriften of medicatiebewijs niet (zeker voor medicatie onder de verdovingswet zoals sterke pijnstillers of ADHD-medicatie).

5. Zorg voor de juiste reisverzekering

  • Kijk na of je ziektekosten in het buitenland gedekt zijn, zeker bij verre reizen.
  • Neem eventueel een extra verzekering voor repatriëring of hospitalisatie.

Vergeet je Europese ziekteverzekeringskaart niet voor reizen binnen Europa.

6. Let op voedsel en drinkwater

Vooral buiten Europa is het belangrijk om:

  • geen kraantjeswater te drinken (ook niet voor tandenpoetsen!)
  • geen ijsblokjes te gebruiken
  • eten goed te verhitten 
  • rauwe producten (zoals salades of rauw vlees/vis) te vermijden

Pel zelf fruit en eet bij voorkeur warm, vers bereid eten.

7. Pas je aan aan het klimaat

  • Bescherm je huid met zonnecrème (minstens factor 30).
  • Draag een hoed of pet en blijf uit de zon tussen 12u en 15u.
  • Drink voldoende water, ook als je geen dorst hebt.
  • Let op bij extreme koude of hoogteverschillen: geef je lichaam tijd om aan te passen.

8. Denk ook aan je mentaal welzijn

Reizen is vaak ontspannend, maar een andere omgeving, jetlag of cultuurshock kunnen ook stress veroorzaken. Geef jezelf tijd om te acclimatiseren en durf te pauzeren. Reisplezier is geen to-do-lijstje, maar een ervaring.

9. Reis met kinderen?

  • Vraag bij je arts extra advies over vaccinaties of medicatie op maat.
  • Denk aan oordoppen voor in het vliegtuig, kindvriendelijke zonnecrème, ORS of eventueel anti-muggennetten.

10. Tot slot: bereid je lichaam voor

  • Rust goed uit voor je vertrekt.
  • Neem op tijd je vaccinaties of preventieve medicatie (bv. malariapillen).
  • Bouw medicatie-inname op als dat vereist is.
  • Zorg dat je lichaam uitgerust en gehydrateerd is bij vertrek.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Zo kan jij volop genieten van je reis, zonder zorgen om je gezondheid. Heb je twijfels of medische vragen? Neem tijdig contact op met je huisarts of apotheker.

Vegan of vegetarisch eten: waar moet je op letten?

Steeds meer mensen kiezen ervoor om minder vlees te eten, of zelfs helemaal vegetarisch of veganistisch te leven. Of je dat nu doet voor het milieu, je gezondheid, het dierenwelzijn of gewoon omdat je er bewust over nadenkt: een goed uitgebalanceerd plantaardig voedingspatroon kan perfect gezond zijn.

Maar… het is wél belangrijk om met een paar dingen rekening te houden.

Wat is het verschil tussen vegetarisch en veganistisch?

  • Vegetariërs eten geen vlees, gevogelte of vis. Sommigen eten wél zuivelproducten, eieren of honing.
  • Veganisten vermijden alle dierlijke producten, dus ook melk, kaas, yoghurt, eieren, honing en gelatine.

Waar moet je op letten?

Een goed samengestelde plantaardige voeding bevat alle nodige voedingsstoffen, maar sommige voedingsstoffen vragen extra aandacht:

1. Eiwitten

Nodig voor je spieren, cellen en afweer.

Goede plantaardige bronnen: peulvruchten (linzen, kikkererwten, bonen), tofu, tempeh, seitan, noten, zaden, volkoren granen, soja(drink), havermout.

2. Vitamine B12

Komt uitsluitend voor in dierlijke producten.

Veganisten moeten een supplement nemen of producten gebruiken waaraan B12 is toegevoegd (zoals sommige plantaardige drinks of vleesvervangers).

Vegetariërs die regelmatig eieren en melk gebruiken, krijgen doorgaans genoeg binnen, maar ook zij mogen hun bloedwaarden af en toe laten controleren.

3. Ijzer

Plantaardig ijzer wordt minder goed opgenomen dan dierlijk ijzer.

Zorg voor voldoende ijzerrijke voeding: volkorenbrood, peulvruchten, noten, zaden, groene bladgroenten. Combineer dit met vitamine C (bv. een stuk fruit of wat paprika bij de maaltijd), dat helpt de opname.

4. Calcium

Belangrijk voor je botten en tanden.

Kies voor met calcium verrijkte plantaardige melkproducten (sojadrink, amandeldrink…) en eet regelmatig sesamzaad, tahin, boerenkool, broccoli, tofu, vijgen of amandelen.

5. Vitamine D

Belangrijk voor botten en spieren.

Vitamine D zit vooral in dierlijke producten en wordt ook door je huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. Extra supplementen kunnen nodig zijn, zeker in de winter. Bespreek dit met je huisarts.

6. Omega-3 vetzuren

Goed voor hart en hersenen.

Plantaardige bronnen zijn lijnzaad, chiazaad, walnoten en koolzaadolie. Er bestaan ook vegan omega-3-supplementen op basis van algen.

7. Jodium

Nodig voor een goede werking van je schildklier.

Komt vooral voor in vis en zuivel, maar ook in gejodeerd zout. Let dus op met zoutloze producten of onbewerkte voeding. Zeewier bevat veel jodium, maar ook té veel kan schadelijk zijn. Gebruik met mate.

Vleesvervangers: kies bewust

Niet elke vleesvervanger is automatisch gezond. Sommige zijn sterk bewerkt, bevatten veel zout of te weinig eiwitten.

Goede keuzes zijn: tofu, tempeh, seitan, peulvruchten, eieren (voor vegetariërs), en verrijkte vleesvervangers met voldoende eiwit en B12.

Tip: ga stap voor stap

Je hoeft niet alles ineens om te gooien. Begin bijvoorbeeld met:

  • 1 of 2 vegetarische dagen per week
  • Vlees vervangen door peulvruchten in je favoriete gerechten
  • Plantaardige alternatieven proberen (bv. soja- of haveryoghurt, notendrink, linzenpasta)

Tot slot: laat je begeleiden

Twijfel je of je alles binnenkrijgt? Vraag advies aan een diëtist met ervaring in plantaardige voeding. Zeker voor kinderen, zwangere vrouwen en ouderen is goede opvolging belangrijk.

Alcohol: weet wat je drinkt

Een glaasje wijn bij het eten, een pintje op café, een aperitiefje op een feestje… Alcohol maakt deel uit van onze cultuur. Toch is het goed om stil te staan bij wat alcohol precies met je lichaam doet, en waar de risico’s liggen, ook als je ‘gewoon matig’ drinkt.

Wat gebeurt er in je lichaam als je alcohol drinkt?

Alcohol is een psychoactieve stof: het verandert hoe je je voelt en hoe je lichaam functioneert. Al vanaf het eerste glas beïnvloedt alcohol je hersenen, je concentratie, je coördinatie, je beoordelingsvermogen en je stemming. Het verstoort ook je slaapkwaliteit en je spijsvertering, zelfs als je denkt goed te slapen na een paar glaasjes.

De risico’s van alcohol

  • Leveraantasting: je lever heeft tijd nodig om alcohol af te breken. Regelmatig drinken verhoogt de kans op leververvetting, ontsteking en uiteindelijk levercirrose.
  • Verhoogd risico op bepaalde kankers, zoals mond-, keel-, slokdarm-, borst- en darmkanker.
  • Hoge bloeddruk en hartritmestoornissen
  • Psychische klachten: angst, depressie, slaapproblemen
  • Verslavingsgevaar: alcohol kan sluipend een gewoonte worden waar je moeilijk vanaf raakt

Hoeveel is "matig" drinken?

Volgens de Gezondheidsraad is het beste advies: liever geen alcohol, maar als je toch drinkt, dan maximum:

  • 10 standaardglazen per week
  • én niet meer dan 2 glazen per dag
  • én minstens twee alcoholvrije dagen per week

Eén standaardglas = 10 gram pure alcohol

Bijvoorbeeld:

  • 1 glas bier van 25 cl (5% alcohol)
  • 1 glas wijn van 10 cl (12% alcohol)
  • 1 aperitief van 7 cl (15% alcohol)
  • 1 sterke drank van 3,5 cl (35% alcohol)

Let op: een groot glas wijn of een pint van 50 cl telt dus meer dan één standaardglas.

Wanneer drink je best helemaal geen alcohol?

  • Als je zwanger bent of wil worden
  • Als je moet autorijden of machines bedienen
  • Bij gebruik van bepaalde medicatie
  • Als je slaapproblemen, angst of depressieve gevoelens hebt
  • Als je minderjarig bent: het lichaam is nog in volle ontwikkeling
  • Als er sprake is van verslavingsgevoeligheid (bij jezelf of in je familie)

Tips om bewuster met alcohol om te gaan

  • Stel jezelf de vraag: "Waarom drink ik?" (gewoonte, gezelligheid, ontspanning, stress…?)
  • Drink niet automatisch bij elke gelegenheid
  • Zet eens een periode zonder alcohol in, zoals Tournée Minérale of een alcoholvrije maand
  • Probeer lekkere alcoholvrije alternatieven, zoals mocktails, bruiswater met limoen, 0%-bier of thee met verse kruiden
  • Spreek met jezelf een weeklimiet af en houd bij wat je drinkt
  • Drink langzaam en eet erbij: dat vertraagt de opname van alcohol

Onthoud: Je hoeft niet te stoppen om toch bewust om te gaan met alcohol.

Door af en toe stil te staan bij je gewoontes, neem je de regie over je gezondheid in eigen handen. Je voelt je fitter, slaapt beter, hebt meer energie… én je lichaam zal je dankbaar zijn.

Zit je met vragen of maak je je zorgen over je alcoholgebruik? Praat er gerust over met je huisarts of een hulpverlener. Je staat er niet alleen voor.

Bewegen is leven, elke stap telt

Je hoeft geen sportfanaat te zijn om gezond te blijven. Integendeel: elke beweging telt. Bewegen hoeft niet intensief, moeilijk of vermoeiend te zijn om een positief effect te hebben op je gezondheid. Kleine inspanningen, verspreid over de dag, maken al een groot verschil.

Waarom is bewegen zo belangrijk?

  • bewegen houdt je hart en bloedvaten gezond
  • het versterkt je botten en spieren
  • het verbetert je immuunsysteem
  • bewegen helpt bij het behouden van een gezond gewicht
  • het heeft een gunstige invloed op je stemming en mentale veerkracht
  • bewegen vermindert de kans op chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hoge bloeddruk, sommige kankers en depressie

Iedereen kan gezondheidswinst ervaren door regelmatig licht te bewegen.

Hoeveel moet je bewegen?

Volgens de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad:

  • Volwassenen bewegen best minstens 150 minuten per week aan matige intensiteit (zoals stevig wandelen, fietsen, tuinieren…)
  • Dit kan bijvoorbeeld door 5 keer per week 30 minuten actief te zijn
  • Extra beweging levert nog meer gezondheidsvoordeel op
  • Beperk langdurig stilzitten: probeer elk half uur even recht te staan of te stappen

Wat telt als beweging?

Meer dan je denkt! Beweging hoeft niet per se een geplande sportactiviteit te zijn. Alles wat je lichaam in beweging brengt, telt:

  • Trap nemen in plaats van de lift
  • Te voet of met de fiets naar de winkel of school
  • Tuinieren, ramen lappen of stofzuigen
  • Dansen in de woonkamer, een blokje om met de hond, een wandeling met een buur
  • Spelen met (klein)kinderen, hinkelen, touwspringen
  • Een wandeling maken tijdens een telefoongesprek
  • Een lunchpauze buiten gebruiken om even te bewegen

Beweging als medicijn

Voor wie zich mentaal minder goed voelt, met stress of somberheid kampt, kan beweging een krachtige hulpbron zijn. Tijdens het bewegen maakt je lichaam endorfines en serotonine aan (stoffen die zorgen voor een gevoel van rust, geluk en voldoening). Je hoeft er geen marathon voor te lopen. Ook een rustige wandeling kan al wonderen doen voor je hoofd.

Maak het haalbaar en leuk

  • Kies een vorm van bewegen die bij jou past
  • Bouw geleidelijk op: 5 minuten per dag is beter dan niets
  • Zoek een beweegmaatje: samen wandelen, fietsen of dansen is leuker én motiverender
  • Luister naar muziek, een podcast of de vogels: zo wordt bewegen ontspanning
  • Zet kleine doelen: 1000 stappen extra per dag, of 1 halte eerder afstappen
  • Leg de lat realistisch: perfectie is niet nodig, ritme wel

Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Maar elke stap telt, letterlijk.

Maak van beweging een deel van je dagelijks leven. Niet omdat het moet, maar omdat het je zoveel geeft. Je lichaam en je hoofd zullen je dankbaar zijn.

Bekijk zeker ook eens de bewegingsdriehoek

Zit je met vragen of lukt bewegen moeilijk door pijn, vermoeidheid of een chronische aandoening? Bespreek het met je huisarts of kinesist. Er bestaan haalbare oplossingen voor elk lichaam en elke situatie.

Gezonde brooddoos voor kinderen

Een goedgevulde brooddoos is meer dan alleen eten. Het is een dagelijkse kans om je kind gezonde gewoontes aan te leren. Wat je meegeeft naar school bepaalt niet alleen hoeveel energie je kind heeft om te spelen en leren, maar ook hoe goed het zich kan concentreren en hoe het zich voelt doorheen de dag.

Maar wat hoort er nu eigenlijk in zo’n gezonde brooddoos? En hoe hou je het haalbaar én lekker?

De 3 bouwstenen van een gezonde brooddoos:

1. Basis: volkoren brood, wraps of granen

Kies bij voorkeur voor volkoren of meergranen brood: dit bevat meer vezels, vitaminen en mineralen dan wit brood. Ook volkoren wraps, pitabroodjes of koude granensalades (zoals couscous, bulgur, volkoren pasta of rijst) kunnen een prima basis vormen.

Tip: Snijd broodjes in hapklare stukjes of gebruik een leuke vormsteker om boterhammen aantrekkelijker te maken voor kleinere kinderen.

2. Beleg met voedingswaarde

Varieer tussen plantaardig en dierlijk beleg. Enkele gezonde opties:

  • Plantaardig: hummus, guacamole, notenpasta (zonder toegevoegde suikers), groentespreads, plakjes avocado, falafel
  • Dierlijk: kaas (niet te zout), gekookt ei, kipfilet, tonijn, mager vlees, restjes kip of omelet

Vermijd dagelijks bewerkte vleeswaren (zoals salami of paté). Kies die eerder als uitzondering.

3. Groenten en fruit: elke dag een portie

Geef elke dag groenten mee, bijvoorbeeld:

  • Schijfjes komkommer, kerstomaatjes, reepjes wortel, paprika, radijsjes, maïskolfjes...
  • Koude groentesoep in een thermos is ook een optie in de winter

Ook een stuk fruit (appel, banaan, peer, mandarijn...) of stukjes gemengd fruit in een potje maken het helemaal af.

Tip: Zorg dat alles gesneden is en makkelijk eetbaar — dat verhoogt de kans dat het ook écht wordt opgegeten.

Extra tips:

  • Drinkwater is de beste dorstlesser. Geef bij voorkeur een drinkfles met kraantjeswater mee.
  • Vermijd suikerrijke drankjes (fruitsap, limonade, chocomelk): deze leveren veel suiker en weinig voedingswaarde.
  • Vermijd ook koekjes, snoep of chocolade in de brooddoos. Bewaar die voor speciale gelegenheden.

Laat je kind mee kiezen

Betrek je kind bij het kiezen en klaarmaken van de brooddoos. Kinderen vinden het leuk om inspraak te hebben en zijn sneller geneigd om iets op te eten als ze het zelf mee hebben gekozen of klaargemaakt.

Voorbeeld van een gezonde brooddoos:

  • Volkoren boterhammen met hummus en plakjes komkommer
  • Rauwkost: wortelstaafjes en kerstomaten
  • Fruit: een gesneden appel met wat citroensap tegen het verkleuren
  • Drank: water in een hervulbare drinkfles

Een gezonde brooddoos hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met een beetje variatie en planning geef je je kind alles wat het nodig heeft om vol energie door de schooldag te gaan!

Ook de voedingsdriehoek kan je op weg helpen.

Wil je weten wat en hoeveel kinderen best eten?
Lees het op de website van Gezond Leven

Heb je vragen over gezonde voeding of zit je met twijfels over wat goed is voor jouw kind? Contacteer een diëtist.

Koorts bij kinderen: Wat is normaal? Wanneer moet je je zorgen maken?

Het is vaak even schrikken als je kindje gloeiend heet aanvoelt. Toch is koorts meestal een gezonde reactie van het lichaam op een infectie. Het is een teken dat het afweersysteem goed werkt. 

Maar hoe weet je wanneer het onschuldig is en wanneer je best hulp zoekt?

Wat is koorts?

We spreken van koorts bij kinderen als de lichaamstemperatuur 38°C of hoger is. Tussen 37,5°C en 38°C spreken we van verhoging.

Bij kinderen wordt koorts meestal veroorzaakt door onschuldige virale infecties zoals een verkoudheid of griep. De koorts gaat spontaan voorbij binnen enkele dagen.

Bij welke symptomen kan je rustig thuis afwachten?

  • Je kindje drinkt goed, plast regelmatig en blijft reageren zoals anders
  • Je kindje heeft wel koorts, maar is alert, speelt of lacht nog af en toe
  • De koorts duurt minder dan 3 dagen
  • Je kindje is ouder dan 3 maanden en verder gezond

Koorts moet niet altijd naar beneden gehaald worden. Enkel als je kind zich echt ziek voelt of pijn heeft, mag je iets geven zoals paracetamol. Let daarbij op de juiste dosis en toedieningsvorm (zetpil of siroop), afhankelijk van de leeftijd en het gewicht van je kindje.

Wanneer moet je wel contact opnemen met de arts?

Bel de huisarts of wachtpost in deze situaties:

  • Je baby is jonger dan 3 maanden en heeft koorts
  • De koorts bij je kindje duurt langer dan 3 dagen
  • Je kindje is slomer dan anders, moeilijk wakker te krijgen, of reageert niet goed
  • Je kindje weigert te drinken of plast duidelijk minder dan normaal
  • Je merkt snelle ademhaling of moeite met ademen
  • Er verschijnen vlekjes of paarse puntjes op de huid die niet verdwijnen als je erop duwt
  • Je kindje huilt ontroostbaar, of heeft een huil die anders klinkt dan normaal
  •  Er treden stuipen (koortsstuipen) op (dit ziet eruit als schokken of stijf worden van het lichaam)

Tips bij koorts

  • Zorg voor rust en laat je kindje uitzieken
  • Lichte kleding en een fris kamertje zijn beter dan inpakken onder dikke dekens
  • Drinken aanbieden is belangrijk: water, melk of (bij oudere kinderen) wat verdund fruitsap
  • Geef geen antibiotica tenzij voorgeschreven: koorts is meestal viraal en gaat vanzelf over

Tot slot

Koorts is op zich geen ziekte, maar een symptoom. Bij de meeste kinderen is het onschuldig en genezen ze vanzelf. Vertrouw op je buikgevoel: als je je zorgen maakt, twijfel dan niet om contact op te nemen met je huisarts. Ouders kennen hun kind het best.

Heb je vragen of twijfels? Contacteer je huisarts.

Burn-out: signalen en zelfzorg

Opgebrand zijn is geen zwakte, 
maar een alarmsignaal van je lichaam.

Burn-out is geen modewoord. Het is een reëel probleem dat ontstaat wanneer je lange tijd te veel hooi op je vork neemt en te weinig herstelt. Het kan iedereen overkomen: jong of oud, werkend of thuisblijvend, zorgend of zelfstandig. Het is belangrijk om de signalen te herkennen en op tijd in te grijpen.

Wat is een burn-out?

Een burn-out is een toestand van mentale, fysieke en emotionele uitputting. Je lichaam en geest kunnen het tempo niet meer volgen. Je loopt als het ware leeg. Waar je vroeger energie van kreeg, voelt nu als een zware opdracht. Vaak zijn er maanden, soms jaren van overbelasting aan voorafgegaan.

Mogelijke signalen van burn-out

De symptomen verschillen van persoon tot persoon, maar vaak zien we volgende signalen:

Lichamelijk

  • Constante vermoeidheid, zelfs na een goede nachtrust
  • Slaapproblemen
  • Hoofdpijn, spierpijn, maag- of darmklachten
  • Hartkloppingen, benauwdheid of druk op de borst
  • Verhoogde gevoeligheid voor prikkels (licht, geluid, drukte)

Emotioneel en mentaal

  • Gevoel van leegte of onverschilligheid
  • Prikkelbaarheid of huilbuien zonder duidelijke aanleiding
  • Angstgevoelens of paniek
  • Concentratie- of geheugenproblemen
  • Verminderde zelfwaardering of schuldgevoelens

Gedrag

  • Zich terugtrekken uit sociale contacten
  • Steeds meer fouten maken
  • Moeite om beslissingen te nemen
  • Minder initiatief nemen
  • Niet meer kunnen genieten van ontspanning of vrije tijd

Wat kan je zelf doen?

Burn-out vraagt om herstel, geen extra inspanning. Hieronder enkele eerste stappen die je zelf kan zetten:

1. Erken wat er is

Doe niet alsof alles wel meevalt. Herken en erken dat je over je grenzen bent gegaan. Dit is geen teken van zwakte, maar van menselijkheid.

2. Praat erover

Blijf er niet alleen mee zitten. Praat met iemand die je vertrouwt: je partner, een vriend(in), een collega of je huisarts. Alleen al uitspreken wat je voelt, kan opluchten.

3. Las pauzes in

Gun jezelf rustmomenten, zowel mentaal als fysiek. Dit wil niet zeggen dat je niets mag doen, maar wel dat je bewust tijd maakt voor herstel: een wandeling, een rustig boek, muziek, ademhalingsoefeningen, …

4. Stel grenzen

Leer om ‘nee’ te zeggen zonder schuldgevoel. Dat is niet egoïstisch, dat is zelfzorg. Luister naar je lichaam en geest: voel je dat iets te veel wordt, trek dan tijdig aan de rem.

5. Zoek professionele hulp

Burn-out gaat zelden vanzelf over. Wacht niet tot je helemaal blokkeert. Je huisarts is een goede eerste stap: die kan samen met jou de situatie inschatten en indien nodig een verwijzing geven naar een psycholoog, coach of andere zorgverlener.

Herstel vraagt tijd

Burn-out herstel je niet met een weekje vakantie of een goed gesprek. Het vraagt tijd, mildheid en stap voor stap leren anders om te gaan met jezelf en je omgeving. Maar herstel is mogelijk. En je hoeft het niet alleen te doen.

Zit je met vragen of herken je jezelf in bovenstaande signalen? Aarzel niet om contact op te nemen met je huisarts.

Bevolkingsonderzoeken in Vlaanderen

In Vlaanderen worden drie bevolkingsonderzoeken georganiseerd om bepaalde vormen van kanker vroegtijdig op te sporen:

  1. borstkanker
  2. dikkedarmkanker
  3. baarmoederhalskanker

Door deel te nemen aan deze onderzoeken kunnen kankers in een vroeg stadium opgespoord worden, nog vóór je klachten hebt. Dat verhoogt de kans op een succesvolle behandeling en verkleint de kans op ernstige gevolgen.

Bevolkingsonderzoek naar borstkanker

  • Voor vrouwen van 50 tot en met 69 jaar
  • Om de 2 jaar ontvang je automatisch een uitnodiging
  • Je kan terecht in een erkend mammografisch centrum voor een gratis mammografie

Een mammografie is een röntgenfoto van de borsten. Hiermee kunnen afwijkingen opgespoord worden die je zelf nog niet voelt. Vroeg opsporen betekent ook: minder ingrijpende behandelingen en meer kans op genezing.

Bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker

  • Voor vrouwen én mannen van 50 tot en met 74 jaar
  • Om de 2 jaar krijg je thuis een gratis stoelgangtest toegestuurd

Je stuurt het staal op naar het labo in de voorziene enveloppe. Als er bloed in de stoelgang wordt gevonden (dat je met het blote oog niet ziet), word je uitgenodigd voor verder onderzoek, meestal via een kijkonderzoek van de darmen (coloscopie). Ook hier geldt: hoe vroeger ontdekt, hoe beter behandelbaar.

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

  • Voor vrouwen van 25 tot en met 64 jaar
  • Je wordt om de 3 jaar uitgenodigd om een uitstrijkje te laten nemen bij je huisarts of gynaecoloog

Een uitstrijkje is een eenvoudig en pijnloos onderzoek waarbij cellen van de baarmoederhals worden afgenomen om na te gaan of er afwijkingen zijn. Baarmoederhalskanker ontstaat meestal door een langdurige besmetting met HPV. Vroege opsporing voorkomt in veel gevallen dat deze afwijkingen evolueren naar kanker.

Waarom deelnemen?

✔ De onderzoeken zijn gratis
✔ Je ontvangt automatisch een uitnodiging via de post
✔ Vroegtijdige opsporing redt levens
✔ De onderzoeken zijn eenvoudig, snel en betrouwbaar

Vragen of hulp nodig?

Heb je een uitnodiging gekregen maar twijfel je of je moet deelnemen? Of heb je geen brief ontvangen maar denk je dat je in aanmerking komt? Spreek erover tijdens je volgend doktersbezoek.

Meer info vind je ook op de officiële website:
www.bevolkingsonderzoek.be

HPV-vaccinatie (humaan papillomavirus)

HPV staat voor het humaan papillomavirus, een zeer besmettelijk virus dat bij zowel vrouwen als mannen verschillende vormen van kanker kan veroorzaken. De besmetting verloopt meestal via seksueel contact, maar het virus kan ook overgedragen worden via huid-op-huidcontact in de genitale zone. 

De meeste mensen merken hier niets van en genezen vanzelf, maar in sommige gevallen blijft het virus aanwezig in het lichaam en kan het op termijn aanleiding geven tot kanker.

Wat zijn de risico’s van HPV?

Het HPV-virus kan leiden tot:

  • Baarmoederhalskanker
  • Vagina-, schaamlip-, penis- en anuskanker
  • Keel- en mondkanker

Sommige types HPV veroorzaken ook genitale wratten, die erg besmettelijk maar gelukkig goedaardig zijn.

Wie komt in aanmerking voor het vaccin?

Het HPV-vaccin is het meest doeltreffend vóór het eerste seksueel contact, wanneer er nog geen besmetting is opgetreden. Daarom wordt het vaccin in Vlaanderen gratis aangeboden aan meisjes en jongens in het eerste jaar secundair onderwijs via het CLB. Wie deze vaccinatie gemist heeft, kan dit nog inhalen tot de leeftijd van 18 jaar – ook volledig terugbetaald.

HPV is geen "meisjesvirus". Jongens kunnen ook besmet raken, het virus overdragen én zelf ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen. Door ook jongens te vaccineren, zorgen we voor een betere groepsimmuniteit en minder verspreiding van het virus.

Voor volwassenen is vaccinatie ook mogelijk, al is het dan niet altijd meer volledig gratis. Hoe jonger je je laat vaccineren, hoe beter de bescherming.

Is het vaccin veilig?

Ja. Het HPV-vaccin wordt wereldwijd al jarenlang gebruikt en is uitgebreid getest. De bijwerkingen zijn doorgaans mild, zoals pijn of roodheid op de prikplaats of lichte koorts. De voordelen op lange termijn wegen ruimschoots op tegen de mogelijke ongemakken op korte termijn.

Heb je vragen over de HPV-vaccinatie of wil je weten of je nog in aanmerking komt? Neem dan gerust contact op met je huisarts.

Griepvaccin: voor wie, wanneer en waarom?

Elke herfst en winter krijgen duizenden mensen te maken met griep. Voor sommigen is het een paar dagen uitzieken, maar voor anderen kan griep leiden tot ernstige complicaties zoals longontsteking of ziekenhuisopname.

Gelukkig is er een veilig en doeltreffend vaccin dat je beschermt.

Voor wie is het griepvaccin aanbevolen?

De Hoge Gezondheidsraad beveelt het vaccin sterk aan voor:

65-plussers
Mensen met chronische aandoeningen
Zwangere vrouwen
Mensen met een verzwakt immuunsysteem
Gezondheidswerkers en zorgverleners
Mensen die samenleven met personen uit deze groepen

Werk je met kwetsbare personen of ben je zelf wat vatbaarder? Dan is vaccinatie een eenvoudige manier om jezelf én anderen te beschermen.

Wanneer laat je je best vaccineren?

Het griepvaccin is elk jaar beschikbaar vanaf half oktober.
De beste periode om je te laten vaccineren is tussen half oktober en eind november, zodat je voldoende antistoffen opbouwt voor het griepseizoen (december tot maart).

Let op: het vaccin werkt niet onmiddellijk, het lichaam heeft ongeveer 2 weken nodig om voldoende bescherming op te bouwen.

Waarom kiezen voor het vaccin?

  • Het vermindert je kans om griep te krijgen aanzienlijk
  • Als je toch ziek wordt, verloopt het meestal milder
  • Je helpt ook de verspreiding van het virus te beperken
  • Je beschermt mensen in je omgeving die extra kwetsbaar zijn

Eenzaamheid en sociaal isolement


Eenzaamheid voelt vaak als stilte die niemand hoort. Je kan je eenzaam voelen in een volle kamer, op je werk, of zelfs binnen je eigen gezin. Het gaat niet alleen om ‘alleen zijn’, maar vooral om een gemis aan echte verbinding, met anderen of met jezelf.

Soms sluipt het erin: je wereld wordt kleiner na een verlies, door ziekte, pensionering, verhuis of veranderingen in je leven. En voor je het weet voel je je onzichtbaar of buitengesloten.

Eenzaamheid kan iedereen overkomen, maar sommige mensen lopen net iets meer kans:

  • wie een partner of dierbare verloren heeft

  • mensen met een beperking of chronische aandoening

  • ouderen die minder mobiel worden

  • jongeren die zich ‘anders’ voelen of geen aansluiting vinden

  • mantelzorgers die er vaak alleen voor staan

  • nieuwkomers of mensen die recent verhuisd zijn

Hoe herken je eenzaamheid?

  • Je mist échte gesprekken of iemand die écht naar je luistert
  • Je voelt je leeg, verdrietig of afgesneden van anderen
  • Je hebt het gevoel dat niemand jou echt begrijpt
  • Je trekt je terug, ook al verlang je naar contact
  • Je voelt dat het leven 'aan je voorbijgaat' zonder echt deel te nemen

Sociaal isolement is niet je eigen schuld

Eenzaamheid is geen teken van zwakte en het zegt niks over jouw waarde als mens. Het is een menselijke ervaring, iets waar velen ooit mee te maken krijgen, maar waar vaak niet over gepraat wordt. Durf het wél benoemen, en weet: je bent niet alleen. 

Wat kan helpen?

Breek de stilte. Alleen al zeggen dat je je eenzaam voelt, kan ruimte geven. Praat erover met iemand die je vertrouwt, een vriend(in), familielid, huisarts of hulpverlener.

Zoek kleine vormen van verbinding. Een kort praatje aan de kassa. Een glimlach van een voorbijganger. Een gedeeld kopje koffie. Ook de kleinste contacten kunnen een verschil maken.

Verken nieuwe ontmoetingsplekken. Denk aan een praatgroep, buurtinitiatief, vrijwilligerswerk of een activiteit waar je mensen ontmoet. Ook in onze praktijk zijn er laagdrempelige momenten, zoals het Positief Praatcafé, waar je welkom bent zoals je bent.

Verbind je opnieuw met jezelf. Schrijf, wandel, adem, voel. Contact met anderen begint vaak met eerst weer thuiskomen bij jezelf.

Zorg voor structuur. Een dagelijkse wandeling, een wekelijkse hobby of zelfs een belmoment met iemand kan zorgen voor ritme en verbinding.

Je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Soms is de eerste stap simpelweg: durven voelen wat er is, en jezelf de kans geven om opnieuw verbinding te maken, stap voor stap.

Stress en spanning: hoe ermee omgaan?

Stress is niet je vijand

Integendeel: het is een natuurlijk overlevingsmechanisme dat je lichaam helpt scherp te reageren in spannende situaties. Denk aan: op tijd remmen in het verkeer, reageren bij gevaar of je concentreren voor een belangrijke presentatie. Stress zet je in beweging en geeft focus.

Maar wat als je lichaam voortdurend ‘aan’ blijft staan?

Dan wordt stress ongezond. Langdurige spanning zonder herstelmomenten kan leiden tot vermoeidheid, prikkelbaarheid, fysieke klachten of zelfs burn-out.

Hoe herken je langdurige spanning?

  • Je blijft maar piekeren of hebt moeite om te ontspannen
  • Je slaapt slecht of wordt niet uitgerust wakker
  • Je voelt je overprikkeld, snel geïrriteerd of emotioneel
  • Je ervaart spanning in je lijf: gespannen schouders, kaken, maagklachten...

Hoe kan je er gezond mee omgaan?

  • Activeer je ‘rustknop’ met ademhaling. Een paar minuten bewust ademen, met aandacht voor je buik, helpt je zenuwstelsel van ‘actie’ naar ‘herstel’ schakelen.
  • Beweeg je spanning los. Wandelen, fietsen, stretchen of dansen: beweging helpt je lijf om opgebouwde stresshormonen af te voeren.
  • Luister naar je grenzen. Je hoeft niet altijd ‘ja’ te zeggen. Nee zeggen is zelfzorg, geen egoïsme.
  • Plan micro-pauzes in je dag. Even naar buiten kijken, diep ademhalen, bewust een kop thee drinken zonder scherm – kleine rustmomenten maken een groot verschil.
  • Zoek verbinding. Deel je zorgen met iemand die echt luistert. In contact komen met anderen helpt je om spanning te reguleren.

Stress hoeft je leven niet te beheersen. Het is geen kwestie van stress vermijden, maar van leren schakelen tussen actie en herstel. Wie goed leert omgaan met spanning, versterkt net zijn veerkracht.

Kijk uit voor tijgermuggen

De tijgermug is een kleine, zwart-witte mug met opvallende strepen op haar poten en lichaam. Ze komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar duikt nu ook steeds vaker op in België, vooral tijdens de warmere maanden. Deze mug is niet alleen vervelend, maar kan ook ziektes overdragen zoals dengue, chikungunya of zika.

Hoe herken je de tijgermug?

  • Klein (5 tot 10 mm)
  • Zwarte kleur met witte strepen
  • Actief overdag, vooral bij zonsopgang en zonsondergang
  • Steekt vaak meerdere keren na elkaar

Voorkom dat ze zich voortplant!

De tijgermug legt haar eitjes in stilstaand water. Help mee om haar voortplanting te stoppen:

  • Leeg regelmatig emmers, bloempotschotels en gieters
  • Dek regentonnen goed af met muggengaas
  • Maak verstopte dakgoten schoon
  • Ververs het water in drinkbakjes van dieren dagelijks
  • Gooi weg wat je niet gebruikt en waarin water kan blijven staan

Heb je een tijgermug gezien?

Maak een foto en meld je waarneming via www.muggensurveillance.be. Elke melding helpt bij de bestrijding!

Gestoken door een tijgermug?

Een steek voelt meestal aan zoals die van een gewone mug: jeukend en licht gezwollen. Reinig de plek met water en zeep en vermijd krabben.

Heb je last van koorts, spierpijn of huiduitslag in de dagen erna? Contacteer dan zeker je huisarts en vermeld dat je mogelijk door een tijgermug gestoken bent.



Maag- en darmgezondheid

Een gezond spijsverteringsstelsel hangt van meer af dan enkel je voeding. Ook slaap, stress, beweging, je mentale gezondheid, medicatiegebruik, en vooral je microbioom beïnvloeden je maag- en darmgezondheid. Al deze factoren verdienen dus de nodige aandacht.


De vijf basistips voor een gezonde spijsvertering:

  • Eet voldoende vezels en drink minstens 1,5 liter water per dag
  • Beweeg regelmatig doorheen de dag
  • Neem de tijd om rustig te eten en goed te kauwen
  • Ga bij elke aandrang naar het toilet
  • Bouw een goede maaltijdstructuur op en eet jezelf niet overvol

Het belang van voedingsvezels

Voedingsvezels zijn kleine deeltjes uit de celwand van planten. Ze worden niet verteerd in de dunne darm, maar komen onverteerd terecht in de dikke darm. Daar voeden ze je microbioom – dat zijn alle bacteriën, virussen, gisten en schimmels die in je darmen leven. Een gezond microbioom houdt je darmwand gezond, ondersteunt je immuunsysteem en maakt je minder vatbaar voor ziektes.

Voedingsvezels trekken bovendien vocht aan, wat bijdraagt aan een zachte, regelmatige stoelgang. Vet- en suikerrijke voeding heeft net het omgekeerde effect en voedt vooral de ‘slechte’ bacteriën.

Omdat vezels plantaardig zijn, vind je ze vooral in:

  • Volkoren granen
  • Groenten
  • Fruit
  • Peulvruchten

De aanbeveling is om dagelijks minstens 30 gram vezels te eten. De meeste mensen halen dat niet.

Hoe eet je meer vezels?

Eet volkoren producten.
Vervang witbrood door volkorenbrood, witte rijst door zilvervliesrijst, witte pasta door volkorenpasta. Doe dit geleidelijk als je darmen nog niet gewend zijn aan vezelrijke voeding.

Eet meer groenten.
Streef naar 300 gram groenten per dag. Eet groenten niet alleen tijdens de warme maaltijd, maar ook bij de lunch of als tussendoortje. Denk aan rauwkost, zelfgemaakte groentesoep of een frisse salade.

Werk je maaltijden af met fruit of noten.
Eén à twee stukken fruit en een handje ongezouten noten per dag zijn ideaal. Noten leveren bovendien gezonde vetten.

Eet wekelijks peulvruchten.
Peulvruchten zoals linzen, kikkererwten of bonen zijn rijk aan vezels én plantaardige eiwitten. Gebruik ze in soep, hummus, burgers of stoofpotjes.

Drink voldoende water!
Vezels hebben vocht nodig om hun werk te doen. Wie veel vezels eet maar te weinig drinkt, riskeert net constipatie in plaats van verlichting.

Een gezonde levensstijl is ALLES

Niet alleen voeding, maar je hele levensstijl beïnvloedt je darmgezondheid. Denk aan:

Afwisselend eten
Leuk bewegen
Lief zijn voor jezelf
Emoties kunnen hanteren
Slapen

Bij afwisselend eten denken we vaak aan wat er op ons bord ligt, maar het gaat ook over hoe we eten. De vier eetcompetenties helpen hierbij: Geregeld, Genoeg, Genieten en Gevarieerd.

Eet regelmatig (minstens 3 maaltijden per dag), eet met aandacht, luister naar je honger- en verzadigingsgevoel, eet gevarieerd en neem de tijd om goed te kauwen.

Beweging ondersteunt de doorbloeding van je darmen en helpt je spijsvertering op gang. Kies een vorm van beweging die past bij jouw lichaam en grenzen. Afzien is niet nodig: bewegen mag gerust aangenaam zijn!

Wees lief voor jezelf. Laat emoties niet de bovenhand nemen. Je hoeft je niet altijd ‘happy’ te voelen. Emoties tonen wat belangrijk is. Leer gezonde manieren om ermee om te gaan: praten, creativiteit, ontspanning, of gewoon even tijd voor jezelf.

Slaap en rust zijn essentieel. Je spijsvertering heeft ook herstelmomenten nodig. Slaap voldoende (tussen 7 en 9 uur per nacht) en las regelmatig pauzes in.

Enkele mythes ontkracht:

“Van brood, aardappelen en pasta word je dik.”
Niet waar. Koolhydraten leveren vezels en energie. Je wordt pas dik als je meer eet dan je verbruikt. Kies voor volkoren varianten en eet met mate.

“Hoe donkerder het brood, hoe gezonder.”
Niet correct. Donker brood kan gekleurd zijn met moutmeel. Kijk naar de gebruikte meelsoort: volkorenmeel bevat de meeste vezels. Volkoren brood is dus gezonder dan bruin of wit brood.

“Je moet af en toe je lichaam detoxen.”
Onzin. Je lichaam ontgift zichzelf via lever en nieren. Supplementen of ‘detoxkuren’ zijn niet nodig.

“Bananen veroorzaken constipatie.”
Integendeel. Bananen bevatten oplosbare vezels die constipatie net tegengaan.

“Cola of appelsap helpen bij diarree.”
Niet doen. Deze suikerrijke dranken kunnen diarree net verergeren. Gebruik liever ORS (oral rehydration solution). Die bevat de juiste verhouding aan suiker en zouten om uitdroging te voorkomen.

Zit je met vragen?

Heb je maag- of darmklachten zoals een opgeblazen gevoel, constipatie of prikkelbare darm (PDS)? Of heb je een specifieke aandoening zoals lactose-intolerantie, glutenintolerantie of de ziekte van Crohn?

Aarzel dan niet om contact op te nemen met een diëtist. 

Urineweginfecties bij vrouwen

Een branderig gevoel bij het plassen, vaak kleine beetjes moeten plassen of pijn in de onderbuik? Dan is de kans groot dat je te maken hebt met een urineweginfectie of een blaasontsteking. Vooral vrouwen krijgen er vaker mee te maken, omdat de urinebuis korter is dan bij mannen, waardoor bacteriën makkelijker de blaas bereiken.

Typische klachten

  • Pijn of branderig gevoel bij het plassen
  • Vaak kleine beetjes moeten plassen
  • Drang om te plassen, ook als er weinig of niets komt
  • Pijn in de onderbuik of een zeurderig gevoel
  • Soms troebele, sterk ruikende of bloederige urine
  • Bij een nierbekkenontsteking: koorts, rugpijn, misselijkheid of algemeen ziek gevoel

Wat kan je zelf doen?

Bij milde klachten kan je soms zonder antibiotica herstellen. Probeer dit:

  • Drink voldoende water (minstens 1,5 liter per dag), zodat je de blaas goed spoelt
  • Ga meteen plassen als je moet, stel het niet uit
  • Plas na het vrijen om bacteriën uit de urinebuis te verwijderen
  • Verzorg je intieme hygiëne goed, maar gebruik geen agressieve zepen
  • Draag bij voorkeur katoenen ondergoed en vermijd synthetische, strakke kledij

Wanneer moet je naar de huisarts?

Neem contact op als je:

  • klachten hebt die langer dan 2 dagen aanhouden
  • koorts, flankpijn of misselijkheid krijgt (mogelijke nierbekkenontsteking)
  • zwanger bent en blaasklachten hebt
  • vaker dan 3 keer per jaar een urineweginfectie hebt
  • bloed in de urine hebt
  • diabetes of een verminderde weerstand hebt

In sommige gevallen is een urineonderzoek of een antibioticakuur nodig.

Terugkerende blaasontsteking?

Als je regelmatig last hebt van urineweginfecties, dan bekijken we samen of preventieve maatregelen, leefstijlaanpassingen of medicatie kunnen helpen. Aarzel dus niet om dit te bespreken met je huisarts.

Pijnstillers: wat, wanneer en hoe?

Pijnstillers kunnen helpen bij allerlei kwaaltjes: hoofdpijn, spierpijn, koorts, tandpijn, menstruatieklachten, rugpijn... Maar niet elke pijnstiller is geschikt voor elke soort pijn. En langdurig of verkeerd gebruik kan schadelijk zijn voor je gezondheid.

Welke pijnstillers bestaan er?

De meest gebruikte pijnstillers zijn:

Paracetamol (bv. Dafalgan, Perdolan)

  • Eerste keuze bij pijn en koorts
  • Veilig bij correct gebruik
  • Weinig bijwerkingen
  • Kan gerust enkele dagen genomen worden volgens de juiste dosis

Tip: neem paracetamol op vaste tijdstippen als je echt pijn hebt, niet pas als het ondraaglijk wordt.

NSAID's zoals ibuprofen (Nurofen), naproxen (Aleve), diclofenac (Voltaren)

  • Werken ook ontstekingsremmend
  • Goed bij spier- en gewrichtspijn, menstruatiepijn, tandpijn
  • Mogen niet te lang of op lege maag gebruikt worden
  • Kunnen maagklachten, darmproblemen, hoge bloeddruk of nierschade veroorzaken
  • Niet geschikt voor mensen met maagzweren, hartproblemen, hoge bloeddruk, nierproblemen of zwangere vrouwen

Gebruik NSAID’s enkel als paracetamol onvoldoende werkt, en het liefst in overleg met je arts.

Combinaties van pijnstillers

Soms worden pijnstillers gecombineerd met andere stoffen, zoals cafeïne of codeïne.
Wees daar voorzichtig mee — sommige zijn verslavend of maken je suf.

Neem nooit zomaar verschillende pijnstillers tegelijk, tenzij je arts dat aangeraden heeft.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met je huisarts als:

  • de pijn langer dan een paar dagen aanhoudt
  • je elke dag pijnstillers nodig hebt om te kunnen functioneren
  • je nieuwe of onverklaarbare pijn hebt
  • je koorts hebt die blijft aanhouden
  • je bijkomende klachten hebt zoals misselijkheid, sufheid of ademhalingsproblemen

Pijnstillers kunnen helpen, maar zijn geen oplossing op lange termijn. Gebruik ze met gezond verstand en vraag gerust uitleg aan je arts of apotheker.

Schildklierproblemen

De schildklier is een klein, vlindervormig orgaan in je hals, net onder het strottenhoofd. Ze maakt hormonen aan die je stofwisseling, energie, hartslag en temperatuur regelen. Als de schildklier te traag of te snel werkt, kan je daar klachten van ondervinden.

Wat als je schildklier te traag werkt? (hypothyreoïdie)

Bij een traag werkende schildklier maakt je lichaam te weinig schildklierhormoon aan. Je stofwisseling vertraagt, waardoor je je vaak futloos voelt.

Mogelijke klachten:

  • Vermoeidheid
  • Kouwelijkheid
  • Gewichtstoename zonder meer te eten
  • Droge huid of broos haar
  • Obstipatie (trage stoelgang)
  • Somberheid of neerslachtigheid
  • Trage hartslag
  • Menstruatiestoornissen

Een traag werkende schildklier komt vaker voor bij vrouwen, vooral op middelbare of oudere leeftijd. Het kan ook optreden na een zwangerschap of bij auto-immuunziekten zoals Hashimoto.

Wat als je schildklier te snel werkt? (hyperthyreoïdie)

Bij een snel werkende schildklier maakt je lichaam te veel schildklierhormoon aan. Je stofwisseling versnelt, waardoor je je opgejaagd of nerveus kan voelen.

Mogelijke klachten:

  • Onrust, nervositeit of prikkelbaarheid
  • Gewichtsverlies zonder dieet
  • Snelle hartslag of hartkloppingen
  • Zweten en warmte-intolerantie
  • Trillende handen
  • Diarree of vaker naar het toilet moeten
  • Moeilijk slapen
  • Menstruatie wordt lichter of valt weg

Een snel werkende schildklier kan onder meer veroorzaakt worden door de ziekte van Graves (auto-immuun) of een tijdelijke ontsteking van de schildklier.

Wanneer ga je best naar de huisarts?

Neem contact op met je huisarts als je bovenstaande klachten herkent en:

  • ze aanhouden of verergeren
  • je je zonder duidelijke reden moe, opgejaagd of anders voelt dan normaal
  • je merkt dat je hartslag ongewoon traag of snel is
  • je merkt dat je gewicht verandert zonder duidelijke oorzaak

Een eenvoudige bloedafname volstaat meestal om je schildklierwerking te onderzoeken.

Schildklierproblemen zijn goed te behandelen, vaak met medicatie die de werking van je schildklier corrigeert. Blijf dus niet met twijfels rondlopen.

Reflux en maagklachten

Brandend maagzuur, een zure oprisping, een drukkend gevoel achter het borstbeen of een opgeblazen gevoel... Maagklachten komen vaak voor en zijn meestal onschuldig. Toch kunnen ze vervelend zijn en je dagelijks leven beïnvloeden.

Een veelvoorkomende oorzaak is reflux: hierbij stroomt er maagzuur terug naar de slokdarm. Dat kan voor een branderig of zuur gevoel zorgen, zeker na het eten of bij liggen.

Mogelijke klachten bij reflux of maaglast

  • Brandend gevoel achter het borstbeen (brandend maagzuur)
  • Zure oprispingen
  • Opgeblazen gevoel, vooral na het eten
  • Misselijkheid of lichte pijn in de bovenbuik
  • Soms hoest, keelpijn of heesheid (vooral ’s nachts)

Wat kan je zelf doen?

Met een paar eenvoudige aanpassingen kan je vaak al veel verbeteren:

  • Eet kleinere porties, verspreid over de dag
  • Vermijd zware of vette maaltijden, vooral ’s avonds
  • Ga niet meteen liggen na het eten (wacht minstens 2 uur)
  • Verhoog het hoofdeinde van je bed als je ’s nachts last hebt
  • Vermijd voedingsmiddelen die vaak klachten uitlokken zoals koffie, alcohol, frisdrankn chocolade, pittig gekruid eten, tomaten en citrusvruchten
  • Stop met roken
  • Probeer stress te verminderen, ook dat kan de klachten beïnvloeden

Wanneer contact opnemen met de huisarts?

In de meeste gevallen is reflux vervelend, maar onschuldig. Toch neem je best contact op met je huisarts als:

  • je klachten regelmatig terugkomen of verergeren
  • je nachtelijke klachten hebt of vaak wakker wordt van het zuur
  • je moeite hebt met slikken
  • je gewichtsverlies opmerkt zonder verklaring
  • je merkt dat er bloed in je stoelgang of braaksel zit
  • je langdurig maagzuurremmers gebruikt, zonder opvolging

De huisarts bekijkt samen met jou of er bijkomende onderzoeken nodig zijn, en of medicatie kan helpen.

Obesitas

Obesitas of zwaarlijvigheid is een chronische vorm van overgewicht en ontstaat nooit door één oorzaak. Het is het resultaat van verschillende factoren die samenkomen. Je omgeving, je gewoontes, stress, slaap, emoties, hormonale veranderingen en beweging spelen allemaal een rol. Daarom werkt een snelle oplossing zelden op lange termijn. Wat wél helpt, is een aanpak die vertrekt vanuit de mens als geheel. 

Als je zwaarlijvig bent, wordt er te veel vet opgeslagen in je lichaam. Dit kan op termijn leiden tot allerlei gezondheidsproblemen, zoals:

  • Hoge bloeddruk
  • Hart- en vaatziekten
  • Type 2 diabetes (suikerziekte)
  • Longproblemen en kortademigheid
  • Spijsverteringsklachten
  • Verhoogd cholesterolgehalte
  • Slaapproblemen (zoals vermoeidheid, snurken en slaapapneu)
  • Klachten en snellere slijtage van spieren en gewrichten
  • Leververvetting
  • Verhoogd risico op bepaalde vormen van kanker (zoals borst-, baarmoeder-, darm- en prostaatkanker)
  • Moeilijker zwanger worden
  • Een lager zelfbeeld, sociaal isolement, depressie en minderwaardigheidsgevoelens

Hoe pak je een overgewicht aan?

Probeer niet alles in één keer te veranderen, dat werkt niet. Duurzame verandering begint klein. Start met:

  • Regelmatig en evenwichtig eten: gezonde voeding en kleinere porties
  • Bewust leren luisteren naar je honger- en verzadigingsgevoel
  • Meer dagelijkse beweging op een haalbare manier
  • Werken aan stressverlaging
  • Voldoende slaap en rust
  • Mild leren kijken naar jezelf


Hoe wordt obesitas bepaald?

Overgewicht en obesitas worden meestal gemeten aan de hand van de Body Mass Index (BMI). Dit is een getal dat aangeeft of je gewicht in verhouding tot je lengte gezond is.

De BMI wordt berekend door je gewicht (in kilogram) te delen door het kwadraat van je lengte (in meters). Het resultaat wordt uitgedrukt in kg/m².

  • BMI tussen 25 en 30 kg/m²: overgewicht
  • BMI vanaf 30 kg/m²: obesitas

Bereken je BMI hier

An apple a day keeps the doctor away

Appels zijn niet alleen lekker en verfrissend, ze zijn ook bijzonder gezond. Eén gemiddelde appel bevat ongeveer 3 gram vezels, goed voor zo’n 10% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Daarnaast telt een appel slechts 60 calorieën, waardoor het een ideaal tussendoortje is.

Wat maakt een appel zo gezond?

Rijk aan voedingsstoffen

Een appel levert veel voedingsstoffen in verhouding tot het lage aantal calorieën. Ze bevatten onder andere:

  • Vezels (oplosbaar en onoplosbaar), goed voor je spijsvertering en voor het verlagen van het LDL-cholesterol (het ‘slechte’ cholesterol dat kan leiden tot hart- en vaatziekten).
  • Vitamine C, belangrijk voor je weerstand.
  • Kalium, dat bijdraagt aan een gezonde bloeddruk.
  • Antioxidanten en polyfenolen, die helpen bij het beschermen van je cellen tegen veroudering en ontstekingen.

Ondersteuning van je lever

Appels bevatten pectine, een oplosbare vezel die helpt om afvalstoffen, zoals zware metalen (bijvoorbeeld lood en kwik), uit je lichaam te verwijderen. Dit ondersteunt de reinigende werking van je lever. Pectine zit vooral in de schil, dus eet je appel het liefst met schil (maar was hem wel goed).

Goed voor je geheugen en gewrichten

De antioxidanten en polyfenolen in appels helpen je lichaam soepel te houden en beschermen ook het geheugen tegen achteruitgang.

Helpt bij een gezond gewicht

Door hun vezels geven appels een verzadigd gevoel, waardoor je minder snel naar andere snacks grijpt. Zo kunnen ze helpen bij het behouden of bereiken van een gezond gewicht.

Kleine oppepper bij het sporten

Appels bevatten quercetine, een antioxidant die je uithoudingsvermogen een lichte boost kan geven.

Je weerstand versterken

Dankzij vitamine C draagt een appel ook bij aan een goede weerstand. Dit kan ervoor zorgen dat je sneller herstelt van ziekte en minder snel blauwe plekken krijgt.

Tip: De meeste vitamines en andere voedingsstoffen zitten in of net onder de schil. Was een appel daarom goed, maar eet hem mét schil.

Smakelijk!

Verkoudheid of griep: wanneer naar de dokter?

Heb je last van een lopende neus, een verstopte neus, keelpijn, niezen of spierpijn? Dan heb je wellicht een verkoudheid of griep te pakken. Beide worden veroorzaakt door virussen en zijn dus besmettelijk. Toch zijn het twee verschillende aandoeningen, met een ander verloop en andere klachten.

Wat is het verschil tussen verkoudheid en griep?

Verkoudheid

  • Komt vaak voor, vooral in herfst en winter
  • begint meestal geleidelijk
  • Mild verloop, je voelt je meestal nog redelijk oké en kan blijven functioneren
  • Symptomen: keelpijn, lopende of verstopte neus, niezen, lichte hoest, soms lichte koorts
  • Duurt gemiddeld 5 tot 10 dagen

Griep (influenza)

  • Begint vaak plots, met een ziek gevoel en koorts
  • Symptomen: hoge koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, droge hoest, vermoeidheid 
  • Je voelt je doorgaans duidelijk ziek en moe
  • Duurt gemiddeld 7 tot 10 dagen, maar de vermoeidheid kan langer blijven aanslepen

Griep komt vaker voor in het najaar en de winter en leidt sneller tot complicaties, zeker bij kwetsbare groepen.

Wat kan je zelf doen?

Rust nemen
Voldoende drinken (water, thee, verse soep)
Gebruik eventueel paracetamol bij koorts, spierpijn of hoofdpijn
Ventileer goed en zorg voor frisse lucht in huis
Hoest en nies in je elleboog en was je handen regelmatig

Antibiotica helpen niet tegen virussen. Dus ook niet tegen verkoudheid of griep. De meeste klachten gaan vanzelf weer over met voldoende rust en zorg.

Wanneer neem je best contact op met je huisarts?

  • Als je hoge koorts hebt die langer dan 3 dagen aanhoudt
  • Als je kortademig bent, pijn op de borst hebt of moeite hebt met ademen
  • Bij hevige pijn op de borst of een versnelde hartslag
  • Als je plots suf of verward bent of nauwelijks kan eten of drinken 
  • Bij aanhoudend braken of ernstige diarree
  • Als je je na een paar dagen opnieuw slechter voelt (na eerst wat beterschap)
  • Als je een chronische aandoening hebt (zoals astma, hartproblemen of diabetes)

  • Als je ouder bent dan 65 jaar, of zwanger bent

Bij kinderen:

  • Als ze hoge koorts hebben en suf zijn, moeilijk drinken of ademhalen
  • Als ze jonger zijn dan 3 maanden en koorts krijgen
  • Als je je onzeker voelt als ouder, beter een keer te veel dan te weinig bellen

Verkoudheid en griep zijn meestal onschuldig, maar kunnen bij kwetsbare mensen ernstiger verlopen.
Twijfel je? Bel dan gerust je huisarts. We bekijken samen of een consult nodig is.

Wat is diabetes?

Diabetes is een ander woord voor suikerziekte. De bekendste zijn type 1 en type 2. Die lijken op elkaar, maar zijn heel verschillend van aard.

Als je gezond bent, zorgt het hormoon "insuline" voor een heel precieze regeling van de bloedsuikerspiegel. Bij iemand met diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer regelen.

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het afweersysteem het lichaam aanvalt. Normaal ruimt het afweersysteem alleen ziektes op. Als je diabetes type 1 hebt, vernielt je afweersysteem de cellen die insuline aanmaken in de alvleesklier. Slechts 1 op de 10 diabetespatiënten heeft type 1. Vroeger sprak men van "jeugddiabetes".

Bij diabetes type 2 heeft het lichaam te weinig insuline. Ook reageert het niet goed meer op het hormoon. Men spreekt van een "ongevoeligheid" voor insuline. Type 2 komt het vaakst voor. 9 op de 10 diabetespatiënten heeft diabetes type 2. Vroeger sprak men van "ouderdomsdiabetes".

Er zijn een aantal factoren die de kans op diabetes type 2 vergroten, zoals:

  • overgewicht
  • te weinig beweging
  • erfelijke aanleg
  • oudere leeftijd

Eén op de drie Belgen weet niet dat men diabetes heeft

Veel mensen weten niet dat ze diabetes type 2 hebben. In België is dat maar liefst één op de drie. Hoewel erfelijkheid en leeftijd een rol spelen, kan je diabetes type 2 in de meeste gevallen voorkomen door gezonder te leven.

Wat kan je zelf doen?

Beweeg voldoende en vermijd lang stilzitten

Met 30 minuten beweging per dag verlaag je je risico op diabetes type 2 al met 30%. Elke stap telt!
De bewegingsdriehoek geeft een handig overzicht van hoeveel en welke soorten beweging je lichaam nodig heeft.


Bekijk de bewegingsdriehoek

Eet gezond en gevarieerd

Kies vooral voor plantaardige voeding, beperk dierlijke producten en vermijd sterk bewerkte voedingsmiddelen. Drink vooral water. De voedingsdriehoek helpt je op weg


Bekijk de voedingsdriehoek

Houd je gewicht in de gaten

Ben je zwaarlijvig? Door 5% van je lichaamsgewicht te verliezen, kan je je risico op diabetes type 2 met 30% verminderen. Een diëtist kan je hierbij ondersteunen.


Stop met roken

Stoppen met roken verlaagt ook je risico op diabetes type 2, zelfs als je daarbij wat aankomt.
Lukt het niet alleen? Een tabacoloog kan je helpen met stoppen.


Ben jij benieuwd naar jouw risico op diabetes?

Doe de test op gezondheidskompas.be en ontdek hoe groot jouw kans is op diabetes type 2.

Doe de test

Heb je een verhoogd risico?

Bespreek dit dan met je huisarts. Zo kunnen er eventueel extra onderzoeken gebeuren en kan je samen tijdig maatregelen nemen om diabetes type 2 te voorkomen of vroeg op te sporen.


Drink water!

Hoeveel moet je drinken?

Elke dag verlies je als volwassene 2 tot 3 liter vocht. Dat gebeurt via zweten, ademhalen, plassen en de stoelgang. Een deel van dat vocht krijg je al binnen via je voeding (ongeveer 1 tot 1,5 liter per dag). Gemiddeld heb je dus nog zo’n 1,5 liter extra vocht nodig, vooral in de vorm van water, om je vochtbalans op peil te houden.

Hoe weet je of je genoeg drinkt?

Een simpele manier om dat te checken is door naar je urine te kijken:

  • Kleurloos of lichtgeel? Dan drink je voldoende.
  • Donkergeel? Dan mag je wat vaker een drinkpauze inlassen.

(Je ochtendurine is vaak donkerder, dat is normaal.)

Wanneer heb je extra vocht nodig?

In sommige situaties verlies je meer vocht en moet je dus ook meer drinken:

  • Bij warm weer
  • Na sporten of zware inspanningen
  • Na een lange tijd in droge aircolucht
  • Tijdens zwangerschap of borstvoeding
  • Bij koorts, diarree of braken
  • Bij het eten van vezelrijke voeding

Wat drink je het best?

Water blijft de beste dorstlesser.
Drink hiervan bij voorkeur minstens 1 liter per dag, aangevuld met bijvoorbeeld gearomatiseerd water, of thee en koffie zonder suiker of zoetstoffen.




Vind je water saai? Voeg een schijfje citroen, komkommer, munt of een paar bessen toe voor een frisse smaak.

Vergeet je vaak te drinken? Zet een fles of kan in het zicht. Een handig geheugensteuntje: drink telkens een glas na elk toiletbezoek. Zo hou je je vochthuishouding makkelijk in balans.

Wat beperk je beter?

  • Fruitsappen, frisdranken, sport- en energiedranken bevatten vaak veel suiker of zoetstoffen, zuren die slecht zijn voor je tanden, en soms ook opwekkende stoffen zoals cafeïne en taurine. Drink ze dus zo weinig mogelijk.

  • Alcohol laat je het best helemaal staan. Het is niet alleen verslavend en schadelijk voor je organen, maar kan ook je slaap verstoren, je eetlust vergroten én veel calorieën leveren. Bovendien droogt alcohol je huid uit, wat sneller tot rimpels en een grauwe teint kan leiden.

Waarom is zonbescherming zo belangrijk?

Zonlicht: genieten maar voorzichtig

Zonlicht is heerlijk en bovendien essentieel voor de aanmaak van vitamine D. Maar de ultraviolette (UV) straling van de zon kan ook ernstige schade aanrichten aan onze huid. Zo verhoogt het het risico op huidkanker. Wist je dat 90% van alle gevallen van huidkanker voorkomen kan worden door slimmer om te gaan met UV-stralen?

Waarom is zonbescherming zo belangrijk?

  • UV-A stralen dringen diep in de huid en versnellen huidveroudering (de A van Ageing).
  • UV-B stralen zorgen vooral voor zonnebrand (de B van Burning).
  • Beide soorten straling kunnen het DNA in huidcellen beschadigen, wat op termijn kan leiden tot huidkanker.
  • Kinderen hebben een gevoeliger huid en hun “zonnekapitaal” (de natuurlijke weerstand tegen UV) raakt sneller uitgeput.

Zo bescherm je jezelf en je kinderen

  • Blijf zoveel mogelijk uit de zon tussen 10u en 18u, dan is de zon het sterkst.
  • Draag bedekkende kleding, een zonnehoed of pet, en kies voor donkere, dichtgeweven stoffen.
  • Zet een zonnebril met UV-bescherming op.
  • Smeer je in met een zonnecrème met hoge beschermingsfactor (liefst SPF 50), minstens elke twee uur opnieuw, en vaker als je zwemt of zweet — ook bij bewolkt weer.
  • Pas op met sneeuw, water en zand: deze weerkaatsen UV-stralen en vergroten zo de kans op verbranding.
  • Drink voldoende water (minstens 2 liter per dag) om je lichaam te helpen afkoelen. Vermijd alcohol, dat droogt je uit.

Wat als je toch verbrand bent?

  • Blijf minstens drie dagen uit de zon om je huid te laten herstellen.
  • Gebruik verkoelende aftersun of leg natte doeken op de huid.
  • Bij ernstige klachten: contacteer je huisarts.

Fabels over zonnecrème

Mythe: Eén keer insmeren beschermt de hele dag.
Feit: Zonnecrème werkt ongeveer twee uur, daarna moet je opnieuw smeren.

Mythe: Een dun laagje is genoeg.
Feit: Wees royaal; dat geeft de beste bescherming.

Mythe: Met een donkere huid hoef ik geen zonnecrème te gebruiken.
Feit: Ook donkere huidtypes kunnen huidschade en huidkanker krijgen.

Mythe: Zonnecrème blokkeert het bruinen.
Feit: Je wordt nog steeds bruin, maar op een veiligere manier.

Mythe: In de schaduw hoef ik me niet in te smeren.
Feit: UV-stralen weerkaatsen, ook in de schaduw.


Geniet van de zon, maar wees slim en bescherm je huid. Zo hou je het gezond, nu en later.

Dementie

Dementie is een aandoening van de hersenen, die vooral op oudere leeftijd voorkomt. In België krijgt ongeveer 1 op de 5 vrouwen en 1 op de 7 mannen boven de 60 jaar er ooit mee te maken. De meest voorkomende vorm is Alzheimer.

Hoe herken je dementie?

Het belangrijkste kenmerk is dat de hersenen steeds minder goed functioneren. Dit wordt ook wel cognitieve achteruitgang genoemd. Mensen met dementie:

  • vergeten vaker dingen,
  • halen gebeurtenissen door elkaar,
  • vinden soms niet meer op bepaalde woorden,
  • en kunnen veranderingen in karakter of gedrag vertonen.

Hoe ontstaat dementie?

Dementie ontstaat door een combinatie van factoren zoals veroudering, erfelijkheid, leefstijl en leefomgeving.

Wat kan je zelf doen om het risico te verkleinen?

Hoewel je niet alles kan voorkomen, zijn er wel een aantal dingen die de kans op dementie kunnen verkleinen of uitstellen:

  • Je hersenen blijven trainen: blijven leren, lezen, nieuwe dingen doen
  • Voldoende bewegen
  • Sociaal actief blijven, contact houden met anderen
  • Goed slapen
  • Niet roken of stoppen met roken
  • Gehoorproblemen, hoge bloeddruk, diabetes, depressie en obesitas voorkomen of behandelen

En hoe zit het met voeding?

Gezonde voeding speelt ook een rol, vooral indirect. Het verkleint namelijk het risico op aandoeningen zoals hoge bloeddruk, overgewicht, verhoogd cholesterol en diabetes, die op hun beurt weer invloed hebben op het ontstaan van dementie.

De voedingsdriehoek geeft duidelijk weer wat gezonde voeding inhoudt:

  • Eet meer plantaardige dan dierlijke producten
  • Kies voor onbewerkte voeding
  • Drink voldoende water

Meer over gezonde voeding lees je hier.

Gezond slaapgedrag

We brengen gemiddeld een derde van ons leven slapend door. Die tijd is ontzettend belangrijk voor onze hersenen: tijdens de slaap worden afvalstoffen opgeruimd, verwerken we emoties en leggen we nieuwe informatie vast.

Wat is gezond slaapgedrag?

Een goede nachtrust begint al overdag. Dit kan je doen om beter te slapen:

Bouw regelmaat in

Ga elke dag rond hetzelfde tijdstip naar bed en sta op dezelfde tijd op, ook in het weekend. Zo raakt je lichaam gewend aan een vast slaapritme, waardoor je makkelijker inslaapt en prettiger wakker wordt.

Blijf bewegen

Regelmatig bewegen overdag helpt om beter te slapen. Maar doe geen intensieve sport vlak voor het slapengaan.

Zorg voor ontspanning

Neem de tijd om voor het slapengaan tot rust te komen. Lees een boek, luister naar muziek, mediteer of neem een warm bad. Wat voor jou werkt, is persoonlijk.

Minder schermtijd in de avond

Schermen zoals smartphone, tablet, tv en computer houden je hersenen actief en kunnen je slaap verstoren. Zet ze dus op tijd uit. Een rustige film kan wel, maar vermijd spannende games, social media of werkmails vlak voor het slapen.

Eet licht als je nog honger hebt

Ga niet met een lege maag naar bed, maar eet ook geen zware maaltijd. Kies eventueel voor een lichte snack, zoals een stuk fruit of een cracker.

Pas op met cafeïne en alcohol

Cafeïne (in koffie, cola, energiedrank) en alcohol kunnen je slaap verstoren. Drink dit liever niet in de avond.

Gun jezelf genoeg slaap

De meeste volwassenen hebben 7 tot 9 uur slaap per nacht nodig. Hoeveel precies verschilt per persoon. Neem dus voldoende tijd om tot rust te komen en te herstellen.

Verminder je risico op kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan 100 verschillende ziekten van de cellen. Ze hebben allemaal één gemeenschappelijk kenmerk: op een bepaalde plaats in het lichaam gaan cellen zich ongecontroleerd delen.

Wat kan je zelf doen?

Een gezonde levensstijl kan het risico op kanker verkleinen. Ook als je al een kankerbehandeling achter de rug hebt, blijven deze tips belangrijk. Ze helpen namelijk het risico op een herval of een nieuwe kanker te beperken.

Leef- en voedingstips

Houd je gewicht gezond
Blijf binnen een gezond gewicht en probeer gewichtstoename op volwassen leeftijd te voorkomen.

Blijf in beweging
Beweeg dagelijks, bij voorkeur minstens 30 minuten. Zit minder en maak bewegen onderdeel van je routine.

Eet vooral plantaardig
Kies voor volkorenproducten, groenten, fruit en peulvruchten. Beperk fastfood en andere sterk bewerkte producten met veel vet, zetmeel of suiker.

Beperk rood en bewerkt vlees
Eet maximaal 500 gram rood vlees per week (zoals rund-, varkens- en lamsvlees). Beperk bewerkt vlees zoals vleeswaren, paté, salami, worst en bereid gehakt zo veel mogelijk.

Drink water en ongezoete dranken
Drink vooral water en vermijd dranken met toegevoegde suikers. Ook het gebruik van light-dranken kan je best beperken. Drink zo min mogelijk alcohol, liefst helemaal niet.




Gebruik geen voedingssupplementen om kanker te voorkomen
Haal de nodige voedingsstoffen liever uit een evenwichtige voeding.

Tetanus, difterie en kinkhoest: waarom vaccineren?

Wat is tetanus?

Tetanus is een ernstige bacteriële infectie, veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie komt veel voor in bodem, straatvuil, stof en mest. Als ze via een wond in het lichaam komt (bijvoorbeeld een snij-, bijt-, steek- of brandwond), kan ze gifstoffen produceren die:

  • pijnlijke spierkrampen veroorzaken,
  • slikklachten en ademhalingsproblemen geven,
  • in ernstige gevallen leiden tot botbreuken, hartproblemen en zelfs overlijden.

Zonder behandeling is tetanus vaak dodelijk. Gelukkig komt het in België nog nauwelijks voor, dankzij ons vaccinatiebeleid. Dat betekent niet dat de bacterie verdwenen is, wel dat we door vaccinatie beschermd zijn.

Wat is difterie en kinkhoest?

  • Difterie tast vooral de luchtwegen aan en kan leiden tot ernstige ademhalingsproblemen. De bacterie maakt ook gifstoffen die zenuwen en het hart kunnen beschadigen.
  • Kinkhoest is een zeer besmettelijke ziekte die heftige hoestbuien veroorzaakt. Deze hoest kan wekenlang aanhouden en kan leiden tot longontsteking, oorinfecties, hersenbeschadiging en in zeldzame gevallen overlijden.

De vaccinatie

Het tetanusvaccin wordt in één spuitje gecombineerd met het vaccin tegen difterie en kinkhoest. Dit omdat deze ziekten vaak samen worden aangepakt en het efficiënter is om er gelijktijdig tegen te beschermen.

  • De vaccinatie stimuleert je immuunsysteem om antilichamen aan te maken. Zo kan je lichaam snel reageren als het later in contact komt met de bacterie.
  • De bescherming geldt ongeveer 10 jaar.
  • Het vaccin maakt je niet ziek. De meest voorkomende bijwerking is lichte spierstijfheid op de plaats van de prik.

Voor onze ingeschreven patiënten is het vaccin gratis beschikbaar in onze praktijk

Behandeling van tetanus

Als iemand toch tetanus krijgt, is een ziekenhuisopname noodzakelijk. De behandeling bestaat uit:

  • ondersteunen van de ademhaling,
  • toedienen van medicatie tegen spierspasmen,
  • antibiotica,
  • en het inspuiten van antistoffen tegen het tetanustoxine.

Ondanks intensieve zorgen blijft het risico op overlijden groot. Daarom is voorkomen met vaccinatie zoveel belangrijker.


Maak eenvoudig een afspraak

Wil je je laten vaccineren?


Plan dan je afspraak in bij onze verpleegkundigen.

Insectenbeten

Een insectenbeet kan vervelend zijn en soms zelfs klachten veroorzaken zoals jeuk, zwelling of een ontsteking. Met enkele eenvoudige tips kan je insectenbeten voorkomen en behandelen, zodat je hier zo min mogelijk last van hebt.

Hoe kan je insectenbeten voorkomen?

Gebruik insectenwerende middelen

Smeer een product op dat DEET, picaridine of citroen-eucalyptusolie bevat. Dit helpt om muggen, teken en andere insecten op afstand te houden.

Draag beschermende kleding

Kies voor lichte, loszittende kleding die armen en benen bedekt.

Voorkom stilstaand water rondom het huis

Zorg dat er geen water blijft staan in emmers, bloempotten of andere voorwerpen. Stilstaand water is een broedplaats voor muggen.

Gebruik horren of een klamboe

Plaats horren voor ramen en deuren, of slaap onder een klamboe als dat nodig is.

Wat als je toch gebeten bent?

  • Was de beet met water en zeep om infectie te voorkomen.

  • Koel de plek met een ijsblokje (in een doek) of een koud kompres tegen zwelling en jeuk.

  • Gebruik een anti-jeukzalf of lotion bij aanhoudende jeuk.

  • Probeer niet te krabben, zo voorkom je dat de huid kapot gaat en er een infectie ontstaat.

Medische Hulp

Raadpleeg een arts als je een ernstige reactie op een insectenbeet hebt, zoals ademhalingsproblemen, zwelling van het gezicht of keel, of een ernstig geïnfecteerde beet.

Extra tips voor specifieke insecten

  • Muggen: vermijd het buiten zijn tijdens zonsopgang en zonsondergang, wanneer muggen het meest actief zijn.
  • Teken: controleer jezelf, je kinderen en huisdieren grondig op teken na een wandeling in het bos of hoog gras. Verwijder teken zo snel mogelijk met een tekenpincet.
  • Bijen en wespen: blijf kalm en maak geen plotselinge bewegingen als een bij of wesp in de buurt is. Vermijd het dragen van geurende lotions of parfums die insecten kunnen aantrekken.  

Met deze tips kan je optimaal genieten van je zomervakantie zonder gestoord te worden door insectenbeten. Fijne vakantie en veel plezier buiten!

Draag zorg voor je nieren

Je nieren zijn onmisbaar: ze filteren afvalstoffen uit je bloed en zorgen dat die via de urine je lichaam verlaten. Ze werken eigenlijk als een soort wasmachine voor je lichaam.

Elke dag zuiveren je nieren maar liefst 180 liter bloed. Je volledige bloedvolume wordt op die manier ongeveer 50 keer per dag gefilterd. Een goede nierwerking is dus absoluut levensnoodzakelijk.

Wie loopt meer risico op nierproblemen?

Sommige mensen hebben een grotere kans op een verminderde nierwerking. Bijvoorbeeld bij:

  • Hoge bloeddruk
  • Diabetes (suikerziekte)
  • Hart- en vaatziekten
  • Overgewicht
  • Nierproblemen in de familie

Wat kan je zelf doen?

  • Beweeg voldoende: regelmatige lichaamsbeweging ondersteunt je bloeddruk en gewicht.
  • Beperk je zoutinname tot maximaal 5 gram per dag. Voeg zelf geen zout toe tijdens het koken en zet het zoutvaatje niet op tafel.
  • Eet minder vrije suikers, Dat zijn toegevoegde suikers en natuurlijke suikers in fruitsappen, honing en siropen.
  • Kies zo weinig mogelijk bewerkte producten; Bewerkte voedingsmiddelen bevatten vaak veel zout, suiker en ongezonde vetten.
  • Verkies plantaardige boven dierlijke voeding, Meer groenten, fruit, peulvruchten en volle granen zijn beter voor je nieren.

Twijfel je of je risico loopt?

Denk je dat je misschien een verhoogd risico hebt op nierproblemen?

Bespreek dit dan met je huisarts. 

Hoge bloeddruk (hypertensie)

Een hoge bloeddruk, ook wel hypertensie, is wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van overlijden bij volwassenen. Het verraderlijke is dat een hoge bloeddruk meestal geen klachten geeft. Je merkt er vaak helemaal niets van, precies daarom is het zo gevaarlijk.

Bewegen helpt direct en op lange termijn

Regelmatige lichaamsbeweging verlaagt het risico op een hoge bloeddruk. Ook als je al een hoge bloeddruk hebt, is beweging belangrijk. Zodra je beweegt, stijgt de bovendruk in je bloed even. Na inspanning (vooral bij aërobe activiteiten zoals wandelen, fietsen of zwemmen) daalt je bloeddruk weer en blijft die vaak enkele uren lager dan normaal.

Aërobe lichaamsbeweging in combinatie met spierversterkende activiteiten blijkt effectiever voor het verlagen van de bloeddruk dan afzonderlijke beweegactiviteiten.

Waarom is bewegen zo belangrijk bij hoge bloeddruk?

Regelmatig bewegen:

  • verlaagt je bloeddruk,
  • vergroot de kans op een langer en gezonder leven,
  • verbetert je levenskwaliteit,
  • en vertraagt het verdere verloop van de ziekte.

Hoeveel en welke beweging?

Let op voor teken!

Een tekenbeet voel je meestal niet. Hoogstens krijg je achteraf wat jeuk. Toch kan een teek bacteriën of virussen bij zich dragen en die tijdens het bijten overdragen.

Zorg voor sterke botten


Tijdens de jeugdjaren wordt hjet skelet steeds sterker. Rond de leeftijd van 30 jaar bereiken we een piek, daarna neemt de botmassa langzaam af. Er wordt dan meer bot afgebroken dan aangemaakt, en de structuur van het bot verandert. Zo worden onze botten geleidelijk zwakker.

Op lange termijn kan dit leiden tot osteoporose (botontkalking). Daardoor breken botten makkelijker. Bij vrouwen gebeurt dit vaak sneller dan bij mannen, vooral na de menopauze door veranderingen in de hormonen.

Hoe kan je osteoporose voorkomen of vertragen?

Voldoende calcium

Calcium is een bouwstof voor je botten.

  • De belangrijkste bronnen zijn melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten.
  • Wie geen zuivel gebruikt, kan calcium halen uit met calcium verrijkte plantaardige producten, of uit groenten zoals boerenkool, broccoli, rapen, spinazie en bieten. Ook vis zoals sardienen, ansjovis, krab, garnalen en mosselen bevat calcium.
  • In mindere mate vind je calcium ook in noten, peulvruchten en granen.

Voor volwassenen geldt een aanbeveling van 950 mg calcium per dag (volgens de Hoge Gezondheidsraad). Sommige bronnen adviseren voor ouderen zelfs 1200 mg.
Vier porties zuivel per dag (bijvoorbeeld een glas melk, twee sneetjes kaas en een potje yoghurt) dekken al ongeveer 75% van je dagelijkse calciumbehoefte.

Genoeg vitamine D

Vitamine D zorgt ervoor dat calcium goed uit de voeding wordt opgenomen en in je botten terechtkomt. Een tekort aan vitamine D kan dus ook leiden tot een tekort aan calcium.

Vitamine D zit in:

  • Vette vis zoals wilde zalm, haring en paling
  • Eidooiers en lever
  • Verrijkte producten, zoals sommige ontbijtgranen

De belangrijkste bron is echter zonlicht: onze huid maakt zelf vitamine D aan onder invloed van de zon. Dat is goed voor ongeveer 90% van onze vitamine D.

Blijf bewegen

Regelmatige beweging stimuleert de aanmaak van botweefsel, versterkt je spieren en verbetert je evenwicht en reactievermogen. Zo verklein je meteen ook het risico op vallen en breuken.

Extra tips

  • Rook niet en drink zo weinig mogelijk alcohol.
  • Kom dagelijks buiten, voor vitamine D via zonlicht.
  • Eet gezond en gevarieerd, met aandacht voor calcium en vitamine D.
  • Blijf in beweging, ook op latere leeftijd.

Hooikoorts: wat kan je doen?


Last van niesbuien, een loopneus of jeukende ogen? Dan heb je mogelijk last van hooikoorts, een allergie voor pollen van bomen, grassen of kruiden.

Hooikoorts is vervelend, maar gelukkig kan je met enkele eenvoudige tips de klachten vaak flink verminderen.

Tips om hooikoortsklachten te beperken

  • Blijf binnen op piekmomenten
    Pollen zijn meestal het talrijkst in de vroege ochtend en late namiddag. Probeer je buitenactiviteiten zo veel mogelijk op andere momenten te plannen.
  • Hou ramen en deuren gesloten
    Zeker op dagen met veel pollen in de lucht. Zo voorkom je dat de pollen je huis binnenkomen.
  • Draag een zonnebril buiten
    Een zonnebril helpt niet alleen tegen zonlicht, maar beschermt je ogen ook tegen rondzwevende pollen.
  • Neem een douche voor het slapengaan
    Zo spoel je de pollen weg die zich overdag op je huid en in je haar hebben verzameld. Vergeet ook je kussen regelmatig te verversen.
  • Vraag advies aan je arts of apotheker
    Soms zijn antihistaminica, neussprays of oogdruppels nodig om de klachten goed onder controle te houden. Deze middelen kunnen helpen om je dagelijkse activiteiten toch vlot te blijven doen.

Laat je leven niet bepalen door hooikoorts. Met de juiste aanpak kan je heel wat klachten beperken!

Gezond ouder worden

Goed eten is belangrijk op elke leeftijd, maar voor 60-plussers is het extra belangrijk. Naarmate je ouder wordt, verandert je lichaam: je energiebehoefte daalt, je spiermassa neemt af en je lichaam verwerkt sommige voedingsstoffen minder vlot. Tegelijk neemt het risico op overgewicht, hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterol toe.

Wil je gezond ouder worden? Volg dan alvast volgende richtlijnen

Voldoende vocht

Je dorstgevoel vermindert met de jaren, waardoor je soms te weinig drinkt zonder het te beseffen. Drink minstens 1,5 liter per dag, dat zijn ongeveer 7 glazen water.

Zuivel voor sterke botten en spieren

Voor bot- en spierbehoud is het aangeraden om dagelijks minstens 4 porties melkproducten te gebruiken.
Eén portie = 1 sneetje kaas, 1 glas melk of 1 potje yoghurt.

Soep als extra, niet als vuller

Heb je een kleinere maag of snel een vol gevoel?
Eet je soep los van de warme maaltijd, anders eet je misschien te weinig van het hoofdgerecht. Soep kan ook perfect als tussendoortje of bij de tweede broodmaaltijd.

Kies bewust vetstoffen

Om ondervoeding te voorkomen, kies je beter voor volle melkproducten en margarine in plaats van magere alternatieven. Uitzondering: als je ernstig overgewicht hebt, overleg dan met je arts of diëtist.

Gezonde tussendoortjes

Tussendoor kan je je energie op peil houden met gezonde keuzes zoals:

  • (vers) fruit
  • yoghurt of platte kaas
  • rauwe groenten
  • een handje noten

Extra vitamine D vanaf 70 jaar

Vanaf 70 jaar stijgt je behoefte aan vitamine D.
Deze vitamine is essentieel voor sterke botten en tanden, een goede werking van het hart en je zenuwstelsel.

Vitamine D vind je in:

  • eigeel
  • vette vis (zoals zalm, haring, makreel)
  • lever
  • verrijkte producten zoals sommige margarines en vetten

 De grootste hoeveelheid aan vitamine D maakt je lichaam echter zelf aan, als je je huid minstens 15 minuten per dag blootstelt aan zonlicht.

Zorg voor gezonde binnenlucht

We brengen gemiddeld 85% van onze tijd binnen door, thuis, op het werk of op school. De kwaliteit van de binnenlucht is daarom cruciaal voor je gezondheid.

Slechte binnenlucht kan leiden tot:

  • hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid
  • prikkende ogen of geïrriteerde luchtwegen
  • verergering van allergieën en astma
  • en bij hoge concentraties, zelfs ernstige aandoeningen zoals kanker

Koolstofmonoxide (CO) is bijzonder gevaarlijk. Het is geurloos en onzichtbaar, maar kan leiden tot bewusteloosheid en zelfs de dood.

Ook vochtproblemen in huis kunnen schadelijk zijn. Vochtige muren en een gebrek aan ventilatie kunnen schimmelvorming veroorzaken, wat extra risico’s geeft voor baby’s, kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met ademhalingsproblemen.

Drie vuistregels voor gezonde binnenlucht

  1. Beperk vocht en vervuilende stoffen
    Gebruik een dampkap bij het koken, droog je was buiten of in een goed geventileerde ruimte, en voorkom schimmelplekken in badkamer of kelder.
  2. Vermijd koolstofmonoxide (CO)
    Laat je verwarmingstoestellen en schoorstenen regelmatig nakijken. Installeer een CO-melder in de buurt van gas- of mazouttoestellen.
  3.  Zorg elke dag voor verse lucht in huis
    Zet elke dag ramen open. Ook bij koud of vochtig weer is het belangrijk om minstens 15 minuten te verluchten. Heb je een ventilatiesysteem? Onderhoud het goed en laat het continu werken.

Zo niet, stapelen vocht en schadelijke stoffen, zoals radon, CO, verbrandingsproducten, stoffen die vrijkomen uit bouwmaterialen, meubels, gordijnen ... zich op in de woning.

Stop met roken

Roken is een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare ziekten en sterfgevallen wereldwijd. Door te stoppen met roken, verbeter je niet alleen je eigen gezondheid, maar draag je ook bij aan een schonere en gezondere leefomgeving voor iedereen.

Wist je dat

  • binnen 20 minuten na je laatste sigaret, je bloeddruk en hartslag weer dalen naar normale niveaus.
  • binnen 48 uur de kans op een hartaanval al begint te dalen en je reuk- en smaakvermogen verbeteren.
  • binnen 2 tot 12 weken je bloedsomloop en longfunctie aanzienlijk verbeteren.


Hoe zit het met jouw rookgedag?

Doe de test: https://www.gezondheidskompas.be/roken

Het kan moeilijk zijn om te stoppen met roken, maar je hoeft het niet alleen te doen. Neem contact op met je huisarts!

We willen ook even aandacht besteden aan de gevaren van e-sigaret 

Hoewel e-sigaretten vaak worden gepromoot als een veiliger alternatief voor traditionele sigaretten, brengen ze hun eigen risico's met zich mee:

  • E-sigaretten bevatten vaak nicotine, wat zeer verslavend is en schadelijke effecten kan hebben op de hersenontwikkeling van jongeren.
  • De damp van e-sigaretten bevat schadelijke chemicaliën zoals formaldehyde en acroleïne, die de longen kunnen beschadigen.
  • Er is toenemend bewijs dat het gebruik van e-sigaretten kan leiden tot longziekten, hartaandoeningen en andere gezondheidsproblemen.
  • E-sigaretten kunnen ook een opstap zijn naar het roken van traditionele sigaretten, vooral onder jongeren.

Laten we samen streven naar een gezondere toekomst!

Antibioticaresistentie: wat kan jij doen?


Antibiotica zijn krachtige medicijnen tegen bacteriële infecties. Maar als ze te vaak of verkeerd worden gebruikt, kunnen bacteriën zich aanpassen en ongevoelig worden. Dat noemen we antibioticaresistentie.

Gevolg? Infecties worden moeilijker of zelfs niet meer te behandelen. Daarom is het belangrijk dat we er samen zorgvuldig mee omgaan.

Wat kan jij doen?

  • Gebruik antibiotica alleen als ze zijn voorgeschreven door een arts.
    Neem nooit zomaar restjes of medicijnen van iemand anders.
  • Volg de kuur volledig, ook als je je beter voelt.
    Stop niet te vroeg, zo geef je bacteriën geen kans om resistent te worden.
  • Vraag gerust uitleg aan je arts of apotheker.
    Twijfel je over het gebruik of de bijwerkingen? Stel je vragen!

Waarom is dit zo belangrijk?

Als antibiotica hun werking verliezen, raken we onze belangrijkste wapens kwijt tegen ontstekingen en infecties.

Ook operaties en behandelingen zoals chemotherapie worden dan een stuk risicovoller.

Met jouw hulp kunnen we de kracht van antibiotica behouden voor de toekomst! 

Heb je vragen? Wij staan voor je klaar!

Gezondheid in beeld
keyboard_arrow_up