MEDISCH THUIS

Strategie voor kinderen jonger dan 12 jaar.

Het gaat om kinderen in de kinderopvang, kleuterklas of lagere school.

  • Kinderen vanaf 6 jaar met mogelijke symptomen van COVID-19 moeten steeds getest worden.
  • Kinderen jonger dan 6 jaar worden getest bij ernstige symptomen of bij milde symptomen én een recent contact met een bevestigd geval van COVID-19 (hoog of laag risico).

    In afwachting van het testresultaat blijft het kind thuis. Bij een negatief testresultaat kan het kind terug naar school/kinderopvang.

    Bij een positief testresultaat start de periode van 7 dagen isolatie + 3 dagen voorzichtigheid en start contactonderzoek rond het kind.

    In geval van hoogrisicocontact omwille van
    een huisgenoot met COVID-19.
  • Kinderen met een recente infectie (minder dan 5 maanden geleden) moeten, net als volwassenen, niet in quarantaine maar moeten wel bijzondere voorzorgen nemen. Dit houdt bv. in het strikt dragen van een mondmasker in binnenruimtes (voor kinderen vanaf 6 jaar) en beperken van contacten, in het bijzonder met risicogroepen.
  • Vanaf 20 januari geldt:
    De andere kinderen volgen de regels voor niet-gevaccineerde hoogrisicocontacten. De enige uitzondering is dat kinderen jonger dan 6 jaar geen mondmasker moeten dragen.
  • Zodra een kind mogelijke symptomen van COVID-19 vertoont, moet het getest worden door een zorgverlener. Als het kind niet getest wordt, wordt het beschouwd als een bevestigd geval. Dat wordt doorgegeven aan de kinderopvang/school en het kind dient 7 dagen in isolatie te blijven.

In geval van risicocontact in de crèche/kinderopvang/school.

  • Alle leden van de groep worden beschouwd als laagrisicocontact zolang er niet meer dan 3 besmettingen binnen 1 week tijd voorkomen. Bij kleinere groepen (minder dan 16 leden), wordt iedereen als laagrisicocontact beschouwd zolang er minder dan 25% van de groep besmet raakt binnen 1 week.
  • Laagrisicocontacten moeten getest worden, als ze mogelijke symptomen van COVID-19 vertonen.

  • Vanaf 4 besmettingen in 1 week (of 25 % of meer) wordt de 'noodremprocedure' geactiveerd.

Bij de noodremprocedure gelden omwille van de intense viruscirculatie strengere richtlijnen.

  • De klas wordt gesloten en alle kinderen en de leerkracht moeten gedurende 5 dagen in quarantaine. Testen (afgenomen door een zorgverlener) zijn enkel nodig bij het ontwikkelen van mogelijke symptomen van COVID-19.
  • Er zijn geen uitzonderingen. Ook de volledig gevaccineerde leerkracht dient een quarantaine te respecteren, evenals kinderen met een recente infectie.
  • Aansluitend aan de quarantaine moet nog 5 dagen verhoogde voorzichtigheid aan de dag gelegd worden, met verder beperken van contacten en mijden van risicogroepen.

In geval van blootstelling in een andere context
(bv. sportclub, niet inwonend familielid of vriend...).

  • Het kind wordt beschouwd als een laagrisicocontact en moet getest worden bij mogelijke symptomen van COVID-19.

 Enkele voorbeelden.

  • Een kind zonder recente infectie waarvan beide ouders volledig gevaccineerd zijn, moet bij een besmetting binnen het gezin niet in quarantaine (= regels voor volledig gevaccineerde hoogrisicocontacten). Wel moet er gedurende 10 dagen (als indexgeval zich isoleert) of 20 dagen (als indexgeval zich niet kan isoleren) bijzondere voorzichtigheid aan de dag gelegd worden, met strikt beperken van contacten, dragen van mondneusmasker in binnenruimtes (voor kinderen ouder dan 6 jaar) en zoveel mogelijk houden van afstand. De regel is hetzelfde ongeacht of het indexgeval een broer, zus of ouder betreft.
  • Een kind zonder recente infectie dat in een éénoudergezin leeft en waarvan de ouder COVID+ is, volgt de quarantaineregels afhankelijk van de vaccinatiestatus van die ouder. Als de ouder volledig gevaccineerd is, moet het kind niet in quarantaine (wel bijkomende maatregelen i.v.m. mondmasker etc.). Als de ouder ongevaccineerd is, moet het kind gedurende 7-10 dagen in quarantaine, tenzij het kind zelf een recente infectie doormaakte.


{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x